HazArt – ‘Out of the Box #3’

Door Sya van 't Vlie


Laatste editie van drie jubileumtentoonstellingen

HazArt viert haar 5e lustrum met een serie jubileumtentoonstellingen van beeldhouwers die de galerie gedurende de afgelopen 25 jaar heeft gepresenteerd. Na beide vorige edities van Out of the Box te hebben gemist, wilde ik deze laatste editie persé bezoeken. Temeer omdat ik met veel van de exposanten in mijn SBK-tijd exposities heb gemaakt. Ik was benieuwd naar hun recente werk. Wat me verraste was dat er op zo’n traditionele galerie-expositie zoveel grensverleggend werk en zelfs crossovers te zien waren. Niet van die heel spectaculaire, maar zeker het vermelden waard.

Crossovers tussen sculptuur en architectuur

Echte mengvormen van sculptuur en architectuur zijn sculptuurbouwsels en inloopsculpturen. Ook de bouwbeeldhouwkunst aan de Amsterdamsde Beurs van Berlage is een echte crossover tussen beide disciplines. Maar een gebouw kan ook het onderwerp van een sculptuur zijn, zoals bij Jurjen Ravenhorst. Maquettebeelden vormen een andere categorie. Marina van de Kooi zou haar Schuilhuis graag op grote schaal uitgevoerd zien, Kapelletje van Ruud van der Beele is een voorstudie voor een kapel die werkelijk is gerealiseerd.


Hoewel ze naast elkaar staan, zullen veel kijkers bij het zien van Twee huizen van Jurjen Ravenhorst, denken: ‘wat een eenzame huizen’. Ze staan er verlaten bij, zonder omgeving en zonder mensen. Net als op Ravenhorsts schilderijen met huizen gaat er van die verlatenheid iets dreigends uit. En de sculpturen zijn net als hun geschilderde versies gereduceerd tot hun meest elementaire huisvorm: rechthoek met puntdak en vensters. Die schilderijen hebben vaak dezelfde zuidelijke zandkleur als deze Twee huizen. Hoewel er geen mens valt te ontwaren suggereert Huis met kelder wel bewoond te zijn. Dat komt door de verhalende ‘aankleding’. Het huis gaat gedeeltelijk schuil achter een hoge muur, die wordt bekroond door een omheining van prikkeldraad. In de muur bevindt zich een gesloten hek, waarachter een trap te zien is. Als kijker sla je aan het fantaseren. Leidt die trap naar het huis of naar de kelder? Of naar allebei? Wat heeft de bewoner te verbergen in die kelder? Of wie?
Ravenhorsts huizen zijn geen maquettes die wachten op uitvoering op ‘huisformaat’. Het zijn eerder vertalingen van zijn geschilderde huizen naar sculptuur. En dat is het knappe: met medeneming van hun sfeer.

Beeldhouwer Marina van der Kooi is een paar jaar geleden overgestapt van meer traditionele beelden in brons en steen, naar wat ik 'maquettebeelden' zou willen noemen. Hoekman behoort nog tot de traditionele beelden. Hij is zo verlegen dat hij om te voorkomen dat hem iets wordt gevraagd, in een hoek gaat staan. De enige link met architectuur is wat er zou gebeuren als zijn titel letterlijk zou bepalen waar hem neer te zetten. Hoe zou hij eruit zien staand in een hoek, de ruimte markerend?
Schuilhuis lijkt op het eerste gezicht een gewone abstracte sculptuur. Maar de titel verraadt dat het gaat om een ‘maquettebeeld’. Door een figuurtje in de opening te zetten, trekt Van der Kooi je aandacht naar binnen, naar een spannende opeenvolging van ruimten waar door openingen het licht naar binnen valt. Het figuurtje dat in de ‘entree’ staat doet denken aan Hoekman. Van der Kooi bevestigt telefonisch dat ze inderdaad haar voorontwerp voor Hoekman heeft gebruikt voor dit mannetje. Eigenlijk is hij net iets te hoog, maar een kleine buiging maken voor je het Schuilhuis binnen gaat, vindt ze wel gepast.
Schuilhuis is bedoeld om uitgevoerd te worden op een schaal 6 x 7 x 2,5 m in steen of beton.

Het Kapelletje van Ruud van der Beele zou vanwege z’n antieke uitstraling zomaar een ‘objet trouvé’ kunnen zijn. Maar niets is minder waar. Van der Beele heeft het helemaal zelf gemaakt. Het is een van drie modelletjes voor een kleine kapel die hij bij de Penitentiaire Inrichting Ter Peel in Evertsoord heeft gerealiseerd. Oorspronkelijk stond daar onder een kameelboom een kapel, die spoorloos is verdwenen. In mei 2016 werd Van der Beele’s kapel ingewijd met de zegen van de hulpbisschop.
In Kapelletje staat een klein tafeltje. Een offertafeltje misschien? Immers Van der Beele is ook de maker van Offertafel. In 2014 kreeg hij een opdracht voor een beeld op de rotonde bij de kantfabriek in Horst aan de Maas. Eerst vond hij dat kant maar oubollig, maar toen hij zich erin ging verdiepen, vond hij het zo interessant dat het hem inspireerde tot het maken van panelen en sculpturen die ogen als kantwerk. Dat geldt ook voor Offertafel waarvan het ‘kantwerk’ is gemaakt van elektriciteitsdraad. Van der Beele presenteert Offertafel op een platte wolk. Zo benadrukt hij niet alleen de fragiele constructie maar ook de verheven functie van zijn sculptuur

Crossovers tussen sculptuur en schilderkunst

Behalve crossovers tussen sculptuur en schilderkunst van Olivier Julia en Evert van Hemert, waren er ook crossovers te zien tussen sculptuur en de twee andere 2D-disciplines: grafiek en tekenen, met spannende bijdragen van respectievelijk van Wim Jonkman en Linda Verkaaik.

Olivier Julia is een minimalist. Hij treedt in de voetsporen van Donald Judd die in de jaren '60 met zijn 'specific objects' de grenzen tussen schilderkunst en sculptuur liet vervagen. Julia's beschilderde wandpanelen en wandobjecten doen dat ook en zijn daarom crossovers tussen beide disciplines. De twee grotere vierkante wandpanelen vormen een schaakbordpatroon van over elkaar schuivende, om niet te zeggen 'in elkaar verweven', blokjes. Hoewel beschilderd geeft die gelaagdheid ze een sculpturaal oppervlak. Julia's wandobjecten gaan een stapje verder, ze spelen met de ruimte. Zo ook Composition réciproque dat bestaat uit twee verticale beschilderde houten balkjes. Het bovenste gedeelte van de linker balkje is lichter blauw dan het donkerblauwe onderste gedeelte, bij het rechter balkje is dat andersom. Beide balkjes zijn gescheiden door een smalle lege ruimte, die je ervaart als een nauwe spleet. Wat de compositie spannend maakt is dat de binnenzijden van de balkjes zijn beschilderd met bladgoud, dat praktisch niet te zien is, maar wel een gouden gloed verspreidt. Dat geeft de compositie een spirituele uitstraling.

De despectieve benaming voor de werkplekken van hoeren is hoerenkast. Evert van Hemert heeft die benaming letterlijk ‘vertaald’ in een kastje met dame achter het raam, dat hij liefkozend aanduidt als Het hoerenkastje. De dame in kwestie is een schilderijtje van Van Hemerts eigen hand. Hij heeft dit portretje als readymade ingezet en gecombineerd met twee gevonden voorwerpen: een venster en een plantje van plastic bloemen. Het venster, dat bij het afval van zijn buurman stond, heeft hij met een brander zwart gemaakt. Het plantje is afkomstig van een uitdragerij. Geplaatst in een kistje en hangend aan de wand, lijkt dit wandobject op een kastje met een deurtje met glazen raampjes. Het Hoerenkastje is een ode aan de dames waar Van Hemert vroeger in het centrum van Haarlem dagelijks langs kwam op weg naar en van zijn werk. Hij bewaart daar goede herinneringen aan, ze zwaaiden elkaar altijd vriendelijk toe. En daar bleef het bij.

Voortschrijdend inzicht van Wim Jonkman ziet er intrigerend uit. Maar waar sta je als kijker (ik bedoel natuurlijk mezelf) naar te kijken? Joost mag het weten. Dat is ook de bedoeling, want Jonkmans motto luidt: 'durf te twijfelen en omarm het raadsel'. Op verzoek mailt hij wat informatie toe. Jonkman heeft een eigen steendrukkerij. Maar behalve litho's maakt ook kleine werkjes in gemengde techniek die vaak aanleiding zijn voor een litho. Voortschrijdend inzicht is een 'semi-ruimtelijk werk', waarvan het startpunt het kleinste lithootje was dat hij ooit drukte. Door het samenbrengen van elementen, die, in eerste instantie niets met elkaar te maken hebben, groeide er een verhaallijn, die resulteerde in deze collage die bij hem de titel Voortschrijdend inzicht opriep. Hmm, die uitleg maakt me niet echt veel wijzer. Even doorvragen dus. Wat die bruine vorm is, geeft hij niet prijs. De bedoeling is dat kijkers zelf gaan associëren en daarbij putten uit hun eigen geschiedenis. Hoewel hij steendrukker is, is hij 'niet zo van achter glas'. Daarom is hij regelmatig op zoek naar andere presentatievormen. Voortschrijdend inzicht is een collage. Op de bruine vorm is een presenteerblaadje bevestigd, met daarop een litho. Hierover geeft Jonkman wel wat informatie. Op die litho, getiteld Atlantis, staat een zeppelin. Geen gewone want in zijn binnenste bevindt zich een prentje van een landschapje met een fabriek met rokende fabriekspijpen. Dat prentje, vermoedelijk een voorstelling voor de binnenkant van een sigarendoos, is een 'objet trouvé' dat hij vervolgens heeft getransformeerd tot een 'objet troublé' dat past in het werk. Dat landschapje heeft hij weten op te piepen van een 19e eeuws litho steentje. Vervolgens is hij er zelf mee aan de slag gegaan door de zeppelin - sigaarvorm! - middels drie drukgangen toe te voegen. De titel Voortschrijdend inzicht zegt iets over zijn stappenplan, dat tot deze collage leidde, 'maar is ook intrinsiek aanwezig in het werk: de bovenste helft representeert de "bouwtekening" van de onderste helft'. Daar stond ik dus naar te kijken. Het raadsel is grotendeels opgelost. Zou die bruine vorm het verloren gewaande eiland Atlantis zijn, gezien vanuit de overvliegende zeppelin???

Linda Verkaaik staat bekend om grote dramatische ensceneringen van ijzer, zoals Het Laatste Avondmaal in het Odapark te Venray. De gevolgen van een val uit een boom verhindert haar momenteel dergelijke zware werken te realiseren. Maar ze heeft van de nood een deugd gemaakt. Ze maakt nu dramatische ruimtelijke/sculpturale tekeningen. Bij een tekening gaat het om lijnen getekend op de drager papier. Verkaaik draait deze werkwijze om door metaaldraad die ze heeft gemodelleerd in de gewenste vorm tot drager te maken van het transparante papier dat ze er als een huid overheen heeft gedrapeerd. Het resultaat oogt kwetsbaar, wat past bij de dramatiek van haar onderwerpen. Dat geldt ook voor Piëta. Gewoonlijk stelt een piëta Maria voor met de dode Christus in haar schoot. Verkaaik heeft Maria weggelaten; de dode Christus wordt onder de armen ondersteund door een Taukruis, zijn hoofd hangt geknakt naar achteren. Bij Drowning voert Verkaaik de dramatiek verder op door vier drenkelingen te presenteren op een lichtblauwe lichtbak. Ze legt uit dat maar één van de vier nog onder water is, de drie anderen komen met zwaaiende armbewegingen naar boven zweven. Als balletdansers. Zo wil ze haar heftige thema iets luchtigs meegeven.

Natuur als materiaal

Bij crossovers tussen natuur en sculptuur denk je onmiddellijk aan landart. Maar de natuur levert ook materiaal voor sculpturen op. Mari Shields gebruikt bomen en takken, Mark van Praagh strandhout.

Beeldhouwer Mari Shields is een echte natuurkunstenaar. Haar materiaal zijn bomen die zijn gekapt omdat ze wegens ziekte of ouderdom een risico voor de veiligheid vormen/zijn. Shields realiseert grote projecten die ze beschouwt als een eerbetoon aan de bomen, als leveranciers van de zuurstof die we inademen, de vruchten die we eten, en het hout waarvan we onze huizen bouwen. Hopper laat zien dat ze ook kleine composities kan maken van kersenhout en hout van de gouden regen. Niet zomaar een compositie, maar een die precies uitbeeldt wat de titel aangeeft: een sprinkhaan, die graag van tak op tak springt.

Als een strandjutter zoekt Mark van Praagh de stranden van Kreta en Zuid Frankrijk af op zoek naar aangespoeld hout. Door verschillende stukken strandhout samen te voegen met behulp van houtverbindingen ontstaan zijn objecten. Vaak vormen ladders de verbindingen tussen twee vormen, of reiken ze, zoals in Hemelladder, omhoog naar de hemel. Soms heeft Van Praagh tussen de houten vormen beschilderde vellen van op elkaar gelijmde lagen papier gespannen. Deze vlakken accentueren de open (rest)vormen tussen het hout en zorgen voor een afwisselend samenspel tussen de verschillende vlakken. Klimmen en schommelen is daarvan een voorbeeld. Links van een groepje stammen bevindt zich een ruimte opgevuld met blauw beschilderde vellen en rechts een met ladders opgevulde ruimte. Een enkele keer bedekt Van Praagh de vellen met onleesbare, kalligrafische tekens.

'Objets trouvé's'

Het 'objet trouvé' is een gevonden voorwerp dat door kunstenaars, al of niet gemodificeerd, wordt geïntegreerd in een kunstwerk. Het is te herleiden tot de ‘readymade’, een kant-en-klaar object dat wordt gepresenteerd als kunstwerk. Henk Slomp integreert 'objets trouvé's' (waaronder stenen) in verhalende sculpturen. Miriam Londoño maakt gebruik van wel heel bijzondere gevonden voorwerpen: woorden, teksten, en namen.

Bij het zien van Out of the Box van Henk Slomp stelde ik me voor hoe hij op de zolder van zijn ouderlijk huis in kartonnen dozen of een oude koffer tussen allerlei prullaria op zoek was naar iets van zijn gading. Of om eruit te 'redden' wat niet mocht belanden bij het grofvuil. Desgevraagd vond hij dat niet zo’n gek beeld. Want als verzamelaar zoekt hij niet alleen op de eigen zolder maar ook op die van vrienden, en op rommelmarkten naar het verleden, naar dingen die iets zeggen over de tijd waarin ze gemaakt en gebruikt werden, dingen met een bepaalde uitstraling: spiegels van hun tijd. Out of the Box en ook Reis door de tijd gaan over wat we met ons meedragen in dit leven, niet alleen materiële maar ook immateriële zaken. Soms is dat ballast, soms van grote waarde, soms weten we niet meer waarom we het meeslepen, alleen maar dat het mee moet.
In de beeldentuin stuitte ik op Slomps Organic Steel, een cortenstalen plant die trossen van stenen draagt.


Het is misschien wat ver gezocht om Miriam Londoño te scharen onder de kunstenaars die 'objets trouvé's' opnemen in hun werk. Maar haar speuren naar woorden, teksten en namen en wat ze vervolgens met haar vondst doet, is vergelijkbaar met het afstruinen van rommelmarkten naar prullaria. Londoño realiseert onder andere tekstwerken die opgehangen aan de wand ogen als wandkleden maar dan zonder de soepelheid van een kleed. Ze geeft de door haar gevonden woorden, teksten, en/of namen een driedimensionale vorm. Met een ‘Hollander-Beater machine’ maakt ze eerst pulp waarmee ze met behulp van een vulspuit vervolgens woorden schrijft. Daarna legt ze de aangemaakte woorden te drogen, om ze uiteindelijk te combineren tot een nieuw werk. Ze hangt haar teksten op zonder drager, zodat de woorden vrij in de ruimte hangen. Ze vindt het lijnenspel van haar werken even belangrijk als de lege ruimte erachter. Vaak gebruikt Londoño bestaande tekst- of poëziefragmenten. Maar zoals de titels Entangled Names I en Entangled Names II aangeven, bestaan deze werken uit namen. Niet zo maar namen, maar Arabische namen. Londoño kwam op het idee voor Entangled Names toen ze een serie tekeningen van Syrische vluchtelingen aan het maken was. Ze vroeg zich af hoe de vluchtelingen zouden heten. Daarom ging ze op internet op zoek naar Arabische namen, ervan uitgaand dat sommige vluchtelingen inderdaad de door de door haar gekozen namen zouden hebben.

De grens tussen kunst en design

Maar één van de exposanten opereert op de grens van kunst en design: Frans Ottink.

Frans Ottink is ontwerper van gebruikskeramiek, dat hij in kleine oplagen produceert in zijn eigen studio: studio ZAND. De vensterbank van zijn studio fungeert als etalage. Zijn collectie omvat porseleinen kopjes, schotel(tje)s, en vazen. Vaak voorziet hij zijn strakke geometrische ontwerpen van een klein detail of ‘barokkig’ ornament. Hij opereert op de grens tussen niet functioneel (kunst, expositieruimte) en functioneel (design, verkoopruimte). In HazArt presenteert hij een serie ‘stamkopjes’ van dun wit porselein, om espresso uit te drinken. De term ‘stamkopje’ danken ze aan de in hun oortjes gedrukte ringen. Dit zijn jaarringen van bomen, waarvan Ottink een soort stempelplaat heeft gemaakt, zodat de oortjes onderling verschillen, en elk kopje een eigen oortje heeft. Dat maakt de kopjes tot unica. Ottink wilde zijn kopjes eerst presenteren op een tafel met een dik houten tafelblad, dat zou contrasteren met de dunne wand van de kopjes. Dat idee heeft hij laten varen. De kopjes staan nu in een iele stellage met dunne witte planken, die juist correspondeert met de dunne witte kopjeswand. De stellage is te tenger om te fungeren als verkoopstellage, maar de achteloze rangschikking van de kopjes wekt de indruk dat bezoekers de kopjes naar believen mogen optillen en terugzetten. In dat geval zou de opstelling interactief zijn.

Al met al een leuke expositie waar voor iemand met een 'crossoverblik' veel viel te ontdekken.

Bronnen
De websites van de exposanten en de leuke telefoongesprekken of e-mail wisselingen die ik met een aantal van hen had.