Who Art You?

Door Sya van 't Vlie


Nu het pop-up museum haar deuren heeft geopend, is het tijd het resultaat onder de loep te nemen. In het kader van het thema identiteit stelt de expositie de vraag ‘Who Art You?’ Is mijn 'rode draad' nog te volgen? En geeft die een antwoord op die vraag?
Maar het benieuwdst ben ik naar de inrichting. Hoe hebben de inrichters Ineke Wertheim en Fons van Laar de door mij geselecteerde beelden en installaties gepresenteerd. Hebben ze rekening gehouden met de wensen en bedoelingen van ‘mijn’ kunstenaars?

Begane grond

Vier werken uit de selectie die ik heb samengesteld voor het pop-up museum hebben een plek gekregen op de begane grond: Drowning van Linda Verkaaik, Theater op water van Else Ringnalda, De Ander van Johan Lammerink, en Vrouwenvrijheidsbeeld van Hanneke de Munck.

Linda Verkaaik – Drowning

Verdrinken, zinken, drijven, en samensmelten zijn een terugkerend thema in het werk van Linda. Hoewel water essentieel is voor ons om te overleven, kunnen we er niet in leven. Dan zouden we verdrinken. Linda beschouwt het wateroppervlak dan ook niet alleen als de scheidslijn maar ook als het raakvlak tussen Leven en Dood.

In het pop-up museum is Drowning te vinden in de gang naar het restaurant. Het bestaat uit een frame waaraan vijf drenkelingen hangen. De vijf kwetsbare figuren lijken naar beneden te zweven. Hun schaduwen spelen in deze setting niet echt mee op de grond.



Maar hangend voor het raam wordt de transparantie van de drenkelingen, en daarmee hun kwetsbaarheid, extra benadrukt.

In de vitrine ernaast toont Linda een vijftal ‘waterkussentjes’, die ook binnen het thema Drowning passen. De kussentjes drukken stilte uit, de rimpeling van het water is tot stilstand gekomen. De verdronken figuur drijft eindeloos rond, gevangen in de epoxy waarvan de kussentjes zijn gemaakt. Alsof het water bevroren is.

Else Ringnalda – Theater op water

Grasshopper, Summertime, en De Matriarch zijn de hoofdrolspelers van Theater op water van Else Ringnalda. Ze draaien rond op de vijver van de Vreugdehof, waar ze elkaar bekijken of laten zich bekijken. De kijker verandert in een toeschouwer die geniet van elkaar afwisselende scenes.

Grasshopper behoort tot een serie beelden met dierennamen die Else begin jaren negentig maakte, waarin Else het verlengen van figuren en ledematen inzet om het realisme enigszins los te laten. Op de linker foto zit Grasshopper op mijn balkon te genieten van de geschilderde tuin van Maarten Welbergen. Het thema van deze dierenbeelden is de ‘homo ludens’, die Else ziet als het antwoord op de toenemende agressiviteit in de samenleving. Haar spelende mensen gaan op in hun spel van veroveren en veroverd worden. Om het speelse karakter kracht bij te zetten besluit Else een paar jaar later Grasshopper en de andere dierenbeelden op bladeren te laten drijven op het water. Zo geeft Else natuurkrachten als wind en stroming invloed op dat spel. Het Theater op water is geboren, en treedt regelmatig in wisselende samenstelling op in kasteelvijvers, tuinen zoals de Amsterdamse hortus, en nu tijdens het pop-up museum in de vijver van de Vreugdehof.

Later voegde Else ook niet-dierenbeelden toe aan haar drijvende toneelgezelschap. Zo ligt Summertime eenvoudig gelukkig te zijn als een echte homo ludens. Onlangs trad De Matriarch toe, dat werd ingegeven door Guanyin (anoniem, circa 1100-1200), een beschilderd houten beeld dat Else zag op de afdeling Aziatische Kunst van het Rijksmuseum. Wat Else intrigeert is dat de mannelijke bodhisattva later is getransformeerd tot een vrouwelijke godheid. Dat past bij haar visie op de mens die zijn leven als uitdagend spel ziet, en zich niet bekommert om oordelen van anderen. Bijvoorbeeld over het feit of je er wel ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ genoeg uitziet.

Johan Lammerink – De Ander

De Ander van Johan Lammerink staat in de brede gang beneden. Een aantal jaar geleden stuitte Johan op de heruitgave uit 1997 van ‘Pygmeeën’ van ontdekkingsreiziger Dr. Paul Julien. In de tijd van Julien’s expedities (1926-52) was Afrika nog geheel gekolonialiseerd door Westerse mogendheden en waren koloniale verhoudingen vanzelfsprekend. De etnocentrische visie van Julien was toen heel gewoon, net zoals zijn paternalistische toon en missionaire benadering.

Vorm

Johan heeft besloten tot een hervertelling van ‘Pygmeeën’ in de vorm van een interactief beeldverhaal dat in de ruimte staat opgesteld als een gevelwand met vensters, met een donkere ‘straatkant’ en een lichte binnenkant, die doet denken aan vitrage. De donkere is de foto- of beeldkant en de lichte de tekstkant.


Het ontrafelen van de vorm is een oefening in het kijken. Per fotovenster heeft Johan vier uitvergrote foto's opgenomen; op het overeenkomstige tekstvenster heeft hij per foto vier pagina's weergegeven.

Inhoud

Wat doet Johan met de foto's van mensen, en waarom? Het antwoord op die vraag brengt me bij de inhoud. Johan heeft de huid uit de foto's weggesneden, met behoud van de omtrek. ‘Ik wil de blik van de kijker niet laten stoppen bij de afgebeelde huid, maar letterlijk verder laten kijken, dieper laten ingaan op de afbeelding. Door de huid weg te snijden oogt de afgebeelde persoon minder als een bezienswaardigheid. Er is een nieuwe opening ontstaan, een letterlijk venster. Aan de tekstkant zorgt dit ervoor dat de personen opdoemen uit de tekst.’

Kijken naar ‘de ander’

Door de vensters ontstaat een wisselwerking tussen foto- en tekstkant. Nieuwsgierig lopen kijkers van de foto- naar de tekstkant om daar het effect van het uitsnijden van een foto te bekijken. Verder kunnen kijkers door de vensters heen en weer naar elkaar kijken. Ze poseren zelfs voor elkaar door de uitgesneden kop van een ander uit het verleden. Door zijn beeldverhaal interactief te maken benadrukt Johan dat hij er niet op uit is om Julien’s onderzoekmethoden te kritiseren. Wel wil hij ons laten vergelijken hoe Julien toen en wij nu naar ‘de ander’ kijken.

Hanneke de Munck - Vrouwenvrijheidsbeeld

Hanneke de Munck houdt niet alleen van het bewerken van hout maar ook van het zoeken naar geschikte stammen. Zo is de boom waaruit ze Vrouwenvrijheidsbeeld (2005) heeft gehakt, een eikenboom uit het Vondelpark, omgewaaid tijdens een storm, nabij het Blauwe Theehuis. Sokkel en beeld vormen één geheel.

Vrouwenvrijheidsbeeld staat in de binnentuin. Naast Stapel, een tiental gestapelde keramieken stenen van Renske van Driel. De op de grond liggende groene, blauwe en turquoise stenen gaan met hun fluwelige huid een spannende dialoog aan met de 3.20 m. hoge, uit hout gehakte vrouw.

Het heeft heel wat inspanning gekost het zware Vrouwenvrijheidsbeeld te plaatsen op de beoogde plek. En eenmaal overeind werd ze grondig in de was gezet.

Vanaf de eerste etage is door het raam haar lange vlecht goed te zien. Die werd ingegeven door de tot op de grond reikende vlechten van Russische plattelandsmeisjes die Hanneke op oude foto’s had gezien.
De titel wijst erop dat Vrouwenvrijheidsbeeld is bedoeld als een kritische kanttekening bij het Vrijheidsbeeld in New York. Hannekes beeld is daarvan een spiegelbeeld, en draagt eveneens een fakkel, maar ze is naakt en ‘aboriginal’. Hanneke lijkt zich af te vragen hoe het gesteld is met de vrijheid en rechten van (zwarte) vrouwen in Amerika van nu.

2e etage

Op de 2e etage zijn ook vier werken uit mijn selectie voor het pop-up museum te vinden: de ruimte vullende installatie van Mirjam Janse en vier beelden van Anja Vosdingh Bessem, Henk Spreeuwenberg en Liesje Smolders.

Mirjam Janse – Thuis op de tak

Mirjam Janses Thuis op de tak is een vervolg op een eerdere versie, die deel uitmaakte van mijn tentoonstelling ‘Kijker in beeld’ (2011) bij Pulchri Studio in Den Haag.

In Pulchri was Thuis op de tak een interactieve wandinstallatie, in het pop-up museum groeit de boom het hele kamertje door. In de kleine ruimte oogt de installatie wat rommeliger, het knutselhoekje draagt daar aan bij. Net als in Pulchri is het de bedoeling dat bezoekers hun eigen ‘takkenbeest’ in Mirjams boom hangen: tekeningetjes, kleine plastiekjes, gedichtjes, of verhaaltjes. ‘In Thuis op de tak krijgen verhalen van mensen een plek in een boom, en net als in een stamboom krijgen die verhalen broers en zussen en voorouders. Elk verhaal hoort erbij, vormt zelfs een onlosmakelijk onderdeel van het geheel, en is wezenlijk voor het totaal. Elk leven is een verhaal in de boom van alle levens.’, aldus Mirjam.

Wegens ruimtegebrek hebben de inrichters besloten om een schilderij op te hangen tussen de boomtakken. De tuinders van Christine van Peursum leek op het eerste gezicht niet zo’n slechte match, maar de kunstwerksticker met daarop de foto van gastconservator Harold Prijn was wel verwarrend. Was hij of Van Peursum ook de maker van de boom? En bij nader inzien blijken de drie mannen die op een bank een boek over tuinieren zitten te lezen toch wel erg uit de toon te vallen. Niet alleen wat betreft formaat, maar ook qua sfeer hoort het schilderij niet thuis in Mirjams boom.

Zelf heb ik al twee takkenbeesten in Thuis op de tak gehangen: een foto van Sursum Corda en een foto van Omaatje, twee beelden van mensfiguren die aanvankelijk deel zouden uitmaken van mijn collectie voor het pop-up museum. Sursum Corda van de 85-jarige beeldhouwer Jan Asjes van Dijk beschouw ik als een schakel, zowel formeel als inhoudelijk, tussen Thuis op de tak en de overige door mij geselecteerde mensfiguren. Want Sursum Corda is een boomstam die Jan met een paar summiere ingrepen omtoverde in een mensfiguur. Omaatje wilde graag tijdelijk in de Vreugdehof komen wonen om de bewoners in haar kamertje te kunnen ontvangen. Meer over beide beelden is te lezen op de begeleidende tekstjes. Van Dijk moest zich om gezondheidsredenen terugtrekken, en het was de duur om Omaatjes begeleider, Fardou Keuning, uit Spanje te laten overkomen. Het was Mirjams idee om beiden een plekje aan te bieden in haar boom.
Niet de toekomst maar het recente verleden heeft geleerd dat ook de bewoners van de Vreugdehof en hun bezoekers zich hebben laten inspireren om iets te maken dat zich thuis voelt op een van de takken van Mirjams boom. Vooral de leerlingen van het nabije ROC-college hebben voor veel nieuwe takkenbeesten gezorgd. De foto laat zien dat die een passender aanvulling vormen dan De tuinders.

Beeldenbos

Het dieptepunt van de tentoonstelling is de opstelling van beelden in de gemeenschappelijke ruimte, die de inrichters Ineke Wertheim en Fons van Laar het ‘beeldenbos’ hebben genoemd.

Door het spreekwoordelijke bos zijn de bomen niet zichtbaar. Dat gaat ten koste van de afzonderlijke beelden.

Bij binnenkomst vallen het eerst Olifant en Paard van Lia van Vugt op, behorend tot de selectie van gastconservator Nicole Bruijn. Door hun formaat en uitstraling passen ze niet echt bij de overige beelden. Ze zijn gemaakt van afgedankte spullen, heel bijzonder voor Van Vugt die vroeger vrij traditionele bronzen maakte. Ze hebben vrolijke kleuren. Als kijker associeer je ze met speelgoed. Te meer omdat Olifant op een plank met wielen staat. Paard kijkt de kijker aan, maar Olifant staat naar rechts gedraaid waardoor de beelden erachter in de verdrukking komen. Los van het bos zou dit verrassende duo veel beter tot z’n recht komen. En de overige beelden trouwens ook. Jammer dat de manier van presenteren van van vooral de vier mensfiguren van 'mijn' drie beeldhouwers geen ruimte biedt aan de bedoeling van de beeldhouwers.

Anja Vosdingh Bessem maakt veelal wulpse vrouwfiguren ten voeten uit. Zout op mijn huid is zo’n een vrouw. Verleidelijk leunt ze achterover op haar sokkel, in volle glorie, toebedeeld met rijke curven, vol vrolijke sensualiteit, uitdagend en ondeugend. In het beeldenbos komt ze niet tot haar recht. Ze zou een halve slag gedraaid moeten worden. Want die verleidelijke curven horen te baden in het licht, dat ze nu vangt op haar rug.

Danseres en Lopende man van Henk Spreeuwenberg vormen eigenlijk een paar. Naast elkaar gepresenteerd, op sokkels van gelijke hoogte, laten ze zien hoe subtiel Henk beweging introduceert in zijn torsen. Danseres geeft met haar danspas/-positie een aanzet tot beweging, Lopende man zet echt een stap, hij loopt. In het beeldenbos worden ze gescheiden gepresenteerd. Danseres op de eigen sokkel, Lopende man lager en niet naast haar. Jammer genoeg gaat die graduele toename van beweging zo helemaal verloren.

Het masker I am me van Liesje Smolders (†) hangt boven de groep en verdringt daardoor de kleine Vis-vrouw van Sophie Verburgh van haar positie op de top, waardoor die geestig gekozen positie te niet wordt gedaan.
I am me behoort tot een serie van de zeven maskers, geabstraheerde koppen met soms boosaardige, soms vriendelijk grijnzende grimassen. Ze tonen de kwetsbaarheid van de mens, met bij I am me letterlijk een buiten- en een binnenkant. Liesje bezat het vermogen om ambiances te scheppen waarin ze de kijker een totaalervaring biedt, de mogelijkheid zich over te geven aan een door haar geregisseerde belevenis. Maar ook met een enkel masker als I am me betoont ze zich een regisseur op afstand. Het masker hoort vrij in de ruimte te hangen op bijna ooghoogte. Zo dwingt Liesje de kijker letterlijk en figuurlijk stil te staan bij haar dubbelmasker en de eigen maskers waarachter hij zich verbergt. Want volgens Liesje staat het masker symbool voor verhullen.

Tijdens de feestelijke afsluiting van het pop-up museum liet Stef van den Eijnden zien hoe I am me in te zetten als theaterattribuut. Hoewel zijn act wegens falende geluidsapparatuur in het water viel, gaf hij al improviserend met I am me een antwoord op Who Art You?

Rode draad

Concluderend kan ik zeggen dat ik de presentatie van mijn collectie voor het pop-up museum op de begane grond zeer geslaagd vind en die op de 2e etage zeer teleurstellend. Wat te zeggen van mijn 'rode draad'? Die is begrijpelijkerwijs in het geheel niet meer te volgen. Wel belichten de werken verschillende aspecten van de vraag: Who Art You?

Mijn rode draad voor pop-up museum ‘Identities’ is de mensfiguur.
Mirjam Jansens Thuis op de tak past daarin niet echt, maar haar boomtakken hangen als een beschermende koepel boven die mensfiguren. Immers elk mensenleven is een verhaal in de boom van alle levens.

Ik heb gekozen voor beelden van mensfiguren die variëren van traditioneel tot experimenteel. Zout op mijn huid vertegenwoordigt het traditionele begin van mijn ‘rode draad’; Hours Leg, een metamorfose van een been tot monsterlijk wezen, van Claus-Pierre Leinenbach had daarvan het experimentele einde moeten zijn. Jammer genoeg trok Leinenbach zich terug. Mijn rode draad is dus niet af.
De mensfiguren zijn vervaardigd in brons, hout, metaal, papier, nylon panty’s, en mixed media. De beeldhouwers hebben ze afgebeeld als flirtend (Anja), uitgebalanceerd (Henk), spelend (Else), spiritueel (Hanneke), zich verbergend achter een masker (Liesje), kwetsbaar (Linda), en monsterlijk (Claus-Pierre).

Aanvulling op deze reeks is De Ander van Johan Lammerink die kijkers uitdaagt onbevooroordeeld te kijken naar de ander, ongeacht wie dat ook is, en in de wetenschap dat zij zelf voor die ander de ander zijn. Net als het pop-up museum stelt hij de vraag: Who Art You?