Louise Bourgeois - Maman/Spider

Door Sya van 't Vlie


De betekenis van de spin in leven en werk van Louise Bourgeois

Louise Bourgeois is de meest autobiografische beeldhouwer die ik ken. In al haar werk voel je onderhuids haar verleden broeien. Ze slaagt erin om ook bij kijkers die haar heftige geschiedenis niet kennen vergeten jeugdherinneringen op te roepen. En met Spider (1997) toont ze zich een manipulator van de eerste orde. Hoe doet ze dat?

Maman

Overal heb ik ze gezien als buitenbeeld: de spinnen van Louise Bourgeois (1911-2010). Zo staat er een permanent bij de entree van het Guggenheim Museum in Bilbao. Eronder lopend zie je onder haar lijf een mandje met haar eieren hangen. Dat geeft een beschermend gevoel, terwijl veel mensen juist bang zijn voor spinnen. Maar ik zag ze ook staan bij Tate Modern in Londen en de vijver van het Gemeentemuseum in Den Haag ter gelegenheid van aan haar oeuvre gewijde (dubbel)exposities. En begin 2017 zag ik Spider Couple (2003), ook bij het Gemeentemuseum op de binnenexpositie 'van Rodin tot Bourgeois'. De spin is voor Bourgeois een metafoor voor de kunstenaar. De spin die uit haar eigen lijf een draad spint symboliseert voor haar het scheppingsproces van de kunstenaar.

Het mooist van die buitenversies vond ik de spin die deel uitmaakte van Beaufort02 (2006). Beaufort is de driejaarlijkse kunstroute langs de Belgische kust. Net als de andere spinnen van Bourgeois heet ze Maman. Want Bourgeois’ spinnen zijn een ode aan haar moeder. “Net als de spin was mijn moeder een wever”, citeert de catalogus haar. Immers. Bourgeois’ moeder had de leiding over het tapijtenrestauratie-atelier van de familie. In Oostende stond de spin over het graf van de Belgische kunstenaar James Ensor. Ze ontfermde zich tegelijkertijd over geboorte en dood.

Spider

Al deze spinnen komen voort uit Spider (1997) dat behoort tot de serie Cells. Als sculptuurbouwsels zijn de Cells crossovers tussen sculptuur en architectuur. Ze zijn of houten kamers of metalen kooiconstructies. Vooral de houten kamers, zoals de Red Room, lijken inloopsculpturen. Maar schijn bedriegt, want kijkers kunnen/mogen ze niet betreden. Inhoudelijk verwijzen ze naar het leven van Bourgeois, maar die verwijzingen roepen bij de kijkers vaak heftige emoties op.

Het sculptuurbouwsel van Spider is een ronde kooiconstructie met een smalle opening. De spinnenpoten vormen een soort gang om de kooi. Het mandje met eieren komt door het dak heen, zodat de kooi als een soort tweede mand fungeert. Midden in de kooi staat uitnodigend een stoel. Maar je kunt er niet op gaan zitten om alles rustig in je op te nemen, want de opening is te smal om naar binnen te gaan. Zo krijgt de kooi een dubbele werking: vanuit die stoel zou je je beschermd of ingesloten kunnen voelen. Hoewel de wand uit transparant gaas bestaat, wordt de scheiding tussen binnen en buiten versterkt door de tapijtfragmenten die her en der zijn opgehangen. Die fragmenten maken van de transparante wand ook een scheiding tussen toen en nu. Verder hangen er een parfumflesje, een horloge en een medaillion, net als de tapijtfragmenten verwijzingen naar Bourgeois’ jeugd. Onmiddellijk denk je als kijker aan je stiekeme speurtochten naar snuisterijen in de kastjes van je grootmoeder.
Bourgeois frustreert je door je geen toegang te verschaffen. Je mag alleen van buiten en het hier en nu naar binnen kijken, naar haar verleden. Maar zelfs die buitengesloten positie verhindert niet dat je wordt overvallen door herinneringen aan je eigen jeugd.

Wil u zich nog verder verdiepen in Spider, lees dan ‘Louise Bourgeois’ Spider’ van Mieke Bal, een geweldig boek waarin Spider het uitgangspunt is voor Bals eigen visie op Louise Bourgeois, haar leven en haar oeuvre. De foto's van de details van Spider heb ik gescand uit haar boek. De fotograaf is Marcus Schneider.