HOOP

Door Sya van 't Vlie


Tweede editie Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek

De goddelijke deugden Geloof, Hoop en Liefde zijn de thema’s van de eerste drie edities van de Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek. Tot de Heilige Driehoek behoren drie kloostercomplexen, waarvan er twee, de Sint Paulusabdij en het Sint Catharinadal, met hun kerken, abdijen, slotgrachten, bloemen- en moestuinen, wijngaarden, en verbindingswegen de setting vormen voor kunstwerken binnen en buiten.
In 2017 was Liefde het thema van de biënnale en voor 2023 staat Geloof op de agenda. Maar deze zomer (2021) focust de biënnale op Hoop. Niet alleen hoop op verlossing en een plek in de hemel, maar ook hoop op het in vervulling gaan van een wens, het uitkomen van een droom. En zoals we in deze Corona-tijd hebben ervaren: hoop op genezing of nog liever hoop niet besmet te raken, maar helaas ook wanhoop over de dood van een dierbare. Curatoren Hendrik Driessen, voormalig directeur van Museum De Pont in Tilburg, en Rebecca Nelemans, kunsthistoricus en tentoonstellingsmaker, zien hoop als essentiële voorwaarde voor de kunst.
Hoe hebben de deelnemende kunstenaars het thema opgevat? Welke rol de speelt de religieuze context? De omgeving bepaalt de keuze voor een werk. Maar geldt het ook andersom: heeft de omgeving invloed op de betekenis van een werk?

Via veldje en weiland naar boerenschuur

De route loopt in het begin langs een veld links en een weiland rechts, en laat de Sint Paulusabdij links liggen.

Ingaand op het verzoek van de zusters geen kunstwerk op het speelveldje voor de kinderen te plaatsen heeft Maarten Baas het veldje een make-over gegeven. Hij bracht nieuwe kalkstreep belijning aan en verving de vervallen doelpalen door echte boompjes Growing Goals (2021).

De monniken van de Sint Paulusabdij beheren een bloeiend boerenbedrijf. Maria Roosen heeft het weiland een omheining/afrastering gegeven om te voorkomen dat bezoekers aan de biënnale zich buiten het pad begeven en de koeien afschrikken. Wei (2021) bestaat uit een snoer van aaneengeregen kalkeieren. Normaliter gebruiken pluimveehouders kalkeieren om te voorkomen dat ganzen hun eigen eieren stuk prikken. ‘Hoop als fopmiddel, maar ook als waarborg van nieuwe levenskracht’, aldus Toef Jaeger in de NRC.

Zowel Growing Goals als Wei zijn ‘site specific’, speciaal voor de locatie gemaakte, werken. Wei is een tijdelijke uitnodigende ingreep in plaats van onvriendelijk prikkeldraad; de bomen van Baars zijn blijvers: groeiende doelpalen die jarenlang getuigen zullen zijn van vele doelpunten.

Aan het eind van het pad doet de route een kloosterschuur aan. Bovenin de nok hangt boven de tafeltjes van het café en de winkelbalies Globalloon (2013/21) van Meshac Gaba. De ballon bestaat uit fragmenten van vlaggen van alle landen van de wereld. Als er één strook tussenuit wordt gehaald dan loopt de ballon leeg. Gaba geeft zo uiting aan zijn hoop op een kleurrijke en harmonieuze samenleving waarin alle landen vreedzaam naast elkaar leven.

Kloosterdreef

Lopend op de Kloosterdreef worden bezoekers opgeschrikt door geroep en angstig geschreeuw: ‘mama!’ Is er iemand een kind kwijtgeraakt? Al gauw klinkt er vanuit de bossen het geroep van meerdere namen. Dat zijn wel heel veel zoekende ouders. Ervaren kunstkenners begrijpen al gauw dat het om een geluidssculptuur gaat: Calling (1998 / 2021) van Job Koelewijn. Maar die eerste schrik doet velen herinneren aan zo’n angstig moment, dat ze als ouder of kind hebben doorgemaakt. Grappig genoeg deelden de bezoekers die met elkaar. Calling gaat dus niet alleen om de hoop om terug te vinden of teruggevonden te worden. Maar Calling leidt ook tot een moment van verbroedering. Hoe hoopvol is dat?

Sint Catharinadal

Rechts van de Kloosterdreef ligt het Sint Catharinadal. In en rondom dit complex bevinden zich veel kunstwerken, waarvan ik er een paar noem.

Kapel

In de kapel staan aan weerszijden naast de ingang twee sculpturen van Anish Kapoor, beide met de titel Untitled en beide uit 2018. Ze zijn gehakt uit albast, de ruwe buitenkant vormt een tegenwicht tegen de glad gepolijste holle binnenkant, waarin in de ene een glad gepolijste eivorm, en in de andere een glad gepolijste bol lijkt te zweven. Het door de vensters naar binnenvallende licht versterkt die indruk.

Aan de muur sluit Marc Mulders met zijn serie collages Hope (2019-21) aan bij de eeuwenoude traditie van kalligrafische restauraties van Bijbelverluchtigingen door de Norbertinessen van het klooster. In de collages heeft Mulders rondom gekozen afbeeldingen van Paradijstuinen uit de miniatuurkunst heen geschilderd en zo de paden, vijvers en bloemborders verlengd met pasteuze streken olieverf in zachte pasteltinten. Naast christelijke miniaturen uit onder meer Les Tres Riches Heures du Duc de Berry heeft Mulders ook elementen uit de Perzische miniatuurkunst gebruikt. Met dit hoopvol samenbrengen van christelijke en islamitische motieven zoekt hij naar spirituele overeenkomsten in antwoord op de polarisatie in de maatschappij tussen Christenen en Moslims.
De collages van Mulders hangen binnen in de kapel, maar vormen een prachtige voortzetting van de paradijselijke bloemenpracht van de kloostertuin.

Voorplein en binnenpleintje

Op het pleintje voor het ontvangstgebouw staan twee grote matroesjka-achtige houten sculpturen van Maria Roosen die getuigen van persoonlijke hoop. Shelter 2 (2021) en Turn Magdalena turn! (2021) staan tegenover elkaar, de eerste mat zwart, de tweede met een glanzend oppervlak van bonte kleuren.
Shelter 2 is een toevluchtsoord voor één persoon om in stilte tot bezinning te komen. Kortom, een eenpersoons kapel. Aan de buitenkant is ze omgeven door een stralenkrans van zwarte glazen bollen van verschillend formaat. De glanzende bollen, waarin de omgeving prachtig wordt weerspiegeld, steken af tegen de matte zwarte huid van de vrouwfiguur. Ja, Shelter 2 is een vrouw. Wie in de binnenruimte kijkt ontdekt in houtkleurige huid twee borsten, waardoor de spleet in de houthuid niet meer is mis te verstaan: een vagina. Wat gedurfd om een kapel op een kloosterplein uit te rusten als een sensuele vrouw. Zouden ook mannen het in deze #MeToo-tijden aandurven in haar hun toevlucht te zoeken?
Shelter 2
is de opvolger van Shelter 1 (2020) dat staat opgesteld in de tuin van het Kruisherenklooster Sint Agatha te Cuijk. Maar Shelter 1 is meer dan dat. Het is een rouwkapel, die Roosen maakte kort na het overlijden van haar man. Het werken in hout had een troostend en helend effect op haar. Ook Shelter 1 is een vrouw met borsten. Heel toepasselijk want de heilige Agatha is, zoals Maria Roosen dat noemt 'de patroonheilige van borsten'. Shelter 1 heeft geen stralenkrans. Maar Wieteke van Zeil die in een uitzending van haar programma ’Kijken op gevoel’ op zoek gaat naar Shelter 1, ontdekt dat zich bovenin een aantal gekleurde glazen bollen bevinden, die van buiten niet te zien zijn. Als ze in de kapel stapt noemt ze die ‘gedachtenbubbels’. Verder constateert ze dat ze vanuit de geborgenheid van de vrouw een prachtig uitzicht heeft op het landschap – op dat moment een sneeuwlandschap – buiten.
In Cuijk plaatste Roosen de kapel op de stronk van een gekapte zieke boom. Uit de stam daarvan maakte ze Turn Magdalena turn! De banen in regenboogkleuren golven langs het lichaam naar beneden en verwijzen zo naar de lange golvende haren waarmee Maria Magdalena gewoonlijk wordt afgebeeld. Maar ook met deze Magdalena is meer aan de hand. Ze staat op schijf waarop ze kan draaien, wat het ‘turn’ uit de titel verklaart. Zowel Shelter 2 als Turn Magdalena turn! zijn interactief, de eerste is zelfs een eenpersoons inloopsculptuur. Had ik dat maar geweten toen ik ervoor stond.

amen vormen beide sculpturen een ‘mooi contrast tussen rouw en verwerking, tussen verlies en hoop’, concludeert Linda Koke in haar recensie in Metropolis M.

Op een binnenplaatsje staat een oude waterput, waaruit de zusters vroeger fris water naar boven haalden. De put is lang geleden gedempt. Reden voor Jelle Korevaar de put te vullen met een ‘site specific’ watersculptuur. Een ingenieus pompsysteem dat praktisch onzichtbaar is, zorgt ervoor dat in de put flonkerende zilverkleurige blaadjes op en neer gaan dansen door erop neervallende druppels water.

Ontvangstkamer

Binnen in de ontvangstkamer hangt een zestal bijzondere Comtoiseklokken, boerenklokken uit de Franse Comté, aan de muur. Gestript van hun omhulsel is alleen het mechaniek van hun binnenwerk te zien. Een Comtoiseklok die hier aan een andere muur hing bracht Guido Geelen op het idee voor deze wandinstallatie Zonder titel (2021). Hij voorzag de gestripte klokken elk van twee gewichten van rood gebakken klei met kleine accenten van goudglazuur. Deze gewichten stellen voorwerpen voor die verwijzen naar het kloosterleven. Zo verwijzen een slinger appels en een schaal, een kip en een ei, naar de zelfvoorzienigheid van de kloostergemeenschap (moestuinen, houden van kippen), twee flessen en een boek, een boor en een plank naar de activiteiten van de kloosterlingen (wijnbouw, restaureren van oude Bijbels en verluchte handschriften, timmerwerkzaamheden en onderhoud aan de gebouwen). Het gewicht met de broden en de vissen symboliseert de vermenigvuldiging van vijf broden en twee vissen uit het Nieuwe Testament.
Om de beurt slaan de klokken bij aanvang van één van de zeven getijden waarop de zusters bijeenkomen om te bidden.

Sint Paulusabdij

Aan het eind van de route bevinden zich de Boerderij en de Vlaamse schuur, met video’s van het duo Robin Ramos & Kymani Ceder en Emma van der Put. Beide gebouwen vormen mooie settings voor de boeiende video’s die er worden vertoond. Daarna voert de route buitenom terug naar de Sint Paulusabdij, waar hedendaagse kunst het indringendst in dialoog gaat met religie.

Entree

Meteen bij binnenkomst zien en ruiken bezoekers La veillée au candélou (2019) van Juliette Minchin. Het werk bestaat uit een metalen kubus met wanden die in geometrische patronen zijn opengewerkt, bedekt met een huid van bijenwas waarin lonten zijn meegegoten. De lonten worden iedere dag aangestoken en ’s avonds weer gedoofd. Dagelijks smelt de huid van boven naar beneden weg, waardoor de kubus langzaam tevoorschijn komt. Minchins ‘wake van kaarslicht’ past binnen de wereldwijde rituelen waar het branden van kaarsen de overgang van leven naar dood begeleiden. Zo confronteert ze de bezoeker met zijn eigen sterfelijkheid. Het hoopvolle zit hem hier in het hergebruik. Minchin gebruikt het opgevangen kaarsvet om een nieuwe versie van het werk te creëren. Zo beleeft La veillée au candélou telkens een wedergeboorte; het heeft als het ware het eeuwige leven.

Transept

In het linker transept staat Arcangelo V (2021) van Berlinde de Bruyckere, die deel uitmaakt van een serie aartsengelen die ze in de coronatijd heeft gemaakt. Ze was getroffen door de mensen die in eenzaamheid stierven en de zorgverleners die hen in de laatste levensfase bijstonden. De aartsengelen zijn ingegeven door een schilderij van Giorgione waarop een aartsengel liefdevol het dode lichaam van Christus ondersteunt. De Bruyckere noemt haar aartsengel imposant, niet wreed maar eerder triest. Bedekt door een mantel biedt zij beschutting; zij is een toevluchtsoord tegen de angst. Ze staat op de tippen van haar tenen. Het is onduidelijk of ze op het punt staat op te stijgen of net is neergedaald. Verkerend tussen hemel en aarde is ze in staat ons in rust te brengen en hoop te geven.

Altaarnissen

In de vier altaarnissen van de zijbeuk zijn de vier ‘luiken’ van Martyrs (2014) van Bill Viola te zien: Earth, Air, Fire, en Water.
Volgens Viola illustreren martelaren het vermogen van de mens om pijn verdragen, ontberingen te doorstaan en zelfs de dood in te gaan om trouw te blijven aan zijn waarden, principes en geloof.
De vier luiken komen in de altaarnissen prachtig tot hun recht. Elk van de vier martelaren wordt blootgesteld aan een natuurkracht. Het doorstaan van het geweld van de vier elementen aarde, lucht, vuur en water, symboliseert een innerlijke zoektocht. Met Martyrs werpt Viola vragen op als: ‘waarvoor zou jij je leven willen geven? Voor welke idealen? Voor welk doel?

De vier ‘luiken’ Earth, Air, Fire en Water zijn een variant op het video-vierluik dat Viola in 2014 realiseerde in de Sint Paul’s Cathedral in London.

Kloostergang

De route eindigt in de kloostergang met het enige niet figuratieve werk in de abdijkerk. Circumambulatio (2021) is een tegeltableau van Rabi Koria, die, geïnspireerd door de Assyrische tegelkunst, zich heeft toegelegd op het beschilderen van tegels. Het maken van Circumambulatio, dat uit de vloer lijkt op te rijzen, was voor Koria een meditatieve activiteit, door de herhaling van handelingen van het mengen en aanbrengen van de verf, het kantelen van de tegel om de verf te laten druipen, 722 keer. De matte verf contrasteert met het glanzend geglazuurde tegeloppervlak. ‘Circumambulatio’ betekent ‘omcirkeling’ in de zin van ‘ergens omheen lopen’. Niet alleen de titel maar ook het tableau zelf nodigt bezoekers uit er omheen te lopen om het ritme te ervaren, mediterend als om een heilig object.

Conclusie

De deelnemende kunstenaars hebben het thema hoop opgevat vanuit allerlei invalshoeken Aan het begin van de route hebben ze een seculiere, wat luchtigere invulling aan het thema hoop gegeven. Gaande de route gaan ze meer in op het kloosterleven. In de Sint Paulusabdij, tenslotte, is de invalshoek uitgesproken religieus. Deze ‘opbouw’ van de curatoren is vast niet toevallig. Hun selectie getuigt van respect voor de kloosterlingen en hun leefwijze. Kortom, geen ruimte voor blasfemie of controversiële kunst.


Soms heeft de religieuze context invloed op de betekenis. Zo krijgt Oloïde Paviljoen (2019) van Maria Blaise, waarin bamboestokken een strakke constructie vormen, een soort kathedrale statigheid. Veel van de door mij beschreven werken versterken de religieuze context. Alleen Peter Buggenhout durft het met On hold (2021) aan een stoorzender te zijn. Maar wel netjes buiten de kloostermuren. Op het pad langs de wijngaarden brengt hij een ode aan de rommeligheid met een beeld dat hij heeft opgebouwd uit wat hij noemt ‘abjecte’ materialen.
Linda Koke meent dat de getoonde werken stuk voor stuk perfect aansluiten bij het gekozen thema ‘zonder dat deze krampachtig in een hokje worden gestopt’. Dankzij de professionele en doordachte presentatie neemt de biënnale na slechts twee edities ‘een unieke positie in binnen de Nederlandse kunstwereld’.
De curatoren wilden niet zomaar kunst tentoonstellen in en om religieuze gebouwen, maar wilden dat de hun selectie van kunstwerken samenviel met de entourage. Driessen vindt dat ze daarin zijn geslaagd. Ik ben het met hem eens.

Tot slot laat ik Hendrik Driessen en Rebecca Nelemans zelf aan het woord:
Bronnen:
Anneke van Wolfswinkel e.a. – Bezoekersgids
mailwisseling met Maria Roosen, augustus 2021
Wieteke van Zeil - 'Kijken op gevoel', uitzending van 28-07-2021, na te kijken op NPO 2 Start
Toef Naeger – ‘Kan kunst hoop bieden, of blijft toch altijd de wanhoop over?’, in: NRC, 14-07-2021
Linda Koke – ‘buitenZOMER: Hoopvol, krachtig en uniek – Kunst in de Heilige Driehoek’, in: Metropolis M, 23-07-2021