Beeldhouwers.nu op Landerij Esveld

Door Sya van 't Vlie


Negen beeldhouwers over eigen werk

Al ruim twintig jaar ken ik de exposanten van Beeldhouwers.nu. Ik leerde ze kennen toen ik als extern bestuurslid toetrad tot het beeldhouwerscollectief ABK. De eerste tentoonstelling die ik met ze maakte bij Kasteel Museum Sypestein, was mijn afstudeerstage. Op een druilerige dag eind 2015 was ik bij de 'opheffingsborrel', die ondanks de aanleiding heel gezellig was. Gelukkig besloot een twaalftal beeldhouwers tot een soort doorstart. Als Beeldhouwers.nu komen ze bij elkaar op een atelier om ideeën uit te wisselen en bij te houden waarmee de collega's zoal bezig zijn. En: om samen te exposeren. Deze herfst zijn ze neergestreken op Landerij Esveld om zich te presenteren op een verkooptentoonstelling in de galerie van Charlotte Bon. Een fantastische locatie waar een prettige sfeer heerst. De galeriehoudster ging zelf op atelierbezoek om een selectie van beelden te maken. Binnen in de tentoonstellingszaal staan heel veel binnenbeelden, maar ook buiten verwelkomen een aantal buitenbeelden bezoekers bij hun aankomst op de landerij.
Op wat we dachten de laatste dag ging ik met Willemijn Vesseur, jarenlang de steun en toeverlaat van het collectief, de expositie bekijken. We waren aangenaam verrast: behalve veel oude bekenden waren er ook veel nieuwe beelden. Jammer genoeg moesten we het afscheidsfeestje missen. Niet zomaar een finissage maar ook de verjaarsborrel van Charlotte. Van haar zus kreeg zij Zout op mijn huid van Anja Vosdingh Bessem cadeau. Een prachtige geste, helemaal omdat Anja tijdens de tentoonstelling is overleden.

Thuisgekomen hoorde ik dat de tentoonstelling is verlengd tot 15 december. Dat leek me een mooie aanleiding om toch nog aandacht aan de expositie te besteden. Met een experiment: een toelichting van de exposanten zelf. Uit mijn vele foto's heb ik van iedere beeldhouwer twee beelden geselecteerd, waarover ze zelf een korte tekst (maximaal 250 woorden per beeld) schrijven. Over mijn selectie valt niet te twisten, maar als ze zelf een betere foto van hun beeld hebben, dan mogen ze die ter vervanging inleveren, mits de foto op locatie is gemaakt.
Hopelijk groeit dit lege artikel uit tot een boeiend inkijkje in het hoe en wat over de beelden en hun makers.
Als eerste zet ik zelf Anja in het zonnetje met een tekst die is gebaseerd op twee uitspraken van Charlotte Bon over Anja en Zout op mijn huid. Daarna volgen de beeldhouwers in alfabetische volgorde van hun voornaam: Alice Bakker, Desiré Haverkamp, Frea Lenger, Hanneke de Munck, Hubert Zeeman, Huub van Meerwijk, Thijl Wijdeveld, en Tom Wagenaar. Het woord is aan jullie!

Anja Vosdingh Bessem

Charlotte Bon over Zout op mijn huid en Anja
‘Ik werd overvallen door de kracht, de uitstraling, de intensiteit en de liefde die het beeld uitstraalt.’

‘Gezegend met het talent van de kunstenaar, met haar uitzonderlijke professionaliteit.’

Het eerste deel van Charlotte Bons uitspraak over Anja leest als een epitaaf. Reden om er niets aan toe te voegen. Maar juist omdat dit de laatste tentoonstelling is waar Anja aan meedeed, vind ik een wat uitgebreidere toelichting op zijn plaats.
Charlotte heeft gelijk. Anja was een excellente vakvrouw. Vlak nadat ik Anja leerde kennen heeft ze me ingewijd in de geheimen van het transformatieproces van gemodelleerd origineel van was of klei naar bronzen beeld. Brons gieten is een magisch gebeuren waaraan een creatief en een ambachtelijk technisch proces voorafgaat. Ook de afwerking van gegoten 'gedrocht' tot gepatineerd bronzen beeld is zeer arbeidsintensief. Anja beheerste al die stappen als geen ander.

Eigenlijk zijn al Anja’s vrouwen zelfportretten. Anja was een oermoeder, rijkelijk toebedeeld met vrouwelijke curven, en vol humor. En zo heeft ze haar talrijke vrouwelijke naakten afgebeeld: veelal speels, soms statig, maar altijd uitdagend, sensueel en verleidelijk. Dat geldt voor Zout op mijn huid en dat geldt voor de Kleine adelaar.
Toen ik de titel Zout op mijn huid las was ik erg verbaasd. Want aan het ‘pop-up museum Identities’ deed Anja in 2018 mee met een heel ander beeld met dezelfde titel.
De twee foto’s van Alice Bakker laten zien dat Anja’s Kleine adelaar niets van doen heeft met de symbolen van macht waarmee ik adelaars gewoonlijk associeer (denk aan de zwarte Bundesadler van Duitsland). Eerder het tegenovergestelde. Op de hoge, dunne stalen ‘spijl-sokkel’ balanceert de vrouw. Met uitgestrekte armen zweeft ze in de ruimte.

Alice Bakker

Alice over Kassandra en draadreliëfs

De draadreliëfs Faun, Fado, en Faust markeren de overgang in mijn werk van abstract/conceptueel naar figuratief. In mijn conceptuele periode vormde de handeling van het maken het uiteindelijke beeld. Maar dat voldeed niet meer en ontstond de behoefte om beelden weer dragers van emoties te laten zijn.
Daarbij nam ik aanvankelijk het gezicht als uitgangspunt. Ik maakte kleine krabbel-tekeningetjes, zomaar als verkenning van een emotie. Daarna kwam het idee om er een tekening in de ruimte van te maken.
Nog steeds is de manier van maken belangrijk en de reliefs worden gebogen uit één doorlopende draad. Alledrie hebben muziek als leidraad. Bij Faun, die zich laat verrassen door ietwat opdringerige nimfen, is de sfeer Debussy-achtig. Faust heeft het getroebleerde karakter van de muziek van Beethoven. Qua vorm is hij geïnspireerd op Japanse beelden van tempelwachters met hun priemende ogen en zware frons. Fado is gemaakt naar een portret van Christina Branco, waarbij de uitdrukking haar weemoedige zang oproept.

In deze periode van transitie ben ik begonnen met dans. Dan laat ik de gezichten los en begin mensfiguren te maken. Één van de eerste beelden is Kassandra. Ze is geïnspireerd op de Trojaanse prinses Kassandra. Als de Trojanen denken dat de belegering van hun stad voorbij is en feestvieren, voorziet Kassandra de val van Troje, maar niemand zal haar geloven.
Hoe voelt het om de kracht te hebben te spreken, terwijl je weet dat je niet geloofd wordt? Hoe vertaalt zich dat naar het lichaam? Lang heb ik naar die gestalte gezocht. Tijdens het luisteren naar klassiek Perzische zangkunst, een krachtige manier van zingen met een stem die uit de aarde lijkt te komen, ontstond de vorm die uiteindelijk het beeld is geworden. Haar rug is onverzettelijk en haar lijf open en kwetsbaar.

Desiré Haverkamp

Desiré over Toren en Jurassicpark wagen

Toren - Op mijn eindexamen expositie exposeerde ik met een hoge toren van gestapelde betonijzers, destijds een materiaal waarmee ik veel experimenten heb gedaan. Laatst vond ik er weer een paar, en raakte gelijk weer geïnspireerd door dit materiaal, waarin ik vogelveren, keramische vissen, drijvers en zelfs visgraatjes kon verwerken voor het maken van deze rijzige toren.

Jurrassicpark wagen - Tijdens het lesgeven aan kinderen zag ik hoe hun fantasie op hol kan

slaan over het gadeslaan van deze monsterlijke beesten. Dat heeft bij mij aanstekelijk gewerkt. Ook het zien van de film 'Jurrassicpark' en me daarna verdiepen in hoe de Dinosauriërs destijds door de grote oerbossen denderden, hebben mij bewogen om deze wagen te maken.

Frea Lenger

Frea over In gesprek en Zonder titel

Mijn schilderijen zijn het begin geweest van mijn ruimtelijk werk: door laag over laag te schilderen, komen veel onderlagen naar boven. Deze transparanties waren de aanzet om in eerste instantie te gaan werken met horrengaas. Maar ik merkte dat horrengaas buiten verteerde, heel zwak werd. Dat deed mij overgaan naar metaalgazen, maar ook perspex. Met deze materialen heb ik grote werken gemaakt, maar ook met gaas van materialen als koper, messing en roestvrij staal, in allerlei diktes.
Mijn inspiratie krijg ik uit van alles wat er om me heen gebeurt. Zo maak ik me zorgen om de toenemende polarisatie. In gesprek is gemaakt van messing gazen. De gezichten, die ik over elkaar heb gezet, maken het gesprek. Door het transparante materiaal ontstaat een moiré effect dat de levendigheid extra bevordert.
Wat ik wil zeggen met dit beeld: blijf met elkaar in gesprek!.

Zonder titel is ontstaan naar aanleiding van een ruimtelijk werk dat ik in het Flevopark in Lelystad heb gerealiseerd voor een buitenexpositie. Het thema was boomsieraden. Voor twee bomen heb ik 'boomglinsteringen' gemaakt, bestaand uit rond de bomen gespannen horrengaas, waarop ik pannensponsen heb bevestigd. Deze roestvrij stalen pannensponsen maken buiten mooie glinsteringen zichtbaar. Die glinsteringen vormden het sieraad.
Van daaruit is Zonder titel ontstaan. De achtergrond is grafisch, met structuren in zwart, wit en grijs. De sponsen zorgen met hun glinsteringen voor een vervreemdend effect. Bovendien maken ze dit schilderij tot een ruimtelijk schilderij. Een ruimtelijk schilderij vol glinsteringen.

Hanneke de Munck

Hanneke over Beloof en Griekenland

Bij het werken aan het beeld Beloof (perenhout, 2007, 1.80 m hoog) ben ik uitgegaan van het draaiende groeien van deze boom, dat als een vertraagde beweging in de stam is gaan zitten. Dat bewegen heb ik benadrukt door het dunne kleed, het bloot vallende been en verder versterkt door de vogel-torso die de beweegrichting verder doorzet in een gesuggereerde vlucht. De beweging draait vanaf de grond de hemel in. Bij het maakproces werd ik geïnspireerd door de tekst 'Beloof' van Jelena Guro (1877 - 1913) waarin ze de toegesprokene bezweert om trouw te blijven aan de eigen droom. Ze was een dichter en beeldend kunstenaar van betekenis in de Russische Avant Garde. De holtes in de borst heb ik uitgewerkt tot mooie negatieve borsten,als eerbetoon aan de vrouwen die een borst amputatie hebben ondergaan. Perenhout is na het intensief schuren zijdezacht.

Griekenland (brons, 1994) is een beeld uit mijn serie dansers, dat ontstond in een jarenlange samenwerking met Peter de Haas, mijn vaste model. Hij danste door mijn atelier, terwijl ik tekende, schilderde en in klei, gips of was werkte. De serie eindigde met het beeld Orpheus van 2.2 m hoog, een mens, hoog op de voeten, de armen wijd gespreid en opgebouwd met een open structuur. Bij het beeld Griekenland ging het mij om de Griekse zon, de sirtaki dans, de jonge antieke wereld, schoonheid. Dat alles heb ik poëtisch willen begeleiden door het gewaad, dat door de naar voren gaande beweging tegen het lichaam kleeft en naar achteren fladdert en waait. Lucht en wind spelen een rol. Het beeld staat in de expositie op Landerij Esveld onder een groot rond raam, wat erg mooi zacht licht over het licht groen-blauwe brons laat vloeien.

Hubert Zeeman

Willemijn Vesseur over Hubert Zeeman, Lichtreet 2 en Concrete Perspectives

Hubert Zeeman vindt het interessanter om te zien/lezen wat zijn werk bij een ander losmaakt. Willemijn Vesseur gaat de uitdaging aan.

Het werk van Hubert Zeeman (1954) gaat over vormen, al of niet herkenbaar, herleidbaar of logisch. Hij werkt veelal met staal, maar ook met beton, epoxy, steen en aluminiumcement. Altijd is er wel een voorval in Hubert zijn bestaan dat aanleiding geeft voor een werk.Dat is echter voor de kijker die daar geen deel aan heeft niet te achterhalen.Kijken dus en je eigen conclusie trekken is het devies.

Het was verrassend hier zo veel voor mij onbekend werk van Hubert te zien. In de binnenruimte, ver weg van de alledaagse hectiek in het prachtige voormalig atelier van kunstschilder Herman Gordijn ( 1932-2017) staat het beeld Lichtreet 2 – beton, epoxy , staal 2018-2021. De in het beton gekromde uitsparing van epoxy laat licht door. Het broertje of zusje Lichtreet 1 staat voor een raam, waar het licht prachtig doorheen schijnt. Maar juist bij Lichtreet 2, dat voor een witte muur staat, doet het epoxy zijn werk op een minder voor de hand liggende wijze en daarom juist fascinerend en subtiel.

In het werk Concrete Perspectives - staal en beton 2004 - dat buiten in de sfeervolle tuin staat, zie je een driepoot met een rechthoek van beton eraan hangend waarin drie gaten van ongelijke grootte zitten, die een prachtige kijkrichting aangeven. Een waar concreet perspectief. Even verderop stond een vuurschaal met een heerlijk knapperend vuurtje dat zorgvuldig aan de praat gehouden werd door de heer des huizes. In mijn fantasie, de ogen samengeknepen, bedacht ik die schaal met vuurtje onder de driepoot, zodat je het beton als het ware kan smeden. De kijkrichting wilde ik zo houden.

Huub van Meerwijk

Nog geen toelichting van Huub

Wat zou Huub aan de twee bezoekers hebben verteld hebben verteld over Draagbaar? En wat zou zijn toelichting zijn op Waarheen? Vragen waarop ik geen antwoord heb, omdat Huub als enige beeldhouwer jammer genoeg nog geen tekst heeft aangeleverd.

Thijl Wijdeveld

Thijl over Windvaan en Januskop

Bij mijn atelier in Frankrijk hadden wij een ingenieus windobject van Wicher Meursing dat helaas na een paar jaar in een storm ten onder ging. Op die plek moest iets anders komen, maar wel bewegend. Dat resulteerde in een serie windvanen. Deze Windvaan is in opdracht gemaakt met als thema's : muziek (krul), schilderkunst (palet) en de boerderij (bonte koe).

Lang geleden, ik was nog een tiener, nam mijn moeder mij mee naar een voorstelling van een door haar bewonderde danser, Harold Kreuzberg. Grote indruk maakte op mij zijn dans met twee gezichten: met een masker op zijn achterhoofd. Zo verbeelde hij Orfeus en Euridice.
Dat beeld heeft mij nooit losgelaten en zo ontstond jaren later de “ruggelingse” Orfeus en Euridice in grenenhout en later ook deze Januskop in brons.

Tom Wagenaar

Tom over Q en Trickster in het interview dat Hanneke met hem had

Hanneke: Hoe heb je Q gemaakt?
Tom: Polyester met Corten staal coating. Dat geeft de kleur van roest.
H: Wat betekent de titel?
T: De titel heeft geen directe betekenis.
H: Wat is het voor figuur?
T: Het is de onnozele. Er gaan geen gedachten in om. Het zijn mensen die ik waarneem. Geabstraheerde houdingen en uitdrukkingen.
H: Gaat het over humor?
T: Niet speciaal. Dat zit er allemaal in en er kan van alles over komen, afhankelijk van de kijker.

Hanneke: Hoe heb je Trickster gemaakt?

Tom: Het beeld heb ik uit één blok marmer gemaakt en ik heb wat koper en zilver gebruikt. Het is fifty fifty met de hand en machinaal gemaakt.
H: Wat betekent de titel?
T: Bedrieger, oplichtster, schelm. Ik heb een tekst geprint met de betekenis (zie 3e afbeelding).
H: Waar komt het idee vandaan?
T: Ik heb zo iemand meegemaakt. Alle beelden komen uit mijn persoonlijke omgeving, maar het is iets dat iedereen kan overkomen.
H: Hoe wil je het beeld geplaatst hebben?
T: Nou, ieder beeld heeft natuurlijk goed licht nodig, maar omdat het wit is, moet het strijklicht zijn, dan komt de vorm goed uit. Je moet er natuurlijk omheen kunnen lopen. Het hangt ervan af bij wie en in wat voor ruimte het uiteindelijk komt te staan.

Mijn selectie

Bij mijn selectie van de twee beelden heb ik verschillende criteria gehanteerd. Bijvoorbeeld werk dat ik nog niet kende, zoals beide beelden van Tom Wagenaar en Hubert Zeeman. Windvaan van Thijl Wijdeveld is ook een onbekende, een waardige opvolger van Windvaan IV N.A.P. dat hij toonde in Nagele, de hele serie een ode aan de windobjecten van Wicher Meursing. Desiré’s Jurassicpark wagen behoort tot een serie wagens, waaraan steeds nieuwe worden toegevoegd, vaak met een verhaal dat getuigt van engagement. Beloof van Hanneke de Munck was me niet helemaal onbekend want ik had het onaf al eerder in haar atelier gezien. Mijn keuze voor dit beeld was ook ingegeven door de opdracht: ‘een eerbetoon aan de vrouwen die een borstamputatie hebben ondergaan’, van wie ik er een ben.
Een tweede criterium is bijzonder materiaal, zoals een mix van gevonden voorwerpen en eigen keramiek in Toren van Desiré Haverkamp, en messing gaas en pannensponsen in respectievelijk In gesprek en Zonder titel van Frea Lenger. Aan dit criterium voldoen ook Lichtreet 2 en Concrete Perspectives van Hubert Zeeman, tenminste als je het licht en de echte ruimte die hij in zijn beelden integreert ook beschouwt als bijzonder materiaal.
Een derde criterium is de tegenstelling tussen beide beelden, zoals Draagbaar en Waarheen van Huub van Meerwijk. De eerste is een verticale, compacte stapeling van twee lichamen, de tweede een open horizontaal beeld, dat beweging suggereert. Volgens mij is er behalve deze formele tegenstelling ook een inhoudelijke. De verdubbeling van de kwetsbare ineengedoken foetushouding van Draagbaar benadrukt de idee van gevangenschap in een onzichtbare kubus. Bij Waarheen tilt de gehurkte man de vrouw omhoog. Wil hij haar meevoeren of juist bevrijden? Of sluit het eerste het laatste niet uit?
Een vierde criterium is de krachtige uitstraling van Hubert Zeeman en Anja Vosdingh Bessem. Op het eerste gezicht niet met elkaar te vergelijken omdat de beelden van Hubert abstract zijn en die van Anja figuratief. De kracht van Zout op mijn huid en Kleine adelaar is de levenslust die van ze uitgaat.
Het laatste criterium de mate van ‘crossoverschap’. Bij Zonder titel van Frea Lenger is sprake van sculpturalisering van het schilderijoppervlak door het gebruik van driedimensionale pannensponsen (readymades!), die op hun beurt weer zorgen voor een schilderachtige schittering. Bij de draadreliëfs Faun, Fado en Faust van Alice Bakker heeft het schilderijoppervlak plaatsgemaakt voor de muur; de draadreliëfs zijn ruimtelijke tekeningen die wel moeten worden opgehangen aan de muur. In Kassandra combineert Alice dat ruimtelijk tekenen om haar beeld te completeren (buik, borsten en gezicht).

Olivia van Hanneke de Munck is ook een crossover, want behalve beeld is het ook een muziekinstrument, een snaar loopt langs Olivia’s zij, de strijkstok ligt op de vensterbank. Ik heb haar niet opgenomen in mijn selectie omdat ik haar uitgebreid heb besproken in mijn blog 'Terugblik'

Experiment geslaagd?