Bijlmerbajes

Door Sya van 't Vlie


Tijdelijk Museum, asielzoekerscentrum, en voormalige gevangenis

De Bijlmerbajes, het voormalige huis van bewaring in Amsterdam Over-Amstel, biedt sinds augustus 2016 onderdak aan een asielzoekerscentrum (AZC). Het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) en de Stichting LOLA (Stichting Leegstand Oplossers Amsterdam) hebben de handen ineengeslagen om samen de broedplaats Lola Lik op te zetten. Een unieke plek waar kleine ondernemers en kunstenaars samen werken met asielzoekers. Daar is van juni tot en met december 2017 het Tijdelijk Museum neergestreken. Ook is 'Bye Bye Bajes' hier te vinden, een kleine expositie over de herontwikkeling van het Bijlmerkwartier, die in 2018 van start gaat.

Rafelrand

Reden genoeg om samen met een vriendin een kijkje te gaan nemen in een mij onbekende buurt in mijn eigen stad.

Als we de metro uitkomen belanden we in een van de spannendste rafelranden van nu. Links de torens van de Bijlmerbajes met lange muur en bajesgracht, en de vrolijk geverfde entree van het AZC. Recht voor ons een paar luxe villa’s. Aan het hek van het AZC hangt een scharrige mededeling van 'Lola Lik' die ons achter de gevangenis langs naar de andere kant van het complex stuurt. Daar lopen we langs, rechts, de containercampus ‘Wenckebach’ met rijen containerwoningen waarin studenten wonen. Met ergens in het midden een container waar de studenten ’s ochtends terecht kunnen voor koffie en een croissantje. En een heuse supermarkt. Aan de overkant ligt een soort bedrijventerrein. We kijken onze ogen uit. Maar dan begint het te regenen en willen we eigenlijk dat Tijdelijk Museum wel in. Even doorstappen en dan naar rechts. Voor ons een gevel met in grote letters: Lola Lik.

We gaan snel naar binnen voor onze tickets. Niemand te zien. Van achter een loket met donker glas klinkt wel een donkere mannenstem die ons alle kanten opstuurt. Maar een ticket of ingang, ho maar. Waar komt die stem vandaan? Zit er eigenlijk wel iemand achter dat loket? We kijken wat beter, de man achter het loket blijkt een pop. We zijn er glorieus ingetuind. 1-0 voor Circus Engelbregt. We zijn beland in het eerste kunstwerk. De metaaldetectiepoortjes staan open. Als we er doorheen gaan komen we terecht in een doolhof van stellingkasten, postvakjes en stapels formulieren en foto’s. Deze wirwar is een verwijzing naar de bureaucratie waarmee personeel, leveranciers en bezoekers werden geconfronteerd voordat ze naar binnen mochten. Niet erg verschillend van de bureaucratie die vluchtelingen moeten ondergaan (gefouilleerd worden, formulieren invullen, vastgelegd worden op foto) om hier te mogen verblijven. Met Entreeritueel maakt Engelbregt ons bezoekers ontvankelijk voor de beladen gelaagdheid van het gebouw. Hij wil dat we onze vooroordelen over asielzoekers laten varen.

Beautiful Mess van de Refugee Company

De doolhof komt uit in de entreepoort, die op zich weer uitkomt op een plein, het zogenaamde Carréplein. De gebouwen die dit carré vormen waren de ‘niet-detentie gebouwen’, werkgebouwen die toegankelijk waren voor personeel en leveranciers. In het voormalig magazijn is het Tijdelijk Museum ondergebracht. Twee vriendelijke dames in rode overalls, die iets hebben van het uniform van zowel een suppoost als cipier, heten ons welkom. Op een plattegrond van Jan Rothuizen in de Tijdelijk-Museum krant leggen ze uit hoe alles in elkaar zit. Maar voordat we de kunstwerken gaan bekijken willen eerst even bijkomen in het café restaurant van de Refugee Company. Binnen is een gezellig zitje ingericht naast een coffee counter. Daarboven hangen twee Green-light lampen. Kort geleden zag ik dergelijke lampen op de Biënnale van Venetië. Olafur Eliasson had daar een werkplaats ingericht: de ‘artistic workshop’. Vluchtelingen, asielzoekers, studenten, en bezoekers zetten samen zulke lampen in elkaar. De modules daarvoor waren afgeleid van een prototype dat Eliasson had gemaakt naar een ontwerp van Einar Thorstein. ‘Green light’ staat voor het groene licht dat vluchtelingen toegang verschaft tot Europa.
Het café restaurant Beautiful Mess wordt gerund door asielzoekers van de Refugee Company. Dus staan er heerlijke dingen op de kaart. Bijvoorbeeld Tabouleh. Het café restaurant is ondergebracht in de voormalige wasserij. Grote blauwe wasmachines maken deel uit van de aankleding. In eentje ligt uitnodigend een groot kussen. Een wel heel aparte loungeplek om even te chillen.

Carréplein

Inmiddels is de zon tevoorschijn gekomen, zodat we na onze lunch het Carréplein beter kunnen bekijken. De gebouwen zijn ‘opgeleukt’ met een geschilderd blokpatroon. Op het terrasje voor het café restaurant zitten wat mensen koffie te drinken en een sigaretje te roken.

In het midden van het plein staat een kastanjeboom in een perkje. Het groene bootje op het gras associëren we meteen met de bootjes waarmee vluchtelingen de Middellandse Zee oversteken. Leonard van Munster heeft om de boom een fontein gebouwd. Net als andere fonteinen is ook deze een ontmoetingsplek, want de rand van perkje dient als bank, waarop mensen elkaar kunnen ontmoeten. Hoewel de regen is opgehouden, zien we nog steeds druppels in het water vallen. Van Munster laat de kastanjeboom huilen. Tranen van verdriet of vreugde?

Tijdelijk Museum

De grote museumzaal op de begane grond is ingedeeld in ruimtes, niet door wandjes maar door de uitlegborden van de verschillende kunstwerken.

Meteen links van de ingang, achter de balie hangt een grote foto The Exotic Suite. With View. 800m2 communal space. van Sander Wassink. De titel doet denken aan de borden die staan bij de villa’s in aanbouw die we eerder zagen. Wassink heeft enkele ‘appartementen’ van de Bijlmertorens vrolijke zonneschermen gegeven. Aanvankelijk wilde hij de tralies voor de ramen laten weghalen, want asielzoekers zijn toch geen gevangenen. Maar dit plan werd afgewezen. Toen de Bijlmerbajes werd opgeleverd hadden de ramen geen tralies, maar stevig glas. Naar bleek niet stevig genoeg. Daarom werd besloten alsnog tralies aan te brengen, horizontale, die eufemistisch ‘lamellen’ werden genoemd. Dat bracht Wassink op het idee om de ramen echte zonweringen te geven, die de asielbezoekers mochten ‘individualiseren’ (naar eigen inzicht versieren?). Maar ook dit plan werd afgewezen. Wat rest van dit plan is een foto die een indruk geeft van hoe de torens eruit hadden kunnen zien.

Rechts hangt Klare taal van Richard Niessen, een tijdelijk alfabet voor de tijdelijke bewoners van de Bijlmerbajes. Niessen ontwikkelde het alfabet samen met Mohammad Reza Amiri en Joy (kunstenaarsnaam van Farah Shreta, Farah betekent vreugde). Ze lieten zich inspireren door Arabisch, Latijn, Cyrillisch en Tingrinya. Daarbij speelden vragen als: Wanneer kun je letters nog lezen? Wanneer verandert tekst in beeld? Of het tijdelijk alfabet werkelijk de spraakverwarring tussen de tijdelijke bewoners van de Bijlmerbajes kan oplossen, valt te betwijfelen. Maar we vinden het een mooi idee.

Tegenover de ingang zien we zes posterachtige foto’s van de serie Scooters will never die!!! hangen. Na een reis door Kenia viel het Jan Hoek bij thuiskomst op hoe saai Nederlandse voertuigen zijn vergeleken bij de ‘rondrijdende kunstwerken’ in Nairobi. Verder viel hem op dat de irritatie over scooters weer was toegenomen. Dat bracht hem op het idee zes scooters een metamorfose te geven, ze om te toveren tot ‘coole, individuele voertuigen’. Hij werd bijgestaan door het Metamorfose Team, bestaand uit drie Afrikaanse immigranten: Mamoun (autospuiter), Bacardi (mecanicien), en Abdul Aziz (ontwerper). De scooters zijn een verlengstuk van hun eigenaar geworden: een hamburger scooter, een roze divascooter, en een Oost-Europese discoscooter. Zelf rijdt Hoek rondt op zijn vuurscooter met vlammen.

Naast de scooterposters heeft Mounira al Solh, die uit ervaring weet wat het is om vluchteling te zijn, een bed neergezet. Vluchtelingen hebben nachtmerries, maar ook toekomstdromen. Al Solh nodigt de asielzoekers uit daarvan tekeningetjes te maken, die ze daarna samen boven het bed hangen. Zo kunnen bezoekers zich inleven in hun situatie. Naarmate er meer tekeningen bijkomen, zal de wandinstallatie The Maquette of Dreams uitdijen. Uiteindelijk wil Al Solh die tekeningen bundelen in een boek, samen met de bijbehorende verhalen die ze optekent tijdens interviews.

In het midden van de zaal ruikt het opeens heel lekker. Mayra Sérgio heeft over twee houten constructies twee landschappen gedrapeerd: de een van kamille, de ander van rozenblaadjes. De twee constructies vormen als het ware de muren van een ruimte, die precies de afmetingen heeft van een cel. Daarin staan krukjes. Tegen een pilaarachtige wand staat een rek met theeglaasjes, een gaspitje, kannen, en vergietjes. Met een lepel schept een van de suppoosten wat rozenblaadjes in een kannetje en giet daar warm water op. Ze biedt ons een heerlijk glaasje thee aan. Thee zoals Syrische vrouwen thuis maakten. Met De smaak van thuis heeft de Braziliaanse Sérgio deze vrouwen ver van huis een thuis willen geven.

Aan de wand tegenover deze geurige installatie hangt een wand vullende dubbeltekening van Jan Rothuizen: De geur van de gevangenis. Rothuizen voorziet zijn tekeningen van tekst; samen vertellen ze een verhaal, meestal zijn commentaar op een bepaalde situatie. Zijn tekeningen zijn geen striptekeningen, maar ‘leestekeningen’. Deze dubbeltekening is een dubbelportret, van een cel in de Bijlmerbajes. In rood de cel van een jonge gedetineerde, Gert, en diens verhaal (2009), in blauw dezelfde cel waar nu asielzoeker Ahmed verblijft, en zijn verhaal (2017). Gert zat er in afwachting van zijn straf, Ahmed in afwachting zijn vluchtelingenstatus. Hun verhalen zijn verschillend. Maar de cel van Ahmed is dezelfde getraliede cel als die van Gert, op de 9e etage in toren 'De Weg'. Nog steeds kan er geen raam open kan. Zelfs de geur is dezelfde.

Maze de Boer heeft zijn hoek in het Tijdelijk Museum het uiterlijk van een internationale kunstbeurs gegeven. In het AZC worden bewoners gereduceerd tot hun vluchteling zijn, maar ze zijn mensen met een beroep: advocaat, schrijver, bakker, metselaar, of kunstenaar. Daarom besloot hij vier kunstenaars, bewoners uit het AZC of medewerkers van de Refugee Company, in zijn beursstand te vertegenwoordigen. Ze presenteren zich onder de naam APKAR (Artist Previously Known as Refugee).
De wat knullige wandinstallatie van Yara Said, een van de APKAR-kunstenaars, lijkt niet helemaal op z'n plaats in deze 'gladde' beurshoek. Op de grond voor het wandje ligt alles wat Said bij zich had toen ze in Nederland arriveerde: onder andere de gympjes waarop ze haar ‘reis’, die begon in Istanbul, aflegde. Op de muur erboven staat geschreven wat wat is. Ook heeft ze portretten op de wand getekend van geliefden die ze heeft moeten achterlaten: behalve haar moeder en grootmoeder ook haar hond.

Het plan van het kunstenaarscollectief Eddie The Eagle Museum werd afgeblazen door het COA. De kunstenaars wilden met ‘discotorens’ in herinnering roepen dat gedetineerden elkaar ’s avonds berichtjes stuurden via lichtsignalen in morse. Om die ‘discotorens’ te realiseren was wel de hulp van de nieuwe bewoners nodig: ze hoefden alleen maar gekleurd papier te houden voor een lamp die ze afwisselend aan en uit moesten doen. Nu heeft het collectief slechts een foto opgehangen: You’ve got a friend, waarmee ze de hulp en/of vriendschap van (vrijwillige) hulpverleners aan de orde stellen. Hoe is ons niet helemaal duidelijk geworden.

Vervolg op 1e en 2e verdieping

Voor twee van de kunstwerken moeten we naar boven. Op de eerste verdieping lopen we door de gang met spreekkamers, waar de gedetineerden hun advocaat konden spreken. Lola Lik verhuurt deze spreekkamers aan kunstenaars om kunstwerken te realiseren. Naar binnen kijkend - de deuren zitten op slot - zien we meer en minder geslaagde installaties.

Net om de hoek bij de controlekamer is in een wachtkamer de video-installatie van de Israëlische Gali Blay te vinden. De installatie bestaat uit een console van zes kleine controlemonitors. Hierop zijn verschillende video’s te zien. Blay heeft zes vluchtelingen, sommigen met een verblijfstatus, anderen nog in afwachting daarvan, gevraagd naar hun beeld van Europa voor en na hun reis. Dat beeld is vaak ingegeven door films en media. Een jongen die politicus wil worden, merkt bij voortduring dat het bijna onmogelijk is uit het hokje ‘vluchteling’ te komen, laat staan de politiek in te gaan. Blay citeert hem op de tegeltjesmuur naast beelden van Mark Rutte en Angela Merkel die in het Europese parlement hun standpunten over migratie naar voren brengen. Beelden van Amsterdam passeren de revue naast het citaat van een statushouder die de grachtenpanden van Amsterdam geweldig vindt, maar zelf nog geen woning toegewezen heeft gekregen. Dat de camera’s nog steeds alles in de gaten houden blijkt als de bezoekers plotseling op alle zes schermen zichzelf te zien krijgen.

Nog een verdieping hoger heeft Teun Castelein in de wachtkamers, die vroeger sauna’s werden genoemd omdat gedetineerden hier zwetend hun registratie afwachtten, de Bijlmer hamman gerealiseerd. Mohammad al Masri, een uit Syrië gevluchte student bedrijfskunde, leidt de hamman, daarbij bijgestaan door medewerkers die hij rekruteerde in het AZC. Naast gescheiden gedeeltes voor mannen en vrouwen is er ook een gemengd gedeelte. ‘Naakt mag, maar hoeft niet, en ook een scrubbeurt of massage (al dan niet hardhandig) is optioneel’, lezen we in de Tijdelijk-Museum krant. Castelein hoopt dat mensen met verschillende achtergronden de hamman komen gebruiken. ‘Natuurlijke integratie’, noemt hij dat. Voor asielzoekers is het bezoek gratis, andere bezoekers betalen 27,50 euro.

Bye, Bye Bajes

Door het Tijdelijk Museum onder te brengen in de Bijlmerbajes hebben initiatiefnemers Nathalie Faber (curator) en Claartje Kortbeek (producer) de Bijlmerbajes niet alleen tot onderwerp van veel kunstwerken gemaakt, maar ook tot ‘kunstwerk’. In zijn oude èn nieuwe functie. Het resultaat is een knap staaltje van wat ik ‘geëngageerde gemeenschapskunst’ zou willen noemen. Gedetineerden leidden hier bepaald geen prettig bestaan. Maar is het voor de asielzoekers, die we voorzichtig de nieuwe bewoners noemen, zoveel beter? Nee dus! Dat wisten we natuurlijk al. Maar de kunstenaars van het Tijdelijk Museum hebben ons dat nog eens goed ingewreven.

In 2018 zullen het Tijdelijk Museum en het AZC hun deuren sluiten. Ook de containercampus van de studenten zal geleidelijk aan verdwijnen om plaats te maken voor het oprukkende Bijlmerkwartier. Hoe dat er gaat uitzien is te zien in de expositie 'Bye Bye Bajes' die door het Architectuurcentrum Amsterdam (ARCAM) is ingericht tegenover het Tijdelijk Museum. Een van de maquettes van het Bijlmercomplex heet heel toepasselijk Vreiland, irritant genoeg met een ‘ei’ in plaats van een ‘ij’.
Tot eind 2017 focust het Tijdelijk Museum nog op het verleden en de actualiteit van de Bijlmerbajes. Gaat dat zien! Voordat het voorgoed ‘bye, bye’ is voor de bajes.