Gijs Assmann

Door Sya van 't Vlie


Eerste winnaar Keramiekprijs De Kei

Op 21 juni 2021 hielden Carolein Smit, Koos Buster en Gijs Assmann een pitch voor de jury van de Keramiekprijs De Kei. Assmann kwam als winnaar uit de bus. Beelden, het kwartaalblad voor ruimtelijk georiënteerde kunst, dat deze zomer een doorstart heeft gemaakt, vroeg me om een artikel te schrijven over Assmann, de eerste winnaar van de prijs. Ik moest meteen denken aan zijn tentoonstelling ‘Brengen | Halen’ (2014) op de terrassen van Museum Beelden aan Zee. Niet bepaald een tentoonstelling die ik associeer met keramiek. Hoe zit dat? Een artikel voor Beelden leek me een goede manier om dat uit te zoeken. Tot mijn verrassing blijkt Assmann een kunstenaar die de grenzen van de keramiek opzoekt en die graag overschrijdt door klei te combineren met andere materialen, en die soms zelfs het domein van de sculptuur verlaat om zich te begeven op het domein van andere kunstdisciplines.

‘Brengen | Halen’

Mijn eerste kennismaking met het werk van Gijs Assmann (1966) is de tentoonstelling ‘Brengen | Halen’ bij Museum Beelden aan Zee. Op het eerste gezicht een leuke, kleurige, en verhalende tentoonstelling, maar bij nader inzien een tentoonstelling die veel vragen oproept. Want niet altijd is duidelijk wat die verhalen precies vertellen. Ze doen een beroep op ons eigen associatievermogen.
Wat mij vooral opviel was dat Assmann met zijn beelden en opstelling in dialoog ging met het gebouw van Wim Quist. Drie vlaggen volgen, om niet te zeggen accentueren, de gebogen wand langs de hellingbaan die voert naar het hoogste terras. Ze vormen een aanvulling op de veelvoud van vlaggen langs de boulevard. De teksten op voor- en achterkant vormen samen de titels: ‘&EN’, ‘Hoop’, ‘Halen’ en ‘EN&’, ‘Schuld’, ‘Brengen’ resulteren in EN-EN, Hoop-Schuld, en Brengen-Halen (2014).
De glazen ballonnen met de titel Vlucht (IV – VII) (2014) hangen aan de wand langs de trap. De prachtige foto’s van Friso Keuris laten het ritmisch spel zien tussen de ballonnen en de kleurige schaduwen die ze werpen op de wand. Aan de ballonnen hangen onder meer een in brons gegoten vogel, duikboot, kanon, en een in poppenkleren geklede bronzen figuur. Symbolen van de verschillende manieren van ‘vluchten’, luidt de uitleg van Assmann. Een passende wandinstallatie langs de trap waarmee het publiek de terrassen meestal verlaat.

Verder valt de veelheid aan materialen op. Assmann combineert brons, glas, gips, en textiel. Ook gebruikt hij ‘objets trouvés’ of plaatst hij zijn beelden op houten sokkelachtige stellages.
Getuigenis is een in wit gewaad geklede figuur. Zijn hoofd is omklemd door een tafel met omhoog stekende tafelpoten, waardoor hoofd en romp van elkaar gescheiden worden. Als door een kraag; maar wel een heel angstaanjagende. Wat daarvan te maken? Ik moet denken aan een schavot. Wellicht biedt de titel uitkomst. Een getuigenis leggen we af voor de rechtbank, een verklaring over wat we hebben gezien. Voordat we die verklaring afleggen zweren we op de Bijbel dat we de waarheid, niets dan de waarheid, zullen spreken.
Brengen – Halen is een sculptuur die zich voordoet als een gebruiksvoorwerp: Het is een poging van Assmann om zich als beeldhouwer te verhouden met de traditie van 19e eeuwse schilders van het realisme die buiten in de natuur ‘en plein air’ gingen schilderen. Want Brengen – Halen is een beeldhouwbok voor boetseren buiten. Op het werkplateau van de bok is al een begin gemaakt met een, in brons gegoten, geboetseerd dennenbos. Verder ligt er boetseergereedschap op de bok en ernaast staat een in brons gegoten bezem om de bij het boetseren ontstane rommel op te ruimen.

Maar het meest intrigerend vind ik Ode aan Mandela (2014). Het verband tussen beeld en titel ontgaat me volkomen. Een figuur in blauw gewaad met het rode hoofd van Popeye wordt doorboord door een boomstam met voeten en het gele hoofd van Olijfje. De boomstam wordt gedragen door een stellage waardoor de figuur iets weg heeft van een ruiter te paard.

De uitleg van Assmann is gebaseerd op een latere versie, waarbij de figuur een witte mantel met blauwe voering draagt. Allereerst wijst hij op de kleuren en compositie. Die zijn ontleend aan Mondriaan. Ode aan Mandela (II) (2015) is een vertaling van abstract in figuratief, en van tweedimensionaal in drie dimensionaal. Kortom, van een plat abstract schilderij in een figuratieve ruimtelijke assemblage.
Assmanns duiding van de inhoud is al even fascinerend: ‘iemand in het hart dragen’. Ode aan Mandela is een dubbelportret bestaand uit twee samengesmolten figuren, een verticale man met het glazen hoofd van Popeye en een horizontale vrouw met het glazen hoofd van Olijfje. De vrouw, van wie het lichaam bestaat uit een boomstam, doorboort de in witte mantel geklede man door zijn buik. Haar onderlichaam steekt uit zijn voorzijde, haar bovenlichaam uit zijn rug. Hun ledematen steken zoveel mogelijk verschillende kanten op. ‘De twee lichamen moeten de indruk wekken op een natuurlijke manier één nieuw lichaam te hebben gevormd. Slechts in verbondenheid met de ander zijn wij in staat het ware geluk te vinden, met alle tekortkomingen. Een nieuwe figuur compleet en vol mededogen: indringend, ontwapenend, confronterend, persoonlijk en oprecht,’ aldus Assmann. In de wetenschap van hoe het Mandela en zijn echtgenote Winnie is vergaan, kan ik dat op ‘natuurlijke manier één lichaam vormen’ niet thuisbrengen. Hoezo ode? Ondanks de hoofden van de stripfiguren interpreteer ik dit beeld als een agressieve doodsteek. Een wel heel aparte manier van iemand in je hart dragen.

De laatste alinea van de museumtekst lijkt de tentoonstelling, en vooral Getuigenis en Ode aan Mandela, goed in woorden te vangen: ‘Het Kwaad verschijnt vaak in een vertederende, verleidelijke nabijheid, de mens in de slapstick-achtige hulpeloosheid van een pias. Assmann poogt zo – tegenover onvermijdelijk falen, de dood of het onafwendbare eind – de troostende, lichte en hoopvolle kant van het bestaan weer te geven.

Assmanns pitch

Terug naar het heden, naar Assmanns pitch voor de jury. Hij opende zijn presentatie met een dia van Zelfportret als kip (II) (2021). Hoe leuk en gedurfd is het om jezelf te introduceren als de kip die trots de winnende eieren zit uit te broeden. Het juryrapport schetst hem als een man van ‘meerdere talenten’: niet alleen maker van objecten en werken in de publieke ruimte, maar ook docent. Verder benadrukt de jury dat Assmann met zijn werk en presentaties daarvan een belevenis weet te creëren die bij de kijkers appelleert aan meerdere zintuigen.

In de tekst van zijn pitch komt een passage voor die ik lees als het ‘mission statement’ van Assmann:
In het werken met keramiek staat het proces van het maken centraal. In een tijdsgewricht waar alles gaat over verklaarbaarheid, snelle effecten en beschikbaarheid stelt de ambachtelijkheid die het werken met klei verlangt eisen als geduld, traagheid, technisch kunnen en concentratie. In dat perspectief is de keuze voor het werken met keramiek niet zozeer van deze tijd, als wel een voor deze tijd. Keramiek staat zo voor een beschouwend karakter en voor alles dat in de 21ste eeuw naar de achtergrond lijkt te zijn verdwenen: handwerk, antimodernisme en vertedering, kortom 'slow art'. Keramiek ligt aan de basis van mijn werk. De spanning tussen directheid waarmee je in klei kunt werken en het technisch kunnen die het werken met klei vereist biedt morgelijkheden om denken en maken in elkaar te vlechten.

Vanitas-beelden en Prophetic messages

Ik vind de keuze van de jury voor Assmann verrassend. Afgaand op de tentoonstelling ‘Brengen | Halen’ vind ik hem eigenlijk geen keramist pur sang. In het gesprek dat ik met hem heb in voorbereiding op mijn artikel, beaamt hij dat. In zijn beelden combineert hij graag keramiek met andere materialen, zoals glas, hout, en textiel, en soms ook met gevonden voorwerpen. Daarom zie ik hem als een assembleur. Maar Assmann benadrukt dat boetseren of modelleren (het rondom een kern van binnen naar buiten toevoegen) steeds het uitgangspunt zijn.

Sinds 1992 maakt Assmann Vanitas-beelden. Hij noemt de serie een constante in zijn oeuvre. Op zijn website lees ik: ‘Elk werk uit deze serie is opgedragen aan een vriend of kennis van mij, en is op te vatten als portret van deze personen gemaakt met de middelen van een stilleven. Ze zijn ontstaan in een poging de gedachte dat alles vergankelijk is, aan die persoon kenbaar te maken, en trachten tegelijkertijd een herinnering aan die persoon te fixeren. Dit met het besef dat die persoon nog leeft, en onherroepelijk zal sterven.’
‘Brengen | Halen’ telde verschillende Vanitas-beelden van brons en andere materialen. Vanitas (voor Folkert V.) IV (2014) is een voorbeeld. Het is een balanceer act van een bronzen verticale smalle ellipsvorm waartegen biljartballen zijn gefixeerd, staand op een realistisch bronzen takje, met rechts een bronzen vogeltje en links een bronzen ronde bal. Uit 2012 dateert een eerdere versie van Vanitas (voor Folkert V.) IV. Een exemplaar voor binnen omdat het bestaat uit kwetsbare materialen: een rode glazen kegel, op twee in brons gegoten boomstammen met rechts een opgezette gele parkiet en links twee op elkaar gestapelde ‘jeu-de-boules’ ballen. Op de kegel staat een geborduurde tekstregel uit een nummer van Johnny Cash, Down by the green river where Paradise lay. Assmann heeft Folkert V. geportretteerd als ‘een optimist die het vermogen heeft mensen te verbinden en die het onmogelijke mogelijk kan maken door pragmatisch doorzetten en handelen. Dat dit een zeldzame en wankele kwaliteit verbeeldt, blijkt uit de haast onmogelijke compositie van op elkaar balancerende 'jeu-de-boules' ballen en de omgekeerde glazen kegel.’

De keramieken Vanitas-beelden zijn veelal stapelingen. Ze refereren aan 17e eeuwse Nederlandse stillevens, met schedels, zandlopers en gedoofde kaarsen, die ons wijzen op de eindigheid van ons bestaan. Ze manen aan tot matiging. Assmann daarentegen ziet zijn driedimensionale vertalingen als een ‘oproep om het leven te vieren’. Vandaar dat hij ze vaak ‘bij leven’ al opdraagt aan zijn vrienden. Vanitas (voor Luigi) (1999) is een stapeling van een opengeslagen boek, een aardappel, en een omgekeerd ijshoorntje met drie bolletjes ijs. Het geheel oogt -en hier openbaart zich de humorist in Assmann- als een vrolijke clown met kraag en puntmuts.

A vous l’honneur (1995) is eveneens een stapeling van een opengeslagen boek, met daarop een bol met drie ronde gaten voor ogen en mond, die van de bol een hoofd maken. Het hoofd draagt een vogelnestje. Assmann heeft er meerdere versies van gemaakt in verschillende kleuren: ‘voor vrienden die hij wellicht is vergeten’. Die kunnen in het nestje neerdalen. Door de verschillen in kleur en textuur (mat of glanzend) ziet het ene eerbetoon er heel anders uit dan het andere.

Prophetic message is een multiple die Assmann in 2019 heeft gemaakt voor ‘We Like Art’ bij Felix Meritis. De keramieken stapelingen hebben eveneens een opengeslagen boek als basis, met daarop een bierflesje. Ook hier gebruikt hij weer een ‘objet trouvé’: uit de hals van ieder flesje hangt een vintage dameszakdoek. Het boek verwijst naar de taal. Het onschuldig ogende flesje met dameszakdoek is verwijzing naar een molotovcocktail, de ‘granaat van de arme man’, die bij protestbewegingen door demonstranten tot ontsteking wordt gebracht met een brandende lap. Een verontrustend beeld in een poëtische verpakking. Door overtuiging te koppelen aan geweld voegen de Prophetic messages als het ware de daad bij het woord. Of zijn ze een waarschuwing dat juist niet te doen?

Assmann besteedt altijd veel zorg aan de presentatie van zijn werk. Zo presenteerde hij zijn serie Prophetic messages bij Felix Meritis in een gele kast.

‘Site specific’ ensceneringen

In 2004 kreeg Assmann een opdracht van de J.C. Pleysierschool De Zefier, een school voor voortgezet speciaal onderwijs. De school verzorgt het onderwijs voor stichting De Jutter, het centrum voor jeugdpsychiatrie te Den Haag.

Kern van de opdracht aan Assmann was het creëren van een herkenbare eigen plek van de school binnen het complex. Met een toegankelijke verbeeldingstaal zocht Assmann aansluiting bij de moeilijke situatie van de gebruikers. Hij koos voor de vier seizoenen die werden voorgesteld als een verklede wolf (lente), een slapende vogel (zomer), een pauw die aan een trapeze hangt (herfst), en een aap die uit een smeltende sneeuwpop stapt (winter). Assmann heeft deze door hem zelf bedachte sprookjesfiguren in keramiek uitgevoerd. Bijzonder is dat hij ze hun habitat meegaf in de vorm van muurschilderingen met mysterieuze landschappen. Het zomerlandschap is een combinatie van een echte houten schutting en geschilderde planten. Assmann benadrukt dat elk van de vier de geschilderde landschappen en de polychroom geglazuurde beelden één geheel vormt. De vier ‘site specific’ ensceneringen, met de titel To go up and tot go down (2004) staan verspreid door de school opgesteld.
Wat Assmann voor ogen stond was vrolijkheid en lichtheid te brengen in een omgeving van kwetsbaarheid en ziekte. Hij is daarin geslaagd door tijdens de voorbereidingen les te geven op de school en zo in contact te komen met de leerlingen en leraren.
De oplevering vond plaats op 31 augustus 2004.

Gevelreliëfs

In 1999 maakte Assmann het gevelreliëf Stilleven om de ingang van een ouderenwoning in de Amsterdamse Watergraafsmeer te markeren. Het reliëf getuigt van het belang dat hij hecht aan het gebruik van kleur bij kunstwerken in de openbare ruimte. Anders dan het beschilderen van een sculptuur, ziet hij glazuren, onlosmakelijk onderdeel van keramiek, als een natuurlijke manier om kleur toe te passen.

Architect Hans Wagner had Assmann gevraagd om een kunstwerk dat een integraal deel van het gebouw zou zijn, dat ‘een litteken zou nalaten als het zou worden verwijderd’. Assmann is daarin wonderwel geslaagd. Onder het eigenlijke reliëf bestaat de decoratie uit een plat tegeltableau dat perfect aansluit op het grijze brievenbussenpaneel. Rechts daarvan markeren de tegels de hoek van de toren, inclusief een nis. Bovenin steken een aantal keramieken bollen (zeepbellen) af tegen het baksteen van de torenmuur. Het reliëf bestaat uit een gedrapeerd kleed met fruit, een fles, en een schaal. In de nis rechts zit een aap (wit, blauw, zwart) bellen te blazen uit een groene po die hij op zijn schoot houdt. Assmann heeft dit tafereel uiteraard niet voor niets gekozen. Want in de traditie van de 17e eeuwse vanitas-schilderijen staan zeepbellen symbool de kwetsbaarheid van het leven. Ze reflecteren de omgeving maar spatten ook snel uit elkaar. Vaak zijn ze voorzien van het bijschrift 'homo bulla est’ ('de mens is gelijk een zeepbel', Erasmus). De aap, door de eeuwen heen geassocieerd met de duivel, de zondeval (aap met appel), en wellust, maakt van iets onreins en aards iets schitterends en betoverends als een zeepbel. Daarnaast staat de aap symbool voor de kunstenaar, nabootser – na-aper – van de werkelijkheid. Is deze aap wellicht een zelfportret van Assmann die prachtige zeepbellen voortbrengt?

Het driedelige aluminium gevelreliëf dat Assmann in 2020 realiseerde op de voorgevel van het clubgebouw van het vernieuwde woonwagencentrum Beukbergen, laat zien hoe anders het effect is van monochrome reliëfs op een muur. Het punt van stilte is vervaardigd in opdracht van de Gemeente Zeist. Uitganspunt was om ‘het verlangen, de geschiedenis en de identiteit van de bewoners’ te verbeelden en eren in een kunstwerk.’
Het gevelreliëf is opgebouwd als een collage, een kunstvorm die aan het begin staat van wat ik ‘sculpturalisering’ van het schilderij-oppervlak noem. De collage is een kubistische vinding. Kunstenaars als Pablo Picasso en Georges Braque combineerden stukjes realiteit –kranten, behang, flesetiketten, stukjes bladmuziek, oude eigen tekeningen – tot een compositie om de oorspronkelijke ‘boodschappen’ te verstoren en samen te voegen tot een nieuwe, veelal gelaagde boodschap. Deze vermenging van beelden maakt dat verschillende werkelijkheden tegelijk waarneembaar zijn. In zijn collage draait Assmann de procedure om. De gevel die functioneert als schilderij-oppervlak, vertegenwoordigt de realiteit van het hier en nu. Zijn reliëfs tonen afbeeldingen van woonwagens uit verschillende perioden in de geschiedenis: de houten woonwagen (ca 1940), de toercaravan (ca 1960), en de VROM woonwagen (ca jaren ’80). Ze staan voor de herinneringen van de woonwagenbewoners. Ze vormen geen continu relaas want de flarden uit het verleden worden doorbroken door de ramen van het bestaande clubhuis, het heden.

Galerie-opstellingen

Anders dan de ‘site specific’ ensceneringen en gevelreliëfs maakt Assmann regelmatig nomadische galerie-opstelllingen. Nomadisch omdat het inrichtingen betreft met veelal dezelfde kunstwerken, maar op verschillende locaties. ‘Flesh and Stone’ is zo’n reizende tentoonstelling.

Ik zag ‘Flesh and Stone’ in de stand van Galerie Nouvelles Images op Art Rotterdam 2018. De galerie viel op met een aan één kunstenaar gewijde solo-expositie. Tom Postma van Tom Postma Design maakte het stand-ontwerp conform de uitgangspunten van Assmann. Voor de uitvoering tekenden Teun van der Heide (hout) en Ernst Paradis (gradiënt muurschildering) conform de ideeën van Assmann. Zelf nam hij de inrichting ter hand. Als een curator toont kunstenaar Assmann eigen werk. Niet alleen keramieken beelden, maar ook schilderijen en aquarellen. Veel werken verwijzen naar transformatie en reizen: boten (gestrand of voor anker in wasbakken), personen in een walvis en vliegende figuren. Volgens eigen zeggen getuigen ze van zijn uit de hand gelopen hobby’s, en van zijn ‘verlangen het wonderbaarlijke leven te omarmen en ongeloof op te schorten om voorwaarts te bewegen’.

Een jaar later maakt Flesh and Stone deel uit van de groepstentoonstelling ‘Uit de klei’ bij het Kunstmuseum te Den Haag. In overleg met Assmann heeft Postma zijn ontwerp aan de museumzalen aangepast. Uit respect voor het ‘art deco’-gebouw van architect H.P. Berlage heeft Assmann de wanden door Paradis in gradiënt laten uitvoeren in het kenmerkende geel van de door Berlage gebruikte baksteen.

Assmann omschrijft ‘Flesh and Stone’ als een ode aan een zinnelijke leven, het lichamelijk denken en de noodzakelijke verbondenheid met de grote vragen van het leven. Een verlangen naar standvastigheid in twijfel, waarin hard en zacht met elkaar in balans zijn.’ There is a tide in the affairs of men, which taken at the flood, leads on to fortune; Omitted, all the voyage of their life is bound by shallows and in misery. William Shakespeare (1564-1616), Julius Caesar 4, 3).

Prijsuitreiking

De leidraad van dit artikel is Assmanns pitch voor de jury van Keramiekprijs De Kei. Door de gerichtheid op keramiek is onderbelicht gebleven dat Assmann veel meer is dan een keramist. Hij maakt textiele werken, zoals vaandels en Sinnepop, en realiseert opdrachten in glas, zoals Bodem Prisma's, en roestvrij staal, zoals Pendulum. Juist daarom heeft hij de grenzen van de keramiek weten te verruimen. Wat de jury ongetwijfeld heeft meegewogen bij het toekennen van de prijs aan Gijs Assmann.
Op 10 oktober 2021 vindt de prijsuitreiking plaats in Museum Prinsenhof te Delft. Behalve een geldbedrag behoort ook een tentoonstelling tot de prijs, bij Galerie Terra in Delft.
Kortom, wordt vervolgd!

Bronnen:
Power Point presentatie voor de jury Keramiekprijs De Kei, juni 2021
Gesprek en mailwisseling met Gijs Assmann, juli en augustus 2021
mailwisseling met Simone Haak, voorzitter van de jury, augustus 2021
Gijs Assmann – ‘kunstproject J.C. Pleysierschool’, 2001
Keramiekprijs De Kei – juryrapport editie 2021
Piet Augustijn – ‘Gijs Assmann: Schijnbare tegenstellingen die toch een soort eenheid vormen’, in: Glas 20/3
Claudia Linders – ‘Ideale(n) opdrachtgever(s) 2020, op website Stadscuratorium
websites Gijs Assmann, Stroom, en SKPD