Johan Lammerink - De Ander

Door Sya van 't Vlie


In 2010 besloot beeldend kunstenaar Johan Lammerink (1955) een ruimtelijke hervertelling te maken van het boek ‘Pygmeeën’ van dr. Paul Julien. Niet zo maar een hervertelling, maar een interactief beeldverhaal. Waarom?

‘Pygmeeën’

Dr. Paul F.J.A. Julien (1901-2001) was een Nederlandse ontdekkingsreiziger en antropoloog die na de Tweede Wereldoorlog bekendheid verwierf met zijn Afrikaanse reisverslagen. Tussen 1926 en 1952 leidde hij bijna dertig expedities door ‘donker Afrika’, waarvan hij verslag deed in radioverslagen en vier met eigen foto’s geïllustreerde boeken. Met een karavaan van inheemse dragers trok hij door het oerwoud om onderzoek te doen. Aanvankelijk naar lichaams- en schedelmaten van de inheemse bevolking, maar later ook naar bloedgroepen en het voorkomen van ziekten zoals slaapziekte. Hij was een van de eersten die onderzoek deed naar de pygmeeën. Naar eigen zeggen behoren zijn boeken ‘noch tot de wetenschappelijke vakliteratuur, noch tot de bellettrie’. In zijn voorwoord noemt hij ‘Pygmeeën’: ‘een boek dat over de kleine jagers van het oerwoud spreken wil en deze primitieven niet op de eerste plaats als een wetenschappelijk probleem wil zien, maar boven alles als medeschepselen en mensen naast ons’.

Hervertelling

Beeldend kunstenaar Johan Lammerink (1955), die zelf drie jaar in Afrika heeft gewoond en gewerkt, stuitte tien jaar geleden op de heruitgave uit 1997 van ‘Pygmeeën’. Wat hem fascineert is de dubbelheid die hem bekroop bij het lezen. Hij vindt het reisverhaal informatief en zelfs onderhoudend, maar tegelijkertijd valt hem op hoe bevooroordeeld en betuttelend Julien is. In de tijd van Julien’s ontdekkingsreizen was Afrika nog geheel gekolonialiseerd door Westerse mogendheden en waren koloniale verhoudingen vanzelfsprekend. De etnocentrische visie van Julien was toen heel gewoon, net zoals zijn paternalistische toon en missionaire benadering. We zijn geneigd een dergelijk onderzoek nu te veroordelen. Want gaan we tegenwoordig niet uiterst beschaafd om met mensen uit andere culturen? Maar Johan wil niet kritiseren. Evenmin wil hij Julien verontschuldigen als ‘een kind van zijn tijd’. Dat zou net zo betuttelend zijn. Wel vraagt hij zich af in hoeverre wijzelf erin zijn geslaagd onze vooroordelen af te schudden als het gaat om onze ontmoeting met ‘de ander’. Daarom heeft hij besloten om ‘Pygmeeën’ te hervertellen, ons kijkers daarbij uitdagend om de ogen van nu onbevooroordeeld te laten kijken naar die ander, of dat nu een pygmee, Julien of een medebezoeker is.

Wand met beeld- en tekstvensters

Julien’s boek bestaat uit tekstpagina’s en een middenkatern met foto’s. Johan heeft de tekstpagina’s op ware grote en de foto’s uitvergroot laten uitprinten. Daarna heeft hij tegen elke foto een blad met vier tekstpagina’s gelijmd.
Met de beeldkant als leidraad heeft hij vervolgens van de mensen alle zichtbare huid weggesneden, waarbij hij wel de structuur van het lichaam in tact heeft gelaten. Onvermijdelijk gevolg was dat hij de tekstkant mee heeft uitgesneden. Johan voegt door informatie weg te snijden paradoxaal genoeg een nieuwe dimensie toe. Op de beeldkant pakt dat anders uit dan op de tekstkant. Op de beeldkant is de huid wel weggesneden, maar de menselijke vorm blijft herkenbaar in zijn omgeving. Op de tekstkant daarentegen vallen stukken tekst weg, terwijl de personen over wie de tekst gaat als schimmen in de tekst opdoemen.
Omdat Johan van zijn hervertelling zowel alle beeldkanten als alle tekstkanten tegelijk wil laten zien, heeft hij een vrijstaande wand gemaakt waar de kijker omheen kan lopen. Hij heeft daarin twintig vensters gemaakt, in twee rijen van tien. In elk venster heeft hij vier foto’s gemonteerd met aan de andere kant zestien pagina’s tekst. Binnen elk venster zorgen smalle spijlen aan de beeldkant voor een verdeling van de foto’s in twee rijen van twee, en aan de tekstkant voor een verdeling in vier groepen van vier pagina’s. Het woord venster is niet toevallig gebruikt. Johan vergelijkt zijn installatie met een gevelwand met ramen. De tekstkant ziet hij als de binnenkant met vitrage, de beeldkant is de buitenkant van de gevel, waarvan de raampartijen zwart overkomen.

Kijken naar 'de ander'

Met zijn installatie, die De Ander heeft genoemd, onttrekt Johan het onderzoek van Julien aan de vergetelheid. Door tekst en foto’s uit hun kaft te verwijderen, ontsluit hij een stukje verleden. Hij verschaft niet alleen inzicht in Julien’s onderzoek, maar ook in de leefomstandigheden van de pygmeeën. We zien de karavaan door het oerwoud trekken, het opmeten van de pygmeeën, en hoe ze muziek maken. Als we willen, kunnen we meer over onderzoek en leefwijzen lezen. Echter, Johan heeft alleen de foto’s uitvergroot en hij heeft tekst weggesneden om plaats te maken voor beeld. Zijn hervertelling is vooral een beeldverhaal.

Niet zomaar een beeldverhaal maar een interactief beeldverhaal. De installatie verbindt het verleden met het hier en nu. Met de ruimte waar de wand staat opgesteld en met ons, de kijkers. De uitgesneden gaten fungeren als doorkijkjes op de ruimte. Op zijn beurt kleurt die ruimte de foto’s in. Verder nodigt de installatie uit tot interactie en zelfs spel. Want door de uitgesneden koppen ontmoeten we opeens een andere kijker. Johan laat ons naar elkaar kijken en voor elkaar poseren door een kop uit het verleden. Wat doet dat met ons? We zijn niet alleen door dat verleden getekend, maar we hebben die uitgesneden kop gedeeltelijk weer ingevuld. Ook wij doemen op in Julien’s tekst, niet als schimmen, maar als mensen van vlees en bloed. Door zijn beeldverhaal interactief te maken benadrukt Johan dat hij er niet op uit is om Julien’s onderzoekmethoden te kritiseren. Wel wil hij ons laten vergelijken hoe Julien toen en wij nu naar ‘de ander’ kijken.

Meer over Johan Lammerink leest u op www.johanlammerink.nl