Terugblik

Door Sya van 't Vlie


De zomer van 2017 in 9 tentoonstellingen en 1 concert

Deze zomer heb ik veel tentoonstellingen in Nederland gezien, maar om verschillende redenen kwam ik er niet toe daarover uitgebreid te berichten. Vandaar een terugblik, met een topper uit elke tentoonstelling.

ArtZuid 2017

Curator van ArtZuid 2017 was net als vorig jaar Rudi Fuchs. Jammer dat niet is gekozen voor een jonge opvolger met een frisse kijk op de mogelijkheden die het Amsterdamse Plan Zuid biedt voor deze sculptuurroute. Fuchs sluit aan bij het ‘De-Stijl jaar’ met abstracte beelden. Dat levert een ‘veilige’, niet erg spannende, tentoonstelling op. Wel positief is dat Fuchs heeft gekozen voor Nederlandse beeldhouwers, met uitzondering van Cristóbal Cabarrón, van wie hij veel te veel beelden heeft geselecteerd. Als je er één hebt gezien, dan heb je ze eigenlijk allemaal gezien. Uitzondering is Enlightened Universe, een indrukwekkende installatie die het fantastisch doet op het Gershwinplein. Zeventig kleurige wereldburgers omarmen de aarde. Passanten kunnen zich tussen hen voegen om zo onderdeel te worden van die kring.

Mijn topper op deze sculptuurroute was Work for Art Zuid (The Garden) van Krijn de Koning. De Koning maakt veelal crossovers tussen sculptuur en architectuur. Soms zijn die crossovers functioneel, zoals het ‘miniflatje’ NUON voor de trambestuurders op het eindpunt van lijn 4, maar meestal zijn ze inloopsculpturen. Voor Beaufort 2009 integreerde De Koning zijn Zwaartekrachtmuseum in de ruïnes van de Onze-Lieve-Vrouwe Ten Duinen Abdij in Koksijde. Hij complementeerde de ruïnes van de archeologische site met kleurige bouwdelen. Voor ArtZuid beperkte hij zich tot groene blokken, al of niet met poortachtige doorgangen die hij op het groene gras, tussen de groene bomen groepeerde rond bestaande groene heggen en banken. Dat levert een labyrintachtig sculptuurbouwsel op, een oase van groen waardoor de kijker kan dwalen of even kan gaan zitten. Verrassende doorkijkjes gunnen hem/haar een andere blik op de statige Apollolaan.

Catharijneconvent – 'Maria'

Het Utrechtse Catharijneconvent toonde de expositie ‘Maria’, te beschouwen als een lofzang op Maria. De tentoonstelling begon met de heidense voorgangers van Maria, de oermoeders en vruchtbaarheidsgodinnen. Veel schilderijen en altaren gingen over de stamboom en het leven van Maria. Ook was te volgen hoe Maria zich in de kunst ontwikkelde van nederige moeder van Jezus tot de stralende koningin van de hemel. Één zaal was gewijd aan Maria in de hedendaagse kunst, met eigentijdse, persoonlijke visies op de vele aspecten van Maria.

In deze zaal was ook mijn topper te bewonderen: Roosenkrans (2017) van Maria Roosen. Roosen werkt met diverse materialen – hout, bladgoud, wol – maar sinds 1988 voornamelijk met glas. Ze tekent en ontwerpt haar sculpturen zelf, maar de uitvoering, het blazen van glas, laat ze over aan de experts. ‘Daardoor kan ik dingen vragen die ik anders nooit zelf zou kunnen’, aldus Roosen.
Om haar rozenkrans te presenteren heeft Roosen zich een beeld uit de collectie van het Catharijneconvent toegeëigend, een Maria met kind op maansikkel van omstreeks 1495. Het houten Mariabeeld hangt aan de muur. Staand op de maansikkel, het symbool van de kuisheid, toont Maria haar kind aan de wereld. In zijn hand houdt Jezus een druiventrosje, een verwijzing naar de wijn van de eucharistie. Om de schouders van deze Maria heeft Roosen een enorme rozenkrans gehangen, van glanzende zilveren en rode kralen, die reikt tot op de vloer. Duidt de titel Roosenkrans op een persoonlijke insteek? Roosen maakte al eerder, in 1997, een grote rozenkrans als sieraad voor een stenen Maria in de Vleeshal in Middelburg. Voor een vrouw voor wie geluk niet vanzelfsprekend is. Door een vrouw voor wie hetzelfde geldt? Deze rozenkrans bestond uit glazen blauwe kralen, met een zwart oog. Het boze oog, de Turkse Nazar, die het kwaad juist moet bezweren. De rozenkrans in het Catharijneconvent heeft als subtitel voor mijn moeder meegekregen. Blauw heeft plaats gemaakt voor zilver en allerlei nuances van rood. De ogen zijn verdwenen. Tussen de zilveren en rode kralen zijn vormen van groenten (tomaten, uien, knoflook, komkommers, en pompoenen) te herkennen. Roosen associeert die met aarde (een van de vier elementen).

Het Depot - 'Modebeeld'

Het modebeeld geeft normaliter aan wat op een bepaald moment in de mode is. Maar de expositie ‘Modebeeld’ neemt het woord letterlijk: mode voor een beeld. Beeldengalerij Het Depot in Wageningen is voor de gelegenheid even veranderd in een ‘catwalk’. Eerstejaars studenten Fashion Design van het HKU in Utrecht hebben mode ontworpen en gemaakt voor een beeld van hun keuze. Het resultaat was een fascinerende keur aan draagbare ‘modesculpturen’ voor torsen.
Het was bijna onmogelijk tussen al die pracht een topper te kiezen. Daarom drie mooie voorbeelden, de een met mijn favoriet onder de fragmenten, de tweede is mijn favoriet onder de ‘modesculpturen’, en de derde een combinatie van inspiratiebeeld en originele uitwerking daarvan in ‘modesculptuur’.

De enorme kop Day & Night (2009) van Eveline van Duyl is het enige fragment op de expositie dat een hoofd is. De kop is opgebouwd uit stukken stof, borduursels en garen. Day & Night is niet zomaar een kop, maar een hoofd met een dag- en een nachtkant. In de roze dagkant heeft Van Duyl spieren, aderen en zenuwen blootgelegd die bestaan uit geborduurde rode, blauwe en gele draden. Een groot wit oog met groene pupil kijkt de kijker aan. Eigenlijk is deze wakkere kant angstaanjagender dan de zwarte nachtkant, de slapende kant met gesloten oog. De HKU-student lijkt zich te hebben laten inspireren door de nachtkant. Het zwarte kostuum is gevoerd met wit bont en de capuchon verhult het gezicht. Maar het open oog lijkt wel een plek te hebben gekregen op dit nachtelijke kostuum. Als een soort insektachtige zwart/wit wond prijkt hij midden op de voorkant.
Drie studenten kozen een beeld van Carla de Beus als inspriatiebeeld. Niet zo gek omdat De Beus vroeger draagbare objecten maakte. HKU-student Mus Ruijg koos voor het uit messing gedreven fragment Le décolleté dat die afkomst van het sieraad nog wel verraadt, maar te strak zit om werkelijk te dragen. Ruijg wilde de twee perfecte ‘gouden tieten’ aanvullen met imperfectie en kwam zo uit bij aantasting. Daarom koos ze voor de corrosie van roest, niet materieel, maar als roestkleur. Haar ‘modesculptuur’, een hesje met een korte en een lange kant, bestaat uit drie lagen. De dragende laag kippengaas heeft ze gemodelleerd in de grillige vormen waarmee ze roest associeert, daaroverheen een laag stof en daar weer overheen een laag gips die ze heeft beschilderd met roestkleurige ecoline. Het resultaat is prachtig, om zo in weg te lopen.
Jan Aldenhove maakt beelden van hele stammen van in Europa voorkomende bomen. Zijn beelden zijn altijd uit één stuk: monolieten. Wanneer een stam van enige omvang gevonden is, dan wordt eerst de schors verwijderd. Voor verticale beelden maakt hij de basis, haaks op de as van de stam. Lady in the long is in taille direct gemaakt. Ze is als het ware uit de boomstam gepeld. Aldenhove werkt bijna geheel handmatig, waarbij hij zich laat leiden door de vorm en tekening in het hout en de stam. De HKU-student heeft de stam nieuwe takken gegeven en er zo weer een boom van gemaakt. Daarna is de boom gestoken in een baljurk, met weide hoepelrok.

De opening op 2 april moet heel bijzonder zijn geweest. Modellen presenteerden de ‘modesculpturen’ in een modeshow, en bij het ‘inspiratiebeeld’ kleedden maker en model samen de pop aan met de ‘modesculptuur’.


Oude Warande – 'Disruption'

Mijn hooggespannen verwachtingen kwamen jammer genoeg bedrogen uit. Vergeleken met vorige edities van Lustwarande-tentoonstellingen in de Tilburgse Oude Warande was ‘Disruption, Remapping Nature’ bepaald teleurstellend, en zeker niet ‘disruptive’. Niemand merkte de goud beschilderde bladeren van Lionel Estève op, terwijl we even later werden overdonderd door een bladerenpracht, waar geen kunstenaarshand iets aan had bijgedragen. Undergrowth van Zeger Reyers sprong wel in het oog. Dankzij de witte kruizen van de 148 kleine sparren die in strakke lijnen stonden opgesteld tussen de bomen.

De bedoeling was dat de tien deelnemende kunstenaars binnen de natuurlijke context van het sterrenbos hun persoonlijke reflecties op kunst en natuur zouden tonen. Jasper Griepink (1988) is het best in die opdracht gelaagd. Zijn Grove 2.0 – Kapel van de Wilde Wijsheid bestaat uit een tuin in een ronde koepelvormige tuinbouwkas. In de kas heeft Griepink wilde planten uit het Oude-Warande bos geplant die worden gebruikt als medicijn, in de cosmetica en in schoonmaakmiddelen. Maar de kas fungeert ook als meditatie- en bezinningsplek. Griepink slaat een brug tussen oude rituelen, van bijvoorbeeld de Druïden, en het eigentijdse besef dat hoe wij mensen omgaan met de aarde nodig aan revisie toe is.

Kröller-Müller Museum – 'Jean (Hans) Arp, The Poetry of Forms'

Het Kröller-Müller Museum bracht een groot overzicht van Jean (Hans) Arp (1886-1966). In het ‘De-Stijl jaar’ koos het museum voor hem omdat hij bevriend was met Theo van Doesburg. Hij en zijn vrouw Sophie Taeuber werkten nauw samen met Van Doesburg bij de realisering van Aubette, een amusementspaleis in Straatsburg.
Arp was schilder, graficus, beeldhouwer en dichter. De tentoonstelling focuste onder andere op de wisselwerking tussen Arps beeldende kunst en zijn poëzie. Aanvankelijk maakt Arp reliëfs die hij ‘stabiles’ noemt. Maar al gauw begint hij ze te vertalen in drie dimensies.

Één daarvan is Trois objets dèsagréables su une figure / Kopf mit drei lastigen Gegenstanden van 1930. In principe was de sculptuur interactief, want de kijkers van vroeger mochten de objecten naar eigen inzicht rangschikken. Maar tegenwoordig is aanraken verboden, de sculptuur staat zelfs in een vitrine opgesteld. Deze sculptuur is mijn topper omdat Arp er zo’n typisch surrealistische uitleg bij geeft: ‘Ik ontwaakte uit een diepe en droomloze slaap met enkele onaangename objecten op mijn gezicht. Sophie zei dat het een grote vlieg, een snor en een mandoline waren.’

Beeldenbos Kröller-Müller Museum - 'La saison des fêtes'

Een bezoek aan het Kröller-Müller Museum is niet compleet zonder een wandeling door de beeldentuin en het beeldenbos.

Daar zag ik voor het eerst Pierre Huyghe’s tuin La saison des fêtes die in 2016 gereed kwam (het ontwerp dateert uit 2010). Bij binnenkomt deed het het land-art werk denken aan een rotonde met 'rotondekunst', weliswaar zonder auto's maar met bezoekers die op een bankje een boek zaten te lezen. En geen sculptuur als blikvanger, maar een palmboom. In deze cirkelvormige tuin, omgeven door een landschap van zandheuvels, draait alles om gewassen, die zijn verbonden met feestdagen van over de hele wereld. Met de bloei van de verschillende planten worden de feestdagen van de vier seizoenen beurtelings gevierd. La saison des fêtes is een zelf genererend systeem, waarvoor Huyghe de aanzet heeft gegeven, maar dat zich vervolgens verder ontwikkelt.

Kasteel-Museum Sypesteyn – 'Gebakken Beelden op Sypesteyn'

In de tuinen van Kasteel-Museum Sypesteyn toonde de Nederlandse Kring van Beeldhouwers beelden en installaties van veertien keramisten. Jammer genoeg is de Kring er niet in geslaagd de mogelijkheden van de verschillende plekken in de prachtige tuin te benutten. Te weinig werken, getoond zonder onderlinge samenhang, en bovendien van middelmatige kwaliteit. Gunstige uitzondering was het ‘kanten reliëf’ van Imke Beek op de gevel van de kasteelmuur.

Maar mijn topper was het Bloembed van Riëlle Beekmans. Rond een een drietal bomen realiseerde Beekmans een bloembed van rode mondjes op steeltjes, rode mondjes met getuite lippen, rode kussen. ‘Een kus is een tijdloos en universeel gebaar van liefde’, aldus Beekmans in het tentoonstellingsboekje. Met dit vrolijke en humorvolle gebaar is Beekmans er niet alleen in geslaagd op de tuin te reageren maar die ook echt te verrijken.

Amsterdamse Bos – 'Boslust'

Alles wat er misging op Sypesteyn werd gelukkig in een herkansing weer rechtgezet door tien ‘hakkers’ van de Kring. Ze hebben hun expositie 'Boslust' geconcentreerd op één plek van het Amsterdamse Bos, de zogenaamde heuvel. De rode draad was de door het Bos opgelegde beperking: de beeldhouwers mochten alleen in het Bos liggende boomstammen gebruiken. Daardoor ontstond bijna vanzelfsprekend ook een samenspraak. Imke Beeks wit geverfde takken weerspiegelen mooi in het water. Henk van Bennekums Dynamisch Perspectief is een klimbeeld, en ook Irma van Koningsbruggens Je zit in mijn hart is interactief. De kijker zit letterlijk in het hart gevormd door stammen van verschillende hoogte, die aan de bovenkant rood zijn geschilderd. Jammer genoeg kwam dit door de plaatsing hoog op de heuvel niet uit de verf. Een plek waar je van boven af op de stammen had kunnen neerkijken, was beter geweest.

Daarom is mijn topper toch Object 3 van Dick Simonis. Zijn hoge boomstam met lichte kromming, en de twee korte boomstammetjes die hij daar boven aan heeft bevestigd, resulteren verbazend genoeg in een elegante vrouwentors. Zo simpel en zo effectief. Jammer dat hij haar Object heeft genoemd en dan ook nog nummer 3; ze verdient een poëtischer naam.

GEM – 'Weird Science'

Het Haagse GEM haakte in op het ‘De-Stijl jaar’ met de tentoonstelling ‘Weird Science’ van Folkert de Jong, een tentoonstelling die zijn reflectie op De Stijl is. Nieuw is dat De Jong samenwerkt met kunstenaars uit andere disciplines en zijn beelden een setting geeft van foto’s, film en een toneelachtig decor. Zo opent de tentoonstelling met op een groot scherm geprojecteerde hersenscans, afgewisseld met 3D-scans van een hoofd en filmbeelden van een bewakingscamera. De wetenschap maakt ons deelgenoot van wat zich afspeelt in het brein van De Jong. Al zijn vreemde gedachtesprongen krijgen een plek in de tentoonstelling.

Meteen achter het projectiescherm staan drie figuren: de hoofdrolspelers van De Stijl. De beetje stijve Piet Mondriaan als feministische demonstrant, een dandyachtige Theo van Doesburg met Mondriaans Last Boogie Woogie onder zijn arm, en tussen beiden in Nelly van Doesburg paardje rijdend op de rug van De Jong, die zichzelf zo een wel heel bijzondere plaats toebedeelt in dit trio.
Daarna volgt een Game Room, met een naakte Nelly zittend voor een gele wand met kiekjes van de hoofdfiguren van De Stijl. Verder hangen er tussen twee dartborden meerdere Last Boogie Woogie’s die als schietschijf fungeren.
In het midden van de zaal staat een onttakelde BMW-7, met bepantsering en ruiten van kogelvrij glas. Van het type dus waarin criminelen als Holleeder worden vervoerd; de BMW staat op een berg van 60 kilo Wilhelmina pepermuntjes en rondom liggen apparaten die dienen om DNA te kopiëren, knippen en plakken. In de BMW liggen op tandartsstoelen Mondriaan en Van Doesburg, nauwelijks zichtbaar door de met verf bespatte plastic ruiten.
Hoe dit alles te duiden, staat te lezen op een soort ‘uitlegwandje’ met teksten van De Jong. Complexe materie die buiten het bestek van dit artikel valt. Ik volsta hier met te zeggen dat hij de leden van De Stijl nieuwe rollen laat spelen in zijn eigen verhaal, waarin pseudowetenschap, technologie, politiek, en massaconsumptie de belangrijkste thema’s zijn.

Minitheater Helling X – concert voor, met en op 'Olivia'

Het minitheater Helling X is gevestigd in het atelier van beeldhouwer Hanneke de Munck op de Amsterdamse NDSM-werf. De eerste twee dagen van september vond hier een wel heel bijzonder concert plaats. Bassist Jordi Carrasco Hjelm en altvioliste Yanna Pelser gaven een concert met een hoog performance gehalte. Ze speelden op Zweedse volksmuziek gebaseerde improvisaties. Ze lieten zien en horen dat je behalve strijken, ook kunt tokkelen op de snaren, en kunt strijken, kloppen en wrijven op het instrument. Een hoofdrol was weggelegd voor Olivia, een beeld van Hanneke de Munck. De Munck hakte haar uit een 300 jaar oude olijfboom; op haar hoofd draagt ze een kom van doorschijnend witte albast. In plaats van een rechterarm heeft Olivia een hol instrument, een klankkast, waarover een bassnaar is gespannen. In haar paardenstaart is de stemsleutel verborgen. Begin april beleefde Olivia haar wereldpremière in het Concertgebouw in een concert van Polo de Haas met een improvisatie van Carrasco Hjelm.

In het duo- of moet ik zeggen trio-concert in De Muncks minitheater speelden Carrasco Hjelm en Pelser samen op Olivia, tot uiteindelijk Carrasco Hjelm zijn strijkstok over haar ene snaar liet glijden. Geweldig om te horen. Wat een prachtige vondst van De Munck om van Olivia een instrument te maken. Zo klonk Olivia in het minitheater:

In een interview met Harold Thiehatten vertelt Hanneke de Munck over het maken van Olivia, hoe ze op het idee kwam een muziekinstrument van haar te maken, en haar ontmoeting met Jordi Carrasco Hjelm. Bovendien laat Thiehatten horen hoe diens improvisatie klonk in het Concertgebouw. Klik op de link voor interview en geluidsfragment (alleen geluid, geen beeld).

#

Rode draad: crossovers natuurlijk

Het zal u als lezer niet verbazen dat mijn toppers bijna allemaal crossovers zijn. Voor tentoonstellingen met natuurkunst ligt dat voor de hand: de boom, planten en of het landschap zijn het materiaal waarmee de beeldend kunstenaar, respectievelijk Dick Simonis, Jasper Griepink en Pierre Huyghe, werkt. Griepinks tuinbouwkas is bovendien een inloopsculptuur, en daarmee behalve een crossover tussen sculptuur en natuur ook een tussen sculptuur en architectuur. Op ArtZuid koos ik voor Krijn de Konings crossover tussen sculptuur en architectuur, die bovendien sitespecific en interactief was. De rozenkrans van Maria Roosen zie ik als een crossover tussen verleden en heden. Jean Arps sculptuur was bedoeld als een interactieve sculptuur. En interactiviteit zou je kunnen beschouwen als een link tussen beeld en kijker die verdergaat dan alleen kijken. De expositie van Folkert de Jong was multidisciplinair en zijn beschilderde personages en BMW zijn crossovers tussen beeldhouwkunst en schilderkunst. Zijn Last Boogie Woogie’s zijn vertalingen in 3D van Mondriaans schilderij, waar de primaire kleuren van Mondriaan hebben plaats gemaakt voor de pasteltinten van De Jong. Olivia, tenslotte, is een crossover tussen beeld en muziekinstrument. De vertolkers van het concert waren behalve musici ook performers.
Kortom, voor iemand die gefascineerd is door crossovers viel er deze zomer genoeg te beleven.