Once in a Liftime

Door Sya van 't Vlie


‘Once in a Lifetime’ is de toepasselijke titel voor de expositie waarin curator Nina Folkersma en de acht door haar geselecteerde kunstenaars stilstaan bij de tijdelijkheid van ons bestaan, bij de dood en het leven. Niet in een museum, maar – toepasselijker kan bijna niet – in de Amsterdamse Oude Kerk.

Bloemenhulde

Meteen bij binnenkomst word ik getroffen door de pracht en de geur van de bloemenhulde Celebration (you only live once, you only die once) van Job Koelewijn (1962). Verspreid over de zerkenvloer staan vazen met bloemen en veel van de grafstenen zijn bedekt met een bed van rozenblaadjes of een enkele roos. Bij zijn verkenning van de locatie ervoer Koelewijn wat het voor hem betekent dat we in de Oude Kerk letterlijk over de doden lopen. Dat bracht hem op het idee ze weer onder aandacht te brengen door overal bloemen te leggen. En zo geschiedde. De vazen met boeketten, die gaande de expositie verwelken, markeren de plekken van de overige kunstwerken. De rozen op de grafstenen zijn neergelegd door bezoekers. Bij de ingang staat een grote vaas waaruit ze een roos kunnen uitkiezen (tegen een kleine vergoeding) om neer te leggen bij een voor hun bijzondere grafsteen. Dat maakt dat ik, en ik vermoed velen met mij, anders over die vloer lopen en stilstaan bij wie en wat er op de stenen staat vermeld.
Wat mij betreft zou de expositie uit deze ene bloemenhulde mogen bestaan. Daarmee serveer ik de overige werken niet af, maar ik ben blij dat de meeste zich bevinden in de vele kapellen en kamers die de Oude Kerk telt.

Twee 'Fremdkörper'

Dat geldt niet voor de twee schilderijen van het kunstenaarsduo Muntean/Rosenblum (1962), die als twee 'Fremdkörper' staan opgesteld. Aanvankelijk ervaar ik ze als irritante verstoorders van de serene sfeer. Maar beide zijn wel crossovers, en als mijn thema het bestuderen waard. Ze hangen niet aan de wand, maar staan als los object in de ruimte. Untitled (Lives were changed …, 2016) stelt een groep extatisch dansende jongeren voor. Hoewel ze als eigentijdse jongeren uit hun dak gaan, doen hun houdingen denken aan klassieke poses uit de christelijke iconografie.
The Twilight of our Heart (2016) is als crossover veel spannender. Het is een ruimtelijke installatie, bestaand uit een panoramische schildering van de skyline van een stad onder een dreigende wolkenhemel, en de op een soort platform geschilderde verlaten snelweg die naar die stad leidt. Aan het begin is de weg afgezet door twee echte rood/wit plastic linten (readymades). Bij de opening van de expositie heeft die snelweg als podium gefungeerd voor een performance van vijf zangers die a capella een sacraal motet van Renaissance componist Cristóbal de Morales (ca. 1500-1553) ten gehore brachten. De panoramische schildering was veranderd in het decor van een muziekuitvoering. Tegen een van de zuilen staat een monitor waarop de uitvoering is te zien en te horen. Mijn aanvankelijke irritatie is veranderd in spijt dat ik deze uitvoering heb gemist.

Twee ‘Hingehörenden’

Of ze even zijn komen uitrusten zitten tegen het koor op drie pallets twee artiesten, een jong meisje en haar door ouderdom getekende grootvader. Het in een acrobatenpakje uitgedoste meisje zit voorovergebogen, in gedachten verzonken, de in een deken gehulde oude man heft waarschuwend zijn wijsvinger omhoog. Het tweetal is gemaakt door Folkert de Jong (1972) en dateert uit 2009. Met de titel Heritage zinspeelt De Jong op de invloed die voorgangers hebben op beginnende artiesten, die tegen die erfenis moeten opboksen om hun eigen identiteit te kunnen ontplooien/veroveren.
In 2010 maakte Heritage deel uit van De Jongs overzichtstentoonstelling 'Circle of Trust' in het Groninger Museum, en stond het opgesteld tussen Balancing Act ‘Laura’ en Mother and Son. De eerste, een meisje dat een evenwichtsoefening uitvoert op een olievat, behoorde tot de door Picasso geïnspireerde groep Les Saltimbanques; de tweede, een tegen de schouder van zijn moeder rustend acrobatenjongetje, behoort net als Heritage tot een serie tweetallen van wie De Jong de onderlinge relatie onderzoekt. De intimiteit van Mother and Son heeft bij Heritage plaatsgemaakt voor mistroostige gelatenheid.

Ook de twee plat liggende bronzen bustes van Michaël Borremans (1963) misstaan niet in de hoek naast de Doopkapel, nabij het grafmonument van Abraham van der Hulst. Want Everything Falls, dat Borremans maakte voor de kunstroute T.R.A.C.K. in Gent (2012), doet denken aan dergelijke grafmonumenten. In plaats van een neus hebben de jonge man en de jonge vrouw een naar boven wijzende eendensnavel. Die snavels zijn niet grappig bedoeld, noch ridiculiseren ze de man en vrouw. Volgens Borremans versterken ze juist hun tragiek. Door de bustes in een glazen vitrine te plaatsen sluit Borremans ze af van de ruimte van de bezoekers. De vitrine fungeert als een transparante graftombe. Hun fluwelige huid danken de bustes aan een laagje stof dat op ze is neergedaald. Ook die ingreep zorgt voor extra afstand tot de bezoeker.
Tijdens een interview vertelt Borremans, die van huis uit schilder is, dat hij twee kleine ‘sculptuurprobeersels’ al een tijdje in zijn atelier op tafel had liggen, zodat ze bedekt waren geraakt door stof. Denkend over wat te maken voor T.R.A.C.K. kwam hij op het idee om de bustes inclusief die hele entourage te tonen, maar dan drie maal zo groot. Hij liet de bustes in brons gieten; de tafel met plank werd uitgevoerd door een decorbouwer. Bedekt onder een laagje stof heeft hij ze vervolgens in de glazen graftombe gepresenteerd.

Gestolde herinneringen

Daniëlle van Ark heeft speciaal voor deze expositie twee installaties gemaakt. La mémoire collective (2016), in de Kerkmeesterskamer, houdt het midden tussen een kast en een vitrine, gedeeltelijk ingesloten door kippengaas. In de kast/vitrine staan allerlei objecten opgesteld die te maken hebben met verbintenis en liefde, waaronder lege fotolijstjes, ansichtkaarten, glazen flesjes, en een verzameling doorgeknipte liefdessloten van een Parijse brug. De vergelijking met de kooiachtige Cells van Louise Bourgeois dringt zich op. Ten nadele van Van Ark; haar installatie is te expliciet om zich te kunnen meten met de heftigheid waarmee een cell als Spider bij de kijker binnenkomt. Geslaagder is It took us years to get there (2016) in de Spiegelkamer. Van Ark heeft twaalf paar zichtbaar gedragen schoenen van dierbare vrienden verzilverd, even liefdevol als ouders de eerste schoentjes van hun baby laten verzilveren. De schoenenparen doen het fantastisch op de zwart/wit tegelvloer.

In de tussengelegen Sint Sebastiaanskapel heeft Amie Dicke twee lange vitrines neergezet. In de linker liggen gebruikte stukjes zeep die ze kreeg van vrienden en kennissen. Ze zijn uitgedroogd en zitten vol donkere barstjes. Sommige zijn wat verder afgesleten dan andere. Net als de verzilverde schoenenparen van Van Ark zijn ze ‘gestolde herinneringen aan hun gebruiker’. Deze vitrine is een soort ode van Dicke aan haar oma, wier laatste stukje zeep ze tot haar spijt niet heeft bewaard. In de rechter vitrine liggen gebruikte stukjes zeep uit hotel The Grand. Op sommige is het Hermès-logo door gebruik bijna weggesleten, wat volgens Folkersma ‘mooi resoneert met de afgesleten inscripties in de zerken onder onze voeten’. Ik vraag me af of Dicke dit zo heeft bedacht of dat het hier gaat om een er met de haren gesleepte vergelijking van de curator. Verder vind ik deze vitrine afbreuk doen aan de andere. Als ode had ik Soaps (2016) sterker gevonden met alleen de linker vitrine.

Geboorte en dood

Op ‘Once in a Lifetime’ worden ook twee films vertoond. In de Heilige-Graf kamer draait Window Water Baby Moving, dat dateert uit 1959. Stan Brakhage (1933-2003) heeft de geboorte van zijn eerste kind vastgelegd met een 16 mm-camera. De intieme film laat de geboorte zien van de eerste weeën tot het doorknippen van de navelstreng en de nageboorte. De schokkerige close-ups tonen het begin van het leven precies zoals het is: vol pijn, bloed, zweet, en tranen. En dan de verlossende gelukzaligheid.

De Collegekamer is verduisterd. Op twee aaneengesloten schermen is video-projectie The Lightworkers (2010) van Yehudit Sasportas (1969) te zien. De video laat een onheilspellend landschap zien dat is opgebouwd uit 150 tekeningen. In het donkere moeraslandschap staan bomen, waartussen het zoekende licht van een zaklantaarn schijnt. Af en toe lijkt er een stam om te vallen, maar als ik beter kijk blijken dat zwarte lijnen te zijn. Er hangt een griezelige sfeer die wordt versterkt door de bonkende ondertoon van de muziek. De aarde beweegt mee alsof er zich een kloppend hart onder het aardoppervlak bevindt. Naarmate het bos witter en doodser wordt vallen er steeds meer geometrische blokjes en balken om, totdat het lijkt dat ik naar een bewegend zwart/wit schilderij van Malevich of EL Lissitzky zit te kijken. De tentoonstellingsinformatie meldt Sasportas een ‘topografie van de menselijke psyche’ wil creëren, zoekend naar de ‘wonden, verborgen gevoelens en herinneringen die van tijd tot tijd boven de oppervlakte opdoemen’.


Dat gaat zeker op voor The Lightworkers dat is ingegeven door een persoonlijke tragedie. Op een dag verdween de broer van Sasportas, die in het leger zat, spoorloos. Na drie maanden zoeken werd hij gevonden, dood.

Kortom,

hoewel ik begrip heb voor de lobby die zich verzet tegen de Oude Kerk als kunsttempel, vind ik ‘Once in a Lifetime’ een boeiende expositie die wat thematiek betreft prima past bij de kerk als plek van bezinning en meditatie. Misschien wel dankzij de inbreng van mede-organisator het Humanistisch Verbond?

Wilt u meer weten over de Cells van Louise Bourgeois, lees dan mijn blogartikel ‘Louise Bourgeois –Maman/Spider’
Bronnen:
Tentoonstellingsinformatie Oude Kerk
José Rozenbroek – Once in a Lifetime, in Human, zomer 2016
Catalogus Circle of Trust
Catalogus T.R.A.C.K