ArtZuid 2015

Door Sya van 't Vlie


Crossovers tussen sculptuur en schilderkunst

Op 22 mei 2015 werd de vierde editie van ArtZuid geopend door prinses Beatrix. Berlage’s Plan Zuid was vier maanden lang het ‘museum in de open lucht van Amsterdam’. Kijkers wandelden door de groene zalen van de Apollolaan en de Minervalaan. Op de website van Beelden, kwartaalblad voor ruimtelijke georiënteerde kunst, staat een uitwerking van mijn interview met curator Rudi Fuchs over zijn uitgangspunten voor de sculptuurroute. In Beelden nr 2 2015 verscheen mijn bespreking van ArtZuid 2015. Omdat ik in beide geen ruimte had om aandacht te besteden aan de vele crossovers tussen sculptuur en schilderkunst, bespreek ik onderstaand een paar van die crossovers die laten zien hoe divers de mengvormen van 3-D en 2-D zijn.

Ruimtelijke tekeningen en schilderijen

Het merendeel van de door Fuchs geselecteerde beeldhouwers is behalve beeldhouwer ook schilder: Thomas Schütte, Mimmo Paladino, Per Kirkeby, Domenico Bianchi, Michael Craig-Martin, Klaas Gubbels, Frank Stella en KAWS. Omdat ze ook schilderen zijn ze volgens Fuchs in staat beelden te maken die een beeldhouwer pur sang nooit zou maken.

Volgens Fuchs is elk beeld vanuit de verte een contour, die als je hem nadert opzwelt, uitdijt tot een volume. Inflated Star and Wooden Star van Frank Stella is een mooi voorbeeld van een sculptuur die dit illustreert. De houten ster, met z’n matte oppervlak, heeft een open hoekige contour die je inzicht geeft in de constructie. Je zou het een ruimtelijke tekening van een ster kunnen noemen. Bij de opgeblazen ster is de gesloten contour uitgedijd tot een volumineuze ster. Het reflecterende oppervlak weerspiegelt de omgeving en zorgt voor een spel van weerkaatsend licht. Dat verhoogt de dynamiek van deze ster.

Michael Craig-Martin is een goed voorbeeld van een beeldhouwer/schilder die werk maakt dat een beeldhouwer pur sang nooit zou maken. Zijn gele hooivork, blauwe schaar, roze schop, en rode kruiwagen zijn eerder beelden van tekeningen dan beelden van de voorwerpen die ze voorstellen. De lege contouren zwellen in deze beelden niet op tot een volumineus beeld. Net als Stella’s houten ster zijn ze ruimtelijke tekeningen, wat nog wordt versterkt door hun platheid en door hun kleuren die je niet associeert met sculptuur.

Van Klaas Gubbels staat er behalve Née de terre aan het begin en einde van de Apollolaan en het knalrode Kaskade op het Minervaplein nog een beeld op de Apollolaan dat is aan te merken als een ruimtelijk schilderij. De Peer lijkt een echt schilderij waarvan het doek met achtergrond is weggesneden. De wankele tafelpoten geven dit stilleven iets aandoenlijks. Die menselijke kant ontbreekt volkomen bij Craig-Martin.

Taboe

Twee beeldhouwers beschilderen hun beelden: Mimmo Paladino en Markus Lüpertz. Vroeger kwam het beschilderen van beelden neer op vloeken in de kerk. Debet aan dit taboe was Johan Joachim Winckelmann. Deze grondlegger van de kunstgeschiedenis stelde in zijn Geschichte der Kunst des Altertums (1764) dat de noblesse van de oude Griekse beeldhouwkunst mede te danken is aan feit dat de beelden ongekleurd waren. Hij meende dat alle verheven werken licht en schaduw van zichzelf krijgen. Of ze nu van marmer of een ander monochroom materiaal zijn, alles zou door beschildering worden bedorven. Nader onderzoek, niet alleen van later datum maar ook al uit zijn eigen tijd, wees uit dat Winckelmann ongelijk had: veel blanke marmers waren wel degelijk beschilderd geweest. De vele herdrukken van zijn boek hebben echter geleid tot de vooronderstelling dat het beschilderen van beelden uit den boze is. Dat veel middeleeuwse heiligenbeelden van hun polychromie zijn ontdaan, bevestigt dat. Het was niet de nonconformist Rodin die dit taboe doorbrak, maar een viertal belangrijke schilder/beeldhouwers: Edgar Degas, Medardo Rosso, Paul Gauguin en Pablo Picasso.

Het ensemble van Mimmo Paladino op de Apollolaan is boeiend vanwege de beschildering. Het bestaat uit een paard en een kwartet van drie mannen en een vrouw. De vrouw is wit geschilderd en betekend met een zwarte lijn. Aan haar voeten ligt een witte bol met zwarte lijn. Een van de mannen heeft een grote 12-puntige ster aan zijn schouder. Man en ster zijn zwart geschilderd en betekend met een witte lijn. De beide andere figuren zijn beschilderd met een zwart/wit blokpatroon. Bijzonder aan deze twee is dat Paladino alleen hun voorkant heeft beschilderd en hun achterkant onbeschilderd heeft gelaten. Zo kan de kijker zien wat voor effect die beschildering heeft. De gestileerde mensbeelden van Paladino worden geabstraheerd door hun beschildering. Net als de attributen L-haak, bol en 12-puntige ster verheft de beschildering de beelden tot het domein van de ratio.

Naast dit kwartet staat Paladino’s onbeschilderde Caduto a Ragione, een androgyne figuur met een open pose, op wiens lichaam vogels zijn neergestreken. Een figuur met vogels associeer je al gauw met Franciscus van Assisi. Zijn buurman aan de andere kant van het heggetje is Hirte van Markus Lüpertz, een man die een hert op zijn schouders draagt. Lüpertz heeft het hoofd van de man en het hert beschilderd. Maar anders dan de abstracte lijnen en patronen van Paladino is de beschildering van Lüpertz realistisch, de gevoelens van de man versterkend. De man oogt zorgzaam. Hirte is dan ook een niet christelijke variant op de Goede Herder, Christus die een lam draagt op zijn schouders.

Op de Minervalaan stonden nog drie beschilderde beelden van Lüpertz: Mozart, Salieri en Hektor
De plaatsing van Mozart – Eine Hommage in 2005 op de Ursulinenplatz in Mozarts geboorteplaats Salzburg veroorzaakte grote opschudding. Mozart had het lichaam van een vrouw, was opgemaakt als een vrouw en had maar één arm. Echter, het ging Lüpertz niet om het weergeven van een waarheidsgetrouw portret maar om het verbeelden van Mozarts muziek, en die is volgens hem ‘weiblich’. Lüpertz heeft de linkerarm niet weggelaten, de linkerarm zit er gewoon niet aan, alsof het een beeld uit de klassieke oudheid betreft dat gefragmenteerd tot ons is gekomen. Want Mozart is jong gestorven en zijn oeuvre is slechts een fragment van wat had kunnen zijn.
Vergelijking met Salieri en Hektor laat zien dat je Lüpertz ‘verdediging’ wel met een korreltje zout kunt nemen. Hoewel hij de componist en de Trojaanse held mannelijke heupen heeft gegeven, hebben ze geen penis. Ook moeten beiden het net als Mozart stellen zonder arm. Van Hector kun je je voorstellen dat zijn beeld gefragmenteerd uit de oudheid tot ons gekomen. Bovendien werd hij op jonge leeftijd verslagen door Achilles. Maar Salieri heeft Mozart nog lang overleefd en een omvangrijk oeuvre nagelaten, dat nooit zo geliefd is geworden als de muziek van Mozart.
De hoofden van Mozart en Hektor vergelijkend zie je hoe belangrijk de beschildering is voor het benadrukken van het verwijfde imago van de eerste en het krachtige imago van de laatste.

Voor mijn interview met Rudi Fuchs en mijn bespreking van ArtZuid 2015 kijk op www.beeldenmagazine.nl.