Lenin

Door Sya van 't Vlie


Zwerftocht van een standbeeld

Trots keek hij uit over De Vaart in Assen: Lenin. Zijn standbeeld stond daar tijdelijk omdat in het Drents Museum de tentoonstelling ‘De Sovjet Mythe, Socialistisch Realisme 1932-1960? te zien was, georganiseerd in het kader van het Rusland-Nederland jaar 2013. Wie is de maker van dit standbeeld? Hoe is het in Nederland terecht gekomen? Het antwoord op die vragen is actueel vanwege het debat over wat te doen met standbeelden van ‘foute’ helden.

Monumenten van Lenin

In de zomer van 2010 reisde ik zeven week lang met de Transsiberië Express door Rusland. In alle steden waar ik uitstapte, van Sint Petersburg tot Vladivostok, was er wel een Leninstraat en een Leninplein te vinden, vaak de hoofdstraat en het centrale plein. Op dat plein staat veelal ook het Lenin monument. Anders dan Stalin, die overal uit het straatbeeld is verdwenen, zien veel Russen Lenin nog steeds als een held.

In Tomsk staat zijn standbeeld op het nogal onoverzichtelijke Leninplein, waarop vele straten uitkomen en dat overloopt in het Sobornayaplein waaraan de schouwburg ligt. Lenin houdt zijn linkerarm ontspannen langs het lichaam met in de hand zijn pet; met de opgeheven rechterarm brengt hij zijn bekende saluut, dat doet denken aan het gebaar van De Bronzen Ruiter, het ruiterstandbeeld van Peter de Grote in Sint Petersburg. Als ik de straat wil oversteken om Lenin van dichterbij te fotograferen, spreekt een vrouwtje mij vermanend toe. Lenin is niet die held waarvoor men hem nog steeds houdt en dat ik zijn standbeeld wil vastleggen op foto vindt ze maar niets.

Dat zij niet de enige is die er zo over denkt, blijkt uit de ‘aanslag’ die in 2009 op zijn standbeeld in Sint Petersburg werd gepleegd. De explosie richtte zoveel schade aan dat het beeld moest worden verwijderd om te worden gerestaureerd. Maar inmiddels staat hij er weer, alsof er niets is gebeurd.
In Vladivostok hebben ze de namen van Leninstraat en Leninplein veranderd, maar zijn standbeeld mocht blijven, niet voor het station maar op een hoger gelegen plek aan de Aleutskayastraat.

Socialistisch realisme

Al die Lenins zijn gemaakt in de socialistisch realistische stijl. Het socialistisch realisme was voor de schilderkunst en de beeldhouwkunst net als het socialistisch classicisme voor de architectuur zestig jaar lang de officieel goedgekeurde (een eufemisme voor ‘voorgeschreven’) stijl. Zo bepaalde Stalin in 1932 per decreet. Het door hem als decadent en bourgeois bestempelde impressionisme en kubisme waren sindsdien niet meer toegestaan. Evenmin als het rayonisme, suprematisme en constructivisme van Russische avant-garde kunstenaars als Michail Larionov, Natalia Goncharova, Kazimir Malevich en Vladimir Tatlin. Deze non-representatieve stijlen waren onbegrijpelijk voor het proletariaat. Met Stalin’s decreet kwam een abrupt einde aan de voortrekkersrol van deze en andere Russische avant-gardisten die met hun werk juist het revolutionaire gedachtegoed meenden uit te dragen, iets waarvoor Lenin wel oog had gehad: hij zette hun nieuwe kunst zelfs in voor propaganda doeleinden. Anders dan het sociaal realisme dat het dagelijks bestaan van de gewone (land)arbeider weergaf, moest het socialistisch realisme de doelstellingen van de Staat en de Partij uitdragen. Het aan de orde stellen van de vaak erbarmelijke omstandigheden van die gewone (land)arbeider hoorde daar niet bij. Het gevolg was dat het dagelijks leven veel idealer en heldhaftiger werd uitgebeeld dan het in werkelijkheid was.

Beeldenparken voor afgedankte (stand)beelden

Vele minder officiële beelden van Lenin zijn beland in het ‘Muzeon, Park van de Kunsten’, in Moskou, in de sectie voor Sovjet standbeelden en monumenten. Samen met andere gevallen Sovjetleiders en anonieme arbeiders en boeren werden ze gedumpt in het park nabij het Tretyakov Museum tot iemand op het lumineuze idee kwam er een beeldenpark van te maken. Al gauw kregen ze gezelschap van minder beladen beelden uit de Sovjettijd en werden er een oriëntaalse tuin, een Pushkinplein, een portrettengalerij en een sectie met kinderbeelden ingericht.

In andere landen van het voormalige Oostblok zijn de monumenten van Lenin, zowel de officiële als de niet officiële, neergehaald en vernietigd, weggeborgen of geveild. Maar in Hongarije verrees in 1993 even buiten Boedapest het ‘Memento Park’, waar vele Sovjetleiders, onder wie Lenin, een plek kregen in een neoclassicistische architecturale setting. Architekt Akos Eleöd, die het park ontwierp en de beelden plaatste, verdedigde het waarom van het park indertijd als volgt: ‘Dit park gaat over dictatuur. Maar tegelijkertijd, omdat we er vrij over kunnen spreken, schrijven en het überhaupt kunnen bouwen, gaat het park ook over democratie. Immers, alleen een democratie kan de gelegenheid scheppen openlijk over dictatuur te denken. Of over democratie, of over wat dan ook.’

Van monument tot tegenmonument

Een afgedankte Lenin uit Merseburg in Oost Duitsland werd in 1997 door de Groningse aannemer Henk Koop van bouwbedrijf Koop Tjuchem naar Nederland gehaald. Hij liet het bijna tien meter hoge beeld neerzetten in Bad-Nieuweschans.

Het is deze Lenin die nu in Assen staat. Hij werd vervaardigd door professor Barburin van de Academie voor Beeldende Kunsten in Moskou.

Toen het Noorderplantsoen in Groningen in 2000 na zeven jaar renovatie weer werd geopend, gebruikte beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen deze Lenin voor een bijzonder tijdelijk monument. Hij plaatste hem te midden van een berg van 40 ton aardappelen. De renovatie van het park had zo lang geduurd omdat vele groeperingen inspraak wilden, wat resulteerde in zeven jaar van protestacties en juridische procedures. Van Houwelingen wilde met zijn Lenin het park ‘als democratisch (conflict) model’ zichtbaar maken. ‘Tegen de bourgeoisie, die zich in de romantische tuin van Copijn herkent, staat Lenin voor het verzet van het arbeidersvolk […] Het genereuze gebaar van Lenin aan het volk, om in dit park een berg aardappelen – het belangrijkste volksvoedsel – te consumeren, is een niet geringe invitatie tot het uiten van een mening’. De Groningers reageerden op twee manieren. Ze kwamen inderdaad langs met grote tassen om gratis aardappelen te rapen, of ze gebruikten de aardappelen om Lenin te bekogelen.
Sjoukje van der Meulen vindt Van Houwelingen’s monument een tegenmonument, omdat het erop uit is het concept monument onderuit te halen. De term tegenmonument werd in de jaren negentig gemunt door James Young in het discours rond de Holocaust en Holocaustmonumenten. Young definieert het tegenmonument als een performanceachtig werk dat middels publieksparticipatie uit is op eigen schending. De bezoeker die normaliter onderdanig respectvolle afstand in acht neemt, wordt uitgenodigd het monument te ontwijden, het te demystificeren en het onderdanig te maken aan zich zelf.

Zo wordt Lenin in Rusland nog steeds geëerd en wordt hij in andere Oostbloklanden, indien niet verwijderd, als historische rariteit tentoongesteld. Na met aardappelen te zijn bekogeld in Groningen zet hij nu in Assen luister bij aan niet alleen de expositie in het Drents Museum, maar ook aan de viering van de culturele betrekkingen tussen Rusland en Nederland.

Bronnen
‘Stiff, Hans van Houwelingen vs Public Art’, met bijdragen van onder anderen Sjoukje van der Meulen.