William Kentridge - Black Box

Door Sya van 't Vlie


Black Box/Chambre Noir, de ultieme crossover van William Kentridge

Het minitheater Black Box/Chambre Noire (2005) van William Kentridge (1955) is niet alleen wonderschoon, de voorstelling over een vergeten genocide is ook historisch beladen.

Minitheater

Black Box/Chambre Noir was in november 2012 te zien bij het Joods Historisch Museum. Het is een multidiciplinaire installatie die fungeert als minitheater. Het staat opgesteld in een klein zaaltje met rijen stoelen voor het publiek. Het minitheater is een prachtige combinatie van artistiek ambacht en digitale techniek. Als het licht uit en het doek op gaat, ontvouwt zich een intrigerend schouwspel. Op het kleine toneel met links en rechts coulissen speelt zich een computergestuurde voorstelling af, tegen een wisselende achtergrond van op tekeningen gebaseerde animatiefilmpjes. Uit papier gescheurde figuurtjes en marionetten wisselen elkaar af op het toneel. Samen vertellen ze het verhaal van de eerste genocide van de twintigste eeuw die zich in 1904 voltrok in de kolonie Deutsch Süd West Afrika, het tegenwoordige Namibië. Toen de lokale bevolking, die niet langer als Duitse onderdanen werden beschouwd, in opstand kwamen tegen de landonteigeningen, vaardigde generaal Lothar von Trotha een decreet uit dat de Herero en Nama het land moesten verlaten, indien niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Ze werden de Kalahariwoestijn ingejaagd, waar ze omkwamen van honger en dorst. Hun schedels werden naar Duitsland gestuurd voor wetenschappelijk rassenonderzoek. Wie het toch waagde achter te blijven werd doodgeknuppeld of doodgeschoten.

Voorbode

Het minitheater is door Kentridge al eerder gebruikt voor Preparing the Flute (2006), een herinterpretatie van Mozart’s Zauberflöte. Hij introduceerde een paar Afrikaanse elementen in de opera. Zo gebruikt Tamimo de fluit om een neushoorn op te sporen. Dit met uitsterven bedreigde dier staat voor de inheemse bevolking van Afrika en speelt ook een hoofdrol in Black Box/Chambre Noir.

Andere hoofdpersonen zijn zes mechanisch aangedreven figuren, die iets weghebben van marionetten. Ze dragen namen als Rennende Man, Passer Man en Megafoon Man en komen om beurten op terwijl op de achtergrond en over de omlijsting van het toneel heen animatiefilmpjes worden geprojecteerd. Een paar van de scènes zijn vooroorlogse filmbeelden waarop twee jagers een neushoorn doden, een wereldbol die verandert in een schedel die uit zijn standaard rolt, en een animatiefilmpje van twee van papiersnippers gemaakte beulen die een derde persoon in elkaar slaan. Het gewelddadige optreden van de beulen transformeert in een machinale routine. Zo maakt Kentridge duidelijk dat hij deze genocide beschouwt als een voorbode van de Holocaust. Dit benadrukt hij nog eens door als achtergrondmuziek te kiezen voor fragmenten uit Mozart’s Zauberflöte, in een uitvoering uit 1937 in Berlijn voor kopstukken van de NSDAP. Bij andere scènes heeft hij gekozen voor schitterende Herero klaag- en lofzangen.

'black box'

De 'black box' uit de titel verwijst niet alleen naar een vorm van theater zonder duidelijk onderscheid tussen acteurs en publiek, maar ook naar de camera obscura, de donkere kamer waar objecten in de reële wereld met behulp van licht worden omgezet in (fotografische) beelden. Ten derde verwijst de titel naar de ‘black box’ van een vliegtuig, waarin alle vluchtgegevens worden opgeslagen die in geval van een vliegtuigramp uitsluitsel moet geven over de toedracht.

Kentridge heeft in zijn Black Box/Chambre Noir data van de genocide opgeslagen: landkaarten, dodenlijsten, aandelenadministraties van goudmijnen, handgeschreven collegenoties van een student Duits recht, fotokopieën van generaal Von Trotha’s ‘Vernichtingtungsbefehl’, en nog veel meer. Al deze documenten dienen als drager voor zijn houtskooltekeningen die de basis vormen van de animatiefilmpjes. Deze tekeningen zijn tentoongesteld in de aangrenzende museumzalen. In een vitrine staan daar bovendien de zes marionetten opgesteld.

‘Trauer Arbeit'

En ‘last but not least’: Het feit dat marionet Megafoon Man een bord draagt waarop TRAUER ARBEIT staat, lijkt erop te wijzen dat de ‘black box’ voor Kentridge ook staat voor de plek waar we onze verdrongen herinneringen aan traumatische gebeurtenissen opslaan. Want ‘Tauer Arbeit’ betekent rouwverwerking. En dat brengt me bij de reden waarom Kentridge ons deze vergeten genocide, die hij ziet als voorbode van de Holocaust, in herinnering brengt met zo’n wonderschone voorstelling. Black Box/Chambre Noir is zijn bijdrage aan een rouwproces, dat hij kennelijk als ‘long overdue’ beschouwt.