Tony Oursler

Door Sya van 't Vlie


Tony Oursler, de hacker

In 2015 is de Amsterdamse Oude Kerk enkele weken lang het decor voor I/O underflow van multimedia kunstenaar Tony Oursler. Blijft zijn presentatie overeind in dit imposante kerkgebouw? Komt zijn boodschap over? En misschien nog wel belangrijker: doen de projecties van zijn videoperformances geen afbreuk aan de kerk?

De Oude Kerk ‘gehackt’

Jacqueline Grandjean, directeur van de Oude Kerk, heeft grote plannen. Ieder jaar wil ze in de wintermaanden een beeldend kunstenaar van naam en faam uitnodigen om te exposeren in de kerk. Aan Tony Oursler de eer de spits te mogen afbijten. Vroeger waren de muren en plafonds van de Oude Kerk rijk gedecoreerd. Maar die pracht van weleer werd vernietigd tijdens de Beeldenstorm van 1566. Oursler heeft daarop een antwoord. Hij heeft de schilderingen van de virtuele wereld van het geloof een eigentijdse opvolger gegeven: de virtuele wereld van internet. Speciaal voor de Oude Kerk heeft Oursler zes videoperformances gemaakt, waarin hij ingaat op verschillende aspecten van onze omgang met computertechnologie en digitale media.

De stijlkamers

De meeste bezoekers kennen Oursler van zijn door videofilms geanimeerde ‘dolls’. Twee daarvan, Orbit en Double Doll, zijn te zien in respectievelijk de kerkmeesterkamer en de spiegelkamer.
Orbit bestaat uit een bol in een slangachtige knoop, die je als kijker associeert met een wirwar van armen. De videoprojectie doet de bol veranderen in een gezicht dat ons toespreekt. De kijker gaat op in alle emoties die van het gezicht zijn af te lezen. Daardoor valt nauwelijks op dat de neus ontbreekt.
De twee poppen van Double Doll zitten naast elkaar op de rugleuning van een bankje. Ook hier worden beide hoofden tot leven gebracht door de videoperformance. De lippen bewegen synchroon aan de soundtrack. Beide heren lijken een gesprek te voeren. Maar al gauw kom je erachter dat ze ieder in hun eigen monoloog zijn gewikkeld, soms door elkaar heen sprekend.
X-doll is een derde geanimeerd poppetje. Met gespreide benen staat hij in de Heilige-Graf kamer in een hoek. Een videoperformance van een op de rug geziene man brengt het poppetje tot leven. Anders dan bij Orbit en Double Doll ontbreekt hier het geluid. De stilte maakt dat de kijkers extra gefocust zijn op de verwrongen bewegingen en gezichtsuitdrukkingen van het nietige mannetje.
Het tegenovergestelde doet Oursler met Talking Light dat in de kooromgang hangt. Talking Light is een gloeilamp die gaat praten zodra hij aangaat, om er het zwijgen toe te doen als hij uitgaat. Een paar uitspraken van de gloeilamp zijn: ‘Every man for himself’, ‘I am completely replaceable’, ‘You do not share the light’, ‘You absorb the light’.

Tweeluik

Uitgangspunt voor de expositie is het ‘tweeluik’, uitgevoerd door performers Holly Stanton & Josie Keefe en Jim Fletcher & Kate Valk. Het tweeluik als vorm verwijst naar religieuze diptieken van schenkers en hun patroonheilige. De videoperformance wordt geprojecteerd op een glas-in-lood raam dat is gewijd aan het leven van Maria. Een gedeconstrueerd raam, want tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het raam opgeslagen in de duinen bij Zandvoort. Na de oorlog bleken de ramen beschadigd en werd dit raam gemaakt met de oorspronkelijke fragmenten. Een tweede raam in de Mariakapel toont een complete reconstructie.
Ourslers tweeluik is gebaseerd op de persoon van Alan Turing, een van de grondleggers van de computer en bedenker van de Turing-test, een test om te onderzoeken of een computer zich voordoet als mens.
Als crypto-analyticus maakte Alan Turing tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uit van het team dat de codes van het Duitse Enigma-apparaat kon ontcijferen. In 1950 publiceerde hij in MIND zijn artikel ‘Computing Machinery and Intelligence’, waarin hij zijn Turing-test beschreef. In 1952 werd hij gearresteerd wegens homosexualiteit. Omdat hij werd gezien als veiligheidsrisico werd hij veroordeeld tot experimentele chemische castratie. In 1954 pleegde hij zelfmoord door het eten van een met cyaankali vergiftigde appel. Speculaties barstten los: was het wel zelfmoord? Of werd hij vermoord? Jaren later is zelfs geopperd dat het een mislukt experiment zou zijn geweest, en dus een ongeluk. Deze lezing is waarschijnlijk wishful thinking van de onderzoeker. In 2009 bood de Britse regering Turing postuum haar excuses aan. Dat maakte de weg vrij voor gratie (2013), zodat zijn veroordeling uit de boeken kon worden geschrapt.
In de videoperformance zijn de twee koppels Holly Stanton & Josie Keefe en Jim Fletcher & Kate Valk om de beurt aan het woord. Beide koppels ogen stijf en onpersoonlijk, terwijl ze synchroon dezelfde teksten uitspreken. Ze lijken mechanisch aangestuurde robots. Wanneer de verboden vrucht ter sprake komt, of liever de baby die het resultaat was van het eten ervan, laten ze hun statische houding varen om te veranderen in acteurs die de cruciale scène uit Sneewwitje opvoeren. De heks, gespeeld door de vrouw, biedt Sneewwitje, gespeeld door de man, de ‘magic wishing apple’ aan, een heerlijke rood/groene appel. Sneeuwwitje neemt tot drie keer toe een hap en wenst dat hij zal komen om haar mee te nemen naar zijn kasteel en dat ze daar nog lang en gelukkig zullen leven. Sneewwitje zakt in elkaar en de heks lacht vals: zij is weer de schoonste in het land.
Behalve naar Adam en Eva, die na het eten van de verboden appel uit het paradijs worden verdreven, verwijst deze scène direct naar Turings zelfmoord door het eten van een vergiftigde appel. Kortom, in deze videoprojectie op het gedeconstrueerde raam legt Oursler de onderhuidse spanningen bloot ‘tussen religie en technologie, verleiding en controle met als leidraad de invloed van de computer op het menselijk denken’ (citaat uit tentoonstellingstekst).

De dubbele video performance

Alle videoperformances laten zien hoe Oursler de Oude Kerk tot leven brengt om zijn waarschuwing te onderbouwen.
Twee videoperformances tonen de gezichten van vier performers die de kijkers beurtelings toespreken. Voor Oursler fungeert het gezicht als metafoor voor het internet als enorm collectief onderbewustzijn, waar we dubbelgangers of digitale versies van onszelf creëren. De vier performers zijn Phyllis Ma, Jim Fletcher, Constance de Jong en Joe Gibbons. De boodschappen worden afgewisseld door 3-D computermodellen van gereedschap en objecten die zijn geprint met een 3-D printer. De ene performance wordt geprojecteerd in een hoek naast de ingang, de andere op het plafond van het gewelf aan de noordzijde. De close-ups van de gezichten laten de emoties van hun boodschappers zien. Het om de beurt spreken en de onderbrekingen door de 3-D animaties zorgen ervoor dat de boodschappen gefragmenteerd overkomen en daardoor onbegrijpelijk zijn. Te meer omdat Phyllis Ma geen Engels maar Mandarijn spreekt. Volgens het bord met uitleg bezigt ze termen uit de subcultuur van hackers. Verder zegt ze dat ze alles kan zien en dat er geen privacy is. De non-lineaire vertelwijze die Oursler hanteert laat zien dat er door de versnippering waarin de informatie tot ons komt geen compleet verhaal meer uit de brokjes valt te destilleren.

Videoperformance met spook en New Yorker

De videoperformance met het spook wordt geprojecteerd op de muur naast de Mariakapel, boven een spitsboog naar de kooromgang. Oursler voert twee figuren ten tonele die zich op tegenovergestelde wijze aan het publiek presenteren. Zo gaat Oursler in op verschillende aspecten van onze omgang met computertechnologie en digitale media. We nemen verschillende identiteiten aan in games, op facebook en YouTube zonder stil te staan bij de gevolgen voor onze privacy.
Het spook, gespeeld door Jim Fletcher, verbergt zich in zijn mantel. Hij probeert zich te verstoppen. Te vergeefs, want eenmaal on-line zijn we eeuwig zichtbaar. We maken gebruik van computertechnologie en digitale media zonder het onderliggende systeem te kennen. Zonder precies te weten wat de risico’s zijn.
Fletchers tegenspeler, een zwarte inwoner van New York die wordt gespeeld door Jason Scott, spreekt de bezoekers zelfverzekerd toe. Met overtuigende gebaren tracht hij de bezoekers te overreden. Maar waarvan? Woordenseries als ‘abraxas – acid – alabama’ zijn namen van computervirussen. Die liggen overal op de loer en hebben we, als we niet oppassen, zo op onze computers binnengehaald. Volgens de tentoonstellingstekst staat het spookfiguur voor ‘het onvermogen van computers om de mens adequaat te representeren’, en toont de New Yorker ‘hoe digitale fenomenen ons denken infiltreren’.
Af en toe verschijnt de spookfiguur gekanteld en de New Yorker op zijn kop. Dat werkt de vervreemding in de hand.
Met teksten als ‘Boom! I’m gonna crash a picture’ refereert Oursler aan de beeldenstorm. Ook citeert hij soms letterlijk uit gebeden. Zo is ‘May the road rise up to meet you’ een oud-Ierse zegen. Met deze mix van beelden en teksten wil Oursler ons niet alleen waarschuwen voor onwetendheid bij computergebruik en blind vertrouwen in het systeem. Hij wil ook ons vermogen om te associëren op gang brengen, ons nieuwe verbanden laten leggen tussen heden en verleden, tussen de virtuele wereld van het geloof en de virtuele wereld van internet.

Twee grondhoudingen


Op twee van de misericorden van het laatgotische koorgestoelte toont Oursler twee kleine videoperformances die staan voor twee grondhoudingen ten aanzien van stress veroorzaakt door onze omgang met de computer en digitale media: berusting en verzet. Naast de misericorde waarop een oude vrouw de darmen uit het lijf van een jonge vrouw trekt, staat een keurige man, strak in het pak. Hij komt zelfverzekerd over, maar zijn uitspraken zitten vol tegenstrijdigheden. Hij beschrijft de discrepantie tussen mens en machine, vooral met betrekking tot controle en het verlies daarvan. Uiteindelijk lijkt hij zich neer te leggen bij zijn conclusie: ‘You made a rock so big you cannot lift it’.
Op de misericorde met Januskop maakt een vrouw in een groen jurkje ogenschijnlijk frivole bewegingen. Maar wie beter kijkt ziet dat het wanhopige bewegingen zijn. Ze zegt gehackt te zijn door het systeem. Het systeem maakt haar kapot. Ze probeert zich van het systeem ontdoen door haar ledematen af te snijden. ‘All this information means nothing. You make up your own life.’

Gevelprojecties

Tot 18 januari 2015 was ‘nachtelijks’ van 17.00 tot 23.00 uur een videoloop op de gevel van de Oude Kerk te zien.
Hierin heeft Oursler beelden uit zijn videoperformances binnen opgenomen. Buiten is geen plaats voor acteurs. Maar wel herkennen we de roterende 3-D computermodellen van computergereedschap, de met de 3-D printer geprinte objecten, de stadsmaquette, het molecuul, en het skelet, die worden afgewisseld met waarschuwingen en vragen aan het publiek. Oursler benadrukt nog eens dat we moeten nadenken over de grenzen tussen de werkelijke en de virtuele wereld.

Ourslers boodschap

Oursler heeft zijn projectieplekken strategisch gekozen. De projecties in de Oude Kerk attenderen ons ook details van de kerk, zoals de beide Maria-vensters en hun geschiedenis, de schitterende houten gewelven en de misericorden. Vroeger waren de muren en plafonds van de Oude Kerk rijk gedecoreerd. Maar die pracht van weleer werd vernietigd tijdens de Beeldenstorm van 1566. De projecties van Ourslers videoperformances nemen de plaats in van de verdwenen schilderingen en beeldhouwwerken, niet met het verhaal van de virtuele wereld van het geloof, maar met het verhaal van de virtuele wereld van internet. Zo nodigt Oursler ons uit te onderzoeken waarin die beide virtuele werelden overeenkomen en verschillen, en ons af te vragen hoe ze zich verhouden tot de werkelijke wereld.
Met de titel I/O underflow wijst Oursler op het gevaar dat we ‘op drift in de onderstroom’ van de digitale media het overzicht op het geheel dreigen te verliezen. Paradoxaal genoeg zegt Oursler met zijn projecties de kerk te hebben gehackt. Hij maakt juist gebruik van die technieken en middelen waarvoor hij ons waarschuwt

Noot: Oursler heeft de videoperformances behorend tot I/O underflow geen titels gegeven. Daarom heb ik omschrijvingen als ‘tweeluik’, ‘dubbelgangers ingang’ en ‘dubbelgangers plafond’, ‘spook en New Yorker’, ‘misericordeprojectie’, en ‘gevelprojectie’ gebruikt.