Marinus Boezem

Door Sya van 't Vlie


Boezems Groene Kathedraal klinkt in de Oude Kerk

Na illustere voorgangers als Tony Oursler, Taturo Atzu en Germaine Kruip is het nu aan Marinus Boezem om de Amsterdamse Oude Kerk te verkennen, en te laten verkennen door de bezoekers. Hoe ziet Boezems verkenning eruit? En hoe ervaren de bezoekers hun verkenning?

Groene Kathedraal

Met een performance-achtige presentatie van de polder als kunstwerk nam Marinus Boezem (1934) in 1960 afscheid van de schilderkunst. In de buurt van zijn geboortestreek Asperen stelde hij een stuk polder tentoon. Op een dijk met uitzicht op het uitgestrekte, geometrisch ontworpen polderlandschap, had Boezem klapstoeltjes geplaatst waarop hij de genodigden zonder enige uitleg verzocht plaats te nemen. Van bovenaf keek men naar het ‘kunstwerk’, daarna volgde de opening. Boezem had zich het polderland toegeëigend om te exposeren: het polderland als readymade! Met deze expositie presenteerde Boezem zich als een echte erfgenaam van Marcel Duchamp die in 1913 ophield met schilderen om daarna het fenomeen readymade te introduceren.
Daarna ontwikkelde Boezem zich verder als 'ideeënkunstenaar', aantonend dat zelfs een idee kunst kan zijn. Twee thema's die kenmerkend zijn voor Boezems oeuvre komen samen in zijn expositie in de Oude Kerk: zijn fascinatie voor plattegronden van gotische kathedralen en zijn verlangen zich uit/in het werk te laten verdwijnen. Omdat Boezem zijn Groene Kathedraal in de vorm van een geluidsculptuur meeneemt naar de Oude Kerk, wil ik eerst kijken naar dat landschapskunstwerk omdat het getuigt van die eerste fascinatie.

Groene Kathedraal is te vinden in een andere polder, te weten de Flevopolder. Op zijn moment van oplevering in 1996 bestaat hij uit bijna volwassen Italiaanse populieren, gekozen om hun magere en lange silhouet, geplant op een verhoogd plateau. De buitenste rij vormt de groene, transparante en beweeglijke buitenmuur van een kathedraal. De bomen van de tweede rij staan op de plekken van de zuilen van die kathedraal. Als uitgangspunt voor zijn kathedraal nam Boezem het grondplan van de Notre Dame van Reims (1211-90). In een steen op de grond bij de ingang is plattegrond van de kathedraal van Reims ingegraveerd en binnen de groene muren zijn stenen geplaatst die op de grond samen het geometrisch patroon vormen van de kruisribben van het gewelf van de Notre Dame.
De Groene Kathedraal werd in 1987 aangeplant om te worden opgeleverd in 1996. In dat laatste jaar ontstond het idee om ernaast een beukenhaag als blijvende negatieve vorm te planten. Want de 178 populieren hebben een beperkte levensduur van ongeveer 30 jaar. Als de populieren rond 2006 hun maximale hoogte bereiken, evenaren ze de hoogte van de kathedraal van Reims om vervolgens langzaam af te sterven. De verwachte sterfdatum ligt rond 2017. In de toekomst zal alleen de negatieve kathdraalvorm nog herinneren aan De Groene Kathedraal.

De Groene Kathedraal geduid

Edna van Duyn noemt De Groene Kathedraal ‘ een sculptuur van natuurlijke elementen’ en ‘een plattegrond en een windsculptuur tegelijk’. Behalve uit de aanleg van de plattegrond en het kruisribbenpatroon bestaat de bouw uit de groei van de populieren. De beweging van de boomtoppen en het ritselen van de bladeren worden teweeggebracht door de wind. De werkelijke hemel vervangt de symbolische hemel zoals die op het plafond van veel middeleeuwse kerken is afgebeeld. De Groene Kathedraal binnenkomend ervaart de bezoeker de ruimte en het ‘onnatuurlijke’ van de natuur.
Cees de Boer legt een relatie tussen De Groene Kathedraal en het Hollandse landschap van de zeventiende eeuw. Boezems Groene Kathedraal is een gotisch gebouw met een Nederlands schilderij als plafond. Want Boezem combineert een vlak tweedimensionaal stuk land met een abstract en overweldigend driedimensionaal landschap van lucht, wolken en licht.
Verder beschouwt De Boer het tentoonstellen van een polder en het introduceren van gotisch ‘Fremdköper’ in het nieuwe land van de Flevopolders als ironie, in de zin van de literaire kunstgreep van het omgekeerde zeggen van wat bedoeld wordt. Die leidt in het werk van Boezem tot een dynamiek van betekenissen, omdat zijn omkeringen van kunst in werkelijkheid, van schilderij in ruimte, van oud in nieuw, op zich ook weer omkeerbaar zijn.
Zowel Van Duyn als De Boer verwijzen naar Vitruvius. In diens traktaat over architectuur staat dat de oervorm van alle gebouwen een uit bomen en boomstammen geconstrueerde hut is. Deze gelijkstelling tussen pilaar en boom werkte lang door in vormgeving van zuilen en pilaren als bundels stammen, bekroond met bladkapitelen met of zonder dieren die de bezoekers vanuit het gebladerte aanstaren. Boezem past een omkering toe terug naar die organische oorsprong: zuil wordt weer boom. Hij zet de cultuur weer om in natuur.

Oude Kerk

Behalve de verwijzing naar De Groene Kathedraal ter plekke in de vorm van de natuurlijke omheining, heeft Boezem ook een niet locatiegebonden, verplaatsbare verwijzing gerealiseerd. Hij heeft het door de wind voortgebrachte ruisen van de populieren opgenomen om elders af te spelen: Transformation (2016). Onder het orgel van de Oude Kerk lopend horen de bezoekers de wind en het geruis. De bedoeling is dat bezoekers zich al luisterend een voorstelling maken van een buiten de kerk gelegen ruimte in de open lucht en stilstaan bij lucht, wind en het verstrijken van de tijd. Een mooi voorbeeld van het site/non-site concept van Robert Smithson (zie noot). De in de Oude Kerk geëxposeerde geluidssculptuur fungeert als non-site van de in de Flevopolder gelegen site. Of de geluidssculptuur bij bezoekers die De Groene Kathedraal niet kennen de juiste associaties oproept, durf ik te betwijfelen.

Met Transformation zijn we beland bij Boezems expositie in de Oude Kerk. Binnenkomend stuiten bezoekers meteen op een van de vijf Meteorieten (2016). De gebroken spiegels liggen als uit het heelal neergevallen sterren op verschillende plekken op de grond. Ze weerspiegelen het middeleeuwse houten gewelf van de kerk, gefragmenteerd. Dat resulteert in een fascinerend schouwspel. Als bezoeker neem je een kijkje onder de vloer met grafzerken en ontdek je geen graven maar prachtige details van het gewelf, de vensters, en de bogen. De Meteorieten scherpen je beleving van de ruimte aan.
Op gezette tijden weerklinkt in de kerk het geluid van het moment dat de spiegels op de grond in stukken vallen. Als echo laten ze dat voorbije moment nagalmen.

De stukgevallen spiegels krijgen op 14 januari aanstaande een vervolg. Om 14.00 zal Boezem een re-enactment uitvoeren van L'Uomo Volante (De Vliegende Mens), een performance die hij in 1979 uitvoerde in de Vleeshal in Middelburg. Gekleed in een soort vliegenierspak houdt Boezem met touwen over zijn schouders een zware spiegel overeind. Toen hij het gewicht niet langer kon houden viel de spiegel in duizende stukken uiteen op de vloer en was daarin, gefragmenteerd, het gewelf van de Vleeshal zichtbaar. Bij de re-enactment zal dat, net als bij de Meteorieten, het gewelf van de Oude Kerk zijn. Daarna is, tot het eind van de tentoonstelling, in de Spiegelkamer - is dat niet toepasselijk? - een film van de re-enactment te zien.

Behalve Transformation stelt ook Into the Air (2016) bezoekers in staat de kerk eens vanuit een ander standpunt te bekijken, namelijk vanaf 15 m hoog. In de viering van de kerk staat een bouwlift. Normaliter wordt die ingezet voor restauraties. Nu brengt een vriendelijke liftboy je naar boven. Gestaag omhooggaand zie je je medebezoekers beneden steeeds kleiner worden. Boven gekomen heeft Boezem op een ronde spiegel een mysterieuze boodschap achtergelaten: 'Wait until you hear from me'. Net als bij De Groene Kathedraal wordt de ervaring van dit kunstwerk in verband gebracht met de schilderkunst. Het 'uitzicht' doet Lorenzo Benedetti, curator van de expositie en auteur van het essay 'Marinus Boezem' in de expositieforlder, denken aan de kerkinterieurs van Pieter Saenredam, waarin piepkleine mensfiguurtjes rondlopen te midden van een ontzagwekkende architectuur. 'In Saenredams schilderijen beleven we de ruimte via een bijzonder perpectief van geconstrueerde gezichtpunten: het perspectief van de kunstenaar onthult de grootsheid van de architectuur.' Maar dankzij de lift verandert het lage standpunt van de Gouden-Eeuwse Saenredam bij Into the Air 'in een oneindig veel hoger perspectief. De kunstenaars vinden elkaar in de relatie tussen de ruimte en de schaal van de mensen in die ruimte.'

Nog een derde werk focust op een aspect van de kerk: Labyrinth (2016). In de Mariakapel heeft Boezem een labyrint gecreëerd van meterslange semitransparante witte doeken. Als je naar binnen gaat verdwijn je uit het zicht tussen de witte doeken die licht bewegen door de het blazen van de ventilatoren die Boezem langs het spiralende pad heeft neergezet. In het midden van het labyrint kom je uit bij een van de dikste zuilen in de kerk. Mij herinnerde dat aan de verwijzing naar Vitruvius van Edna van Duyn en Cees de Boer, zodat ook hier De Groene Kathedraal weer even 'meedeed'.

Boezem zou Boezem niet zijn als hij niet iets zou doen met de plattegrond van de Oude Kerk. Weer heeft hij gekozen voor interactie. Maar anders dan bij Into the Air en Labyrinth, waar de bezoekers meer passieve participanten zijn, zet hij voor Gothic Gestures (2016) echte medemakers in om zijn idee uit te voeren. In de Sebastiaanskapel komen dagelijks een aantal bewoners en kerkgangers meeborduren aan het laken met de daarop afgedrukte plattegrond. Dat maakt Gothic Gestures tot gemeenschapskunst.

Verdwijnen

Als tweede thema noemde ik bovenstaand Boezems verlangen zich uit het werk te laten verdwijnen. Dit thema werkt Boezem vooral uit in zijn performances en performance gerelateerde video’s, foto's, en collages.


Het beademen van de beeldbuis (1971) is een van de eerste 'verdwijn-werken'. De videotape, te zien op 'Making Histories (2011) in het Stedelijk Museum, laat zien hoe Boezem, terwijl hij hoorbaar het scherm beademt, geluidloos uit beeld verdwijnt om daarna weer te verschijnen. Zo roept hij een conceptuele ruimte op die door de afwezigheid van een object oneindig lijkt.

The Vanishing of the Artist is geen registratie, het is een performance waaruit de performer net lijkt te zijn vertrokken.

Kijkend door de toeristische verrekijker in de sacristietuin zien bezoekers dat wat ze hielden voor twee vogels op de dakrand van de kerk in werkelijkheid een paar lage Amerikaanse laarzen is. Boezem heeft ze daar achtergelaten na te zijn weggevlogen. The Vanishing of the Artist was in 1983 al te zien in Middelburg. De verrekijker stond toen op het Abdijplein, het paar laarzen op de hoogste balustrade van de Lange Jan.
Het idee voor The Vanishing of the Artist is ingegeven door een oude Indianentraditie. De Indianen zetten de schoenen van een pas overledene aan de rand van het dorp om zo de geest van de dode te bevrijden.
Ik vraag me af of Boezems boodschap 'Wait until you hear from me' op de ronde spiegel boven in de kerk niet in verband moet worden gebracht met zijn verdwijning van het kerkdak. De boodschap suggereert dat hij na te zijn gevlogen nog van zich zal laten horen, dat hij weer zal terugkomen. Immers, als hij na 1983 niet was teruggekeerd, zou hij nu niet opnieuw hebben kunnen verdwijnen.

Noot site/non-site
Omdat fotografie, film en video aanvankelijk vooral werden gebruikt om land-art projecten, happenings en performances vast te leggen, werden ze tot de sculptuur gerekend. Soms maakten ze zelfs deel uit van performances.
Die vastlegging op foto en film bracht Robert Smithson ertoe het concept site/non-site te ontwikkelen. Smithson koos een plek buiten, fotografeerde die en nam enkele stalen van ter plekke aanwezige materialen mee terug om, begeleid van een precieze documentatie, te tonen in het museum of de galerie. Als index van de plek laat de documentatie de plek in zijn afwezigheid verschijnen. Ruimte, object en ervaring vallen niet langer in het moment van presentatie samen. Kijker, ruimte en object vallen niet samen in één ervaringsmoment. Het werk verplaatst zichzelf voortdurend tussen de ‘site’ en de representatie daarvan, en laveert zo tusssen buiten en binnen.
Bronnen:
Edna van Duyn - Immateriële architectuur. De groene kathedraal van Marinus Boezem
Cees de Boer - Icarus in de Groene Kathedraal. Het door Boer gebezigde 'Op de bodem van de hemel' is de titel van een film van Jan Vrijman.
Lorenzo Benedetti - Marinus Boezem (in expositiefolder)
facebookpagina van de Vleeshal in Middelburg