Marcel Duchamp

Door Sya van 't Vlie


De vele gezichten/personae van Marcel Duchamp

Five-Way Portrait of Marcel Duchamp (1917) toont Marcel Duchamp gezien vanuit vijf gezichtspunten. Op 21 juni 1917 bezoeken Duchamp en Francis Picabia, in gezelschap van Beatrice Wood de Broadway Photo Shop, om zittend voor een scharnierende spiegel, ‘five-way’ portretten van zichzelf te laten maken. De trucfoto van een op de rug geziene Duchamp tegenover vier spiegelbeelden van zichzelf in de twee in een hoek opgestelde spiegels, is niet gemaakt door een fotograaf maar door een bedienaar van een fotobriefkaart machine. De foto stelt auteurschap en identiteit aan de orde, twee zaken die Duchamp zijn leven lang bezighouden.
Kijkend naar zijn artistieke activiteiten zijn er Duchamp de schilder, de uitvinder van de readymades, de beeldend kunstenaar, de ‘experimenteur’, Rrose Sélavy, de curator/tentoonstellingsmaker, de kunsthandelaar/-adviseur, de schaker, en niet te vergeten R. Mutt.
Duchamp spreekt in raadselen, schrijft notities die multiinterpretabel zijn, en verbergt zich achter aliassen. Hij is on(be)grijpbaar, en als grote afwezige alom aanwezig, ook na zijn dood.
Eigenlijk doet slechts een 'five-way' portret hem te kort.

Vroege jaren (schandaal)

Marcel Duchamp wordt in 1887 geboren als derde zoon van notaris Justin-Isidore (roepnaam Eugène) Duchamp en Lucie Nicolle (1856-1925). Zijn moeder kwam uit een artistiek gezin. Zijn oudere broers Raymond Duchamp-Villon en Jacques Villon waren beeldhouwer en schilder. Na hem volgen nog drie zussen Suzanne, die ook schilder is, Yvonne en Magdeleine. In 1904 doet hij eindexamen aan het Lycée Pierre-Corneille/de École Bossuet.
In zijn tienerjaren was Duchamp al begonnen met schilderen in een impressionistische stijl. In 1904 vertrekt hij naar Parijs, waar zijn broers al woonden. Hij wordt leerling aan de Académie Julian, waar hij veel andere schilders ontmoet. Hij tekent cartoons, vaak met woordspelletjes. In 1905 zakt hij voor het toelatingsexamen École des Beaux Arts. Hij volgt een opleiding tot drukker, omdat hij als beoefenaar van een kunstambacht korter in dienst hoefde. Tijdens zijn diensttijd leert hij typografie en bekwaamt hij zich in druktechnieken.

Na zijn dienst komt hij in 1906 terug in Parijs. Aanvankelijk schildert hij in de stijl van het fauvisme en vanaf 1910 in de stijl van kubisme. Veel kubisten komen bij elkaar in het atelier van de gebroeders Duchamp in de Parijse voorstad Puteaux. De Puteaux-groep, later bekend als Section d’Or, exposeert gezamenlijk bij onder andere de jaarlijkse Salon des Indépendants en de Salon d’Automne. Op de laatste leert hij de schilder Francis Picabia kennen.
Duchamp heeft een relatie met schildersmodel Jeanne Serré (geboren Chastagnier), echtgenote van M. Serré. In 1911 bevalt Jeanne van een dochter Yvonne Serré, maar Duchamp hoort pas in 1919 dat hij de vader van Yvonne is.
Uit deze tijd dateren Portrait de joueurs d’echecs, een portret van zijn schaakspelende broers, en het zelfportret Jeune homme triste dans un train. De eerste toont de profielen van de broers vanuit verschillende gezichtspunten. Maar het meest bijzondere is dat Duchamp het schaakspel toont als een activiteit die zich afspeelt in het hoofd van beide spelers. Duchamp-biograaf Calvin Tomkins stelt dan ook dat de broers ‘are not just playing chess but thinking chess’. De titel van het zelfportret werd ingegeven door de alliteratie van ‘triste’ en ‘train’. Duchamp heeft de beweging van de trein gecombineerd met de heen en weer slingerende beweging van de door de gang lopende jonge man.

Deze kubistische vorm van het futurisme is geïnspireerd door de eerste chromofotografieën van bewegende figuren van Jules-Etienne Marey. Nu descendant un escalier(1911) is zijn bekendste schilderij in deze stijl. Duchamp integreert gefragmenteerde kubistische vormen van het naakt in een reeks futuristische bewegingen, het naakt daarbij reducerend tot niet veel meer dan een lijn. Het gaat hem niet zozeer om het weergeven van beweging maar om het uitdrukken van het idee beweging. Hij stuurt Nu in naar de Salon des Indépendants van 1912. Albert Gleizes, de leider van de kubisten, vindt dat Nu niet thuishoort in de sectie kubisme want de introductie van beweging brengt het in verband met futuristische ideeën en experimenten die de kubisten juist verwerpen: Door werkelijke beweging voor te stellen suggereert Duchamp en opeenvolging van fysieke stadia binnen een tijdsverloop, terwijl het de kubisten gaat om de gelijktijdigheid van verschillende ervaringen in één enkel moment. Zijn oudere broers moeten hem overhalen het schilderij terug te trekken of een andere titel te geven, want de schandalige titel zou niet passen binnen de traditie van het vrouwelijk naakt. Naakten horen achterover te leunen, te baden, vloeistoffen uit kannen te schenken, naakten dalen zeker geen trap af. Duchamp trekt het terug.

Jerrold Seigel meent dat Jeune homme triste dans un train en Nu descendant un escalier een paar vormen. Hij ziet in Jeune homme triste een masturberende jonge man en vraagt zich af of Nu niet de aanleiding daarvoor is. Jeune homme triste wordt algemeen gezien als een zelfportret. De bestemming van de treinreis is zijn ouderlijk huis. Het is zijn eerste familiebezoek na het huwelijk van zijn jongere zus Suzanne, met wie hij erg close was, te close misschien? Was zij Nu? Was haar huwelijk de reden van zijn droefheid? Het zijn maar speculaties. Maar ‘both his images themselves and the play between them and his titles at once arouse and frustrate a desire for some explicit, literal interpretation’.

In 1912 gaat Duchamp voor twee maanden naar München op uitnodiging van zijn vriend Max Bergman (voor wie hij Bilboquet meeneemt). Hier maakt hij Le passage de la Vierge à la Mariée (De overgang van de maagd naar de bruid, 1912). Tomkins benadrukt dat de ‘passage’ uit de titel niet doelt op een beweging door de ruimte, maar op de lichamelijke en mentale transitie van maagd naar echtgenote.
De Duve ziet het schilderij als een passage in de kunstgeschiedenis. In zijn Pikturaler Nominalismus komt hij met behulp van de psychoanalytische droomuitleg komt hij tot een lezing van Duchamps Le passage de la Vierge à la Mariée van 1912 als tegelijkertijd het veroveren van de schilderkunst die zijn geboorte als schilder mogelijk heeft gemaakt, en het opgeven van de schilderkunst, meer specifiek de toen geldende traditie van de schilderkunst die loopt van Cézanne naar het kubisme. Dat ophouden met schilderen is vergelijkbaar met het opgeven van de figuratie en de overgang op pure abstractie die vele andere kunstenaars (Kandinsky, Malevic en Mondriaan) hebben gemaakt om zich los te maken van het kubisme. Duchamp voert de reductie alleen tot zijn uiterste consequentie. In plaats van een passage naar de abstractie maakte hij een passage naar de readymade. De Duve beschouwt Duchamps overgang naar de readymade dus als een overgang van specifiek naar generiek, van schilderkunst naar kunst.
Meteen na Le passage de la Vierge à la Mariée begint Duchamp aan La Mariée (1912) dat hij in twee maanden voltooit. Tomkins noemt het zijn meesterwerk als ‘olieverf-schilder’. Het lijkt op Le passage in het naast elkaar plaatsen van mechanische elementen en viscerale vormen. Maar de kubistische structuur is verdwenen evenals de suggestie van beweging. De sensuele vormen lijken in een nieuw soort ruimte te bestaan. Hij vermoedt dat Duchamp zijn bruid uit München zag 'as a three-dimensional projection of an invisible four-dimensional being’.

Jerrold Seigel brengt de reis naar München in verband met de afwijzing van Nu descendant un escalier voor de Salon des Indépendants. Hij noemt het zelfs een vlucht. Minne Buwalda geeft daarvoor een andere reden: Duchamp was verliefd geraakt op Gabriëlle Buffet, de echtgenote van zijn vriend Francis Picabia.
In München zet Duchamp zijn eerste ideeën (krabbels) voor The Large Glass op papier en maakt hij een eerste schets: La mariée prise a nu par les célibataires.

Terug in Parijs leert Duchamp de Amerikaanse kunstcriticus en schilder Walter Pach kennen die hem vraagt deel te nemen aan de door hem en Arthur B. Davies en Walt Kuhn te organiseren Armory Show in New York. In 1913 stuurt Duchamp vier schilderijen naar de Show. Op de Show zijn 1250 schilderijen, beeldhouwwerken en decoratieve werken van meer dan 300 Europese en Amerikaanse kunstenaars te zien. De Amerikanen maken kennis met de nieuwe Europese kunststromingen impressionisme, fauvisme, en kubisme die ruim vertegenwoordigd zijn. De tentoonstelling wordt door het grote publiek zeer negatief ontvangen, maar ook de pers en critici spreken van oplichterij, en bezigen termen als geestesziek, immoreel, anarchistisch, karikaturaal, gedegenereerd en gewoon belachelijk. Duchamps Nude descending a staircase No 2, het ‘most-talked about’ schilderij, wordt ‘an explosion in a shingle factory’ genoemd of vergeleken met het spitsuur in de subway. Kijkers vragen zich geschokt af: waar tussen al die fragmenten is het naakt? Maar ze komen wel in drommen op de Show af om het te bekijken. Duchamps naam is op slag gevestigd in Amerika. Zijn getoonde schilderijen worden alle vier verkocht.

In het najaar van 1913 heeft hij de indeling van The Large Glass op de muur van zijn Parijse atelier getekend. Hierna volgen meer notities, die verschijnen in de Boîte de 1914 (oplage van vijf); van afzonderlijke onderdelen maakt hij schilderijen (Mariée en Broyeuse de chocolat) en voorstudies in glas (Neuf Moules Mâlic en Planeur contenant un moulin à eau dans les métaux voisins).
Omdat zijn schilderijen niet verkopen gaat hij in 1913 werken in de Bibliothèque Sainte-Geneviève waar een oom van Picabia directeur was. Hij begint zelfs aan een studie tot bibliothecaris.

In deze tijd voert hij experimenten uit die te beschouwen zijn als crossovers tussen kunst en wetenschap. In die experimenten laat hij ook de kans toe, bijvoorbeeld in de wetenschap van metingen. Om 3 stoppages étalon (1913-14, 3 Standard Stoppages) te maken laat hij 3 draden met een lengte van één meter vanaf één meter hoogte na elkaar vallen op een geprepareerd blauw/zwart doek. De draden komen in drie verschillende golvende lijnen op het doek terecht, waarvan de afstand tussen de uiteinden korter is dan een meter. Hij plakt de drie strepen doek vast op glas. Daarna maakt hij drie houten meetlatten met dezelfde golvende contouren, ‘geminderde meters’ dus, die hij als wetenschappelijke instrumenten naast elkaar in een croquet doos neerlegt. Duchamp is niet verantwoordelijk voor de vervorming van de lijnen, die is bepaald door kans. Zelf noemde hij ze voorbeelden van 'canned chance' (ingeblikte kans), en kans de 'generator of variable forms' (voortbrenger van variabele vormen). Hij handhaaft het Franse ‘stoppages’ uit de titel, dat verwijst naar het stoppen van sokken (‘stoppages et talons’) in de Engelse titel 3 Standard Stoppages, waardoor deze nieuwe connotaties krijgt. Zijn geminderde meter is ongetwijfeld een commentaar op de zogenaamde X-meter van platina-iridium die wordt bewaard in Sèvres. Want bij het vaststellen van de standaard meter door de Franse Academie van Wetenschappen in 1791 als het tienmiljoenste deel van de afstand rond het aardoppervlak, gemeten vanaf de Noordpool tot aan de evenaar, langs de meridiaan van Parijs was, werd, na later bleek, een meetfout gemaakt.
Hij gebruikte zijn drie standaard meters voor Réseaux de stoppages (1914, Network of Stoppages) dat diende als plan voor de plaatsing van de Neuf moules malic (Negen mannige mallen) op The Large Glass.

Zoals gezegd op het moment van zijn doorbraak als schilder houdt Duchamp op met schilderen om zich toe te leggen op de readymades, kant-en-klare massaproducten, die hij uit hun ‘normale realiteit’ haalt waarna ze dankzij de manipulaties van Duchamp hun plek vinden in het kunstcircuit. De eerste twee: een fietswiel op een keukenkruk en een flessendroger. In Parijs had hij nog geen term bedacht voor dit fenomeen, laat staan titels.

Amerika - Frankrijk

Walter Pach stelt hem voor mee te gaan naar de Verenigde Staten. Aangekomen in New York blijkt hij dankzij het ‘succes’ van Nude descending a staircase op de Armory Show een beroemdheid. In New York stelt Pach hem voor aan Louise en Walter Conrad Arensberg, al gauw de belangrijkste verzamelaars van zijn werk. Bij hen ‘huurt’ hij twee jaar lang een atelier, als huur belooft hij hun The Large Glass. Via Arensberg maakt hij kennis met de kunstenaars Jean Crotti, Man Ray, Edgar Varèse, actrice en kunstenares Beatrice Wood, en journalist Henri-Pierre Roché. De kennismaking met de laatste is het begin van een levenslange vriendschap. Duchamp komt ook zijn vriend Picabia weer tegen. De nachtelijke bijeenkomsten van de kunstenaars in het appartement van Arensberg staan bekend als ‘salon Arensberg’. Met Picabia, Man Ray, Crotti en Arensberg richt hij in 1916 de Society of Independant Artists op. Met Wood en Roché geeft hij in 1917 ‘The Blind Man’ uit, waarvan het eerste nummer verschijnt op de dag van de opening van de eerste tentoonstelling van de Society.

Hij maakt replica’s van de readymades die in Parijs waren achtergebleven, en voegt er nieuwe aan toe. Op de eerste tentoonstelling van de Society of Independent Artists veroorzaakt het urinoir Fountain, dat hij indient onder het pseudoniem R. Mutt, opschudding en wordt ‘suppressed’. Het tweede nummer van 'The Blind Man' publiceert Alfred Stieglitz' foto van Fountain en de redactie, waartoe Duchamp behoort, besteedt veel aandacht aan de weigering het ten toon te stellen.
Katherine Dreier, bestuurslid van de Society, was een van de tegenstemmers van Fountain . Ze had geen idee dat Duchamp schuilging achter het pseudoniem R. Mutt. Toen Duchamp uit protest tegen de weigering terugtrad uit het bestuur was ze oprecht van streek; ze vroeg hem in een brief zijn terugtreding te heroverwegen. Ze had tegengestemd omdat ze niets origineels in Fountain zag. Verder bood ze hem aan die originaliteit aan te tonen met een lezing over zijn readymades, te houden in de hal van de Society waar Fountain dan te zien zou zijn. Hoewel Arensberg haar had verteld dat er een verband tussen Fountain en de readymades bestond, had ze nog steeds niet door hoe nauw dat verband was. Duchamp kwam niet op zijn besluit terug en ging niet in op haar aanbod.

In New York begint Duchamp aan de uiteindelijke uitvoering van The Large Glass (zie atelierfoto rechts tegen muur). In 1918 is er nog maar één deel oningevuld: de plek waar de bruid en de vrijgezellen contact maken.

Vanaf 9 oktober 1917 werkt Duchamp ongeveer een half jaar bij de Franse militaire missie als persoonlijke secretaris van een Franse kapitein. Daarnaast geeft hij les om in zijn onderhoud te voorzien.
In 1918 maakt Duchamp Tu m’, zijn allerlaatste, 3 m lange, schilderij. Katherine Dreier had het ‘besteld’ voor boven een speciaal gemaakte boekenkast in haar appartement in New York.

Als Amerika de Eerste Wereldoorlog ingaat vertrekt Duchamp naar Buenos Aires waar hij van september 1918 tot juni 1919 verblijft en zich toelegt op schaken. Verder werkt hij hier het laatste deel van The Large Glass uit: ‘de oogartsgetuigen’.

In 1919 keert hij terug naar Parijs en verkeert in kringen rond de schrijver André Breton, zonder zich echt aan te sluiten bij de Parijse dada-groep of later de surrealisten. Hij maakt L.H.O.O.Q., zijn fameuze ‘assisted readymade’ (een readymade die veranderd is of waaraan iets is toegevoegd), een goedkope reproductie van de Mona Lisa met snor en sik. Al snel daarna doet zijn alter ego Rrose Sélavy haar intrede.

Begin 1920 keert hij terug naar New York. Hij werkt verder aan The Large Glass, dat hij in 1923 definitief onvoltooid verklaart. Samen met Man Ray en Katherine Dreier, die hij in 1917 had leren kennen bij de Society of Independent Artists, richt hij de Société Anonyme: Museum of Modern Art op. Dreier was de voorzitter, Duchamp en Man Ray ondervoorzitters; Archipenko en Kandinsky waren leden. De Société had tot doel eigentijdse kunst te promoten bij het Amerikaanse publiek door het organiseren van tentoonstellingen (waarvoor Duchamp de catalogusteksten schreef), concerten, dansvoorstellingen en lezingen. Verder brachten ze een collectie representatieve moderne kunst bijeen die in 1941 werd ondergebracht bij de Yale University. De Société was het begin van Duchamps carrière als adviseur bij de opbouw van particuliere en museale kunstverzamelingen.

Uit hetzelfde jaar dateren zijn experimenten met optische constructies. Man Ray assisteert bij de constructie van de Rotative plaque(s) verre (1920, Glasplatenrotator , Rotorary Glass Plates), dat bestaat uit vijf rechthoekige glazen stroken op enkele centimeters van elkaar gemonteerd op een metalen as, die wordt aangedreven door een elektromotor. Vanaf een afstand van één meter gaan de op de glazen stroken geschilderde zwarte ronde lijnen, als de constructie in beweging wordt gebracht, lijken op continu draaiende zwarte en witte cirkels. Toen Man Ray dit probeerde vast te leggen op film spatten de glazen platen uiteen. Beiden kwamen er ongedeerd vanaf.
Samen met Man Ray publiceert hij in 1921 ‘New York Dada’, een vier pagina's tellend blad met Man Ray's foto van Belle Haleine het door Rrose Sélavy en Ray geproduceerde parfum, een foto van Alfred Stieglitz van een vrouwenbeen en -voet in een knellende schoen, een brief van Tristan Tzara die het gebruik van het woord 'Dada' in de titel autoriseert, en een lang gedicht van Barones von Freytag-Loringhoven, met ernaast twee foto's van haar naakte torso.
Eind 1921 keren beiden terug naar Parijs, waar Duchamp Man Ray introduceert bij Paris Dada.
In januari 1922 vertrekt Duchamp weer naar New York.

In 1923 gaat Duchamp weer naar Parijs, waar hij bevriend raakt met beeldhouwer Constatin Brancusi. Hij begint serieus aan zijn schaakcarrière. In een korte scene van de in 1924 uitgebrachte film Entr’acte van René Clair (script Francis Picabia, muziek Erik Satie) zien we Man Ray en Duchamp op het dak van een Parijs gebouw samen zitten te schaken.
In 1924 en 1925 neemt hij deel aan het Tweede en Derde Franse Schaakkampioenschap in respectievelijk Straatsburg en Nice. Voor de laatste ontwerpt hij de poster. In 1930 zit hij in het Franse team bij de Derde Schaak Olympiade in Hamburg. Met Vitaly Halverstadt schrijft hij in 1932 het schaakboek ‘L'Opposition et les cases conjuguées sont réconciliées’. In hetzelfde jaar wint hij het Parijse schaaktournooi. In 1933 neemt hij deel aan het schaaktournooi in Folkstone.

Van zijn ouders krijgt Duchamp in 1925 een kleine erfenis. Verder voorziet hij in zijn onderhoud door het inkopen en verkopen van kunstwerken. In 1926 organiseert Duchamp een veiling van 80 werken van Francis Picabia. Hij maakt de veilingbrochure met daarin het voorwoord van Rrose Sélavy. Op 8 maart 1926 vindt de succesvolle veiling plaats in Hôtel Drouot te Parijs.
Samen met zijn vriend Roché koopt hij uit de nalatenschap van John Quinn 29 beelden van Brancusi. In de jaren daarna verkoopt Duchamp, als hij geld nodig heeft, zijn aandeel stuk voor stuk aan Roché.

In 1925 wordt Rotorary Glass Plates gevolgd door de constructie van de optische machine Rotorary Demisphere (Rotative demisphère). De constructie bestaat uit een met cirkels beschilderde houten halve bol gemonteerd op een koperen disk bedekt met zwart fluweel. Draaiend lijken de zwarte en witte cirkels afwisselend samen te trekken en uit te dijen, waardoor de illusie van diepte ontstaat. Door een graveur werd de koperen disk ingegraveerd met de woordgrap ‘RROSE Sélavy ET MOI ESQUIVONS LES ECCHYMOSES DES ESQUIMAUX AUX MOTS EXQUIS’. Uit dezelfde tijd dateert de korte film van Duchamp, Man Ray en Marc Allegret Anémic Cinéma, waarin een reeks van negen draaiende disks met woordgrappen worden afgewisseld met tien optische disks met zwarte en witte cirkels. De disks met woordgrappen draaien langzaam in de ene richting, de optische disks draaien sneller in de andere richting. Tekstbeeld en optisch beeld wisselen elkaar af. Wat de kijker leest beïnvloedt wat hij ziet. Zo is bijvoorbeeld de overgang van ‘la moelle de l’épée’ in ‘la poele de l‘aimée’ een duidelijke verwijzing naar geslachtsgemeenschap. Plotseling zien we in de draaiende abstracte vormen borsten, genitalia, en zwellingen. Terwijl de seksualiteit in zowel de letterlijke betekenis van de woorden als de optische illusies ontbreekt, als ze los van elkaar worden gezien/gelezen.

The Large Glass wordt voor het eerst tentoongesteld op de door de Société georganiseerde ‘International Exhibition of Modern Art’ in het Brooklyn Museum. Op het retourtransport in 1927 raken beide glazen panelen beschadigd. In februari is hij weer naar Parijs vertrokken. Hij touwt met Lydie Sarrazin Levassor, van wie hij in 1927 alweer scheidt.
Nadat de Nazi’s het Bauhaus sluiten besluit Duchamp naar Amerika te emigreren. In 1933 vertrekt hij naar New York om de schade aan The Large Glass te bekijken. In de herfst richt hij in de Brummer Gallery een expositie in met 58 beelden van Brancusi.


In 1934 is hij weer In Parijs voor de publicatie van de La boîte verte (editie van 300 exemplaren), het ‘onderschrift’ bij The Large Glass, met notities, schetsen en foto’s.
In 1935 ontstaan de plannen voor het album van zijn werk, dat later resulteert in de Boîte-en-valise. In 1936 begint hij in New York materiaal te verzamelen. Daartoe bezoekt hij in augustus 1936 het echtpaar Arensberg, dat hij zeventien jaar lang niet heeft gezien, in Hollywood. Hij noteert titel, afmetingen, data en kleuren van zijn werken in hun bezit. Op weg naar New York brengt hij een bezoek aan het Cleveland Museum of Art, waaraan Nu descendant un escalier door Arensberg was uitgeleend.
Met steun van Katherine Dreier restaureert hij The Large Glass door de scherven tussen twee nieuwe glaspanelen te klemmen.

In 1935 presenteert Duchamp zijn laatste optische experiment Rotoreliefs, een 'playtoy' bestaand uit een set van zes kartonnen disks aan beide kanten bedrukt met kleurenlitho’s die op een grammofoon kunnen worden afgespeeld op een snelheid van 33,5 draaiingen per minuut. De resulterende optische effecten wekken de illusie van diepte en volume, maar nemen ook driedimensionale vormen aan van een wijnglas of een zwemmende vis. De bedoeling is de draaiende disks met hun off-centre cirkels met één oog te bekijken. Het samentrekken (hol) en uitdijen (bol) illustreren Duchamps ideeën over de ‘tactiele perceptie van het perspectief’. Hij brengt een oplage van 500 uit om te verkopen op een uitvindersmarkt van ‘gadgets’. Een complete flop. Maar sommige opticiens menen dat ze behulpzaam kunnen zijn in het herstellen van driedimensionaal zicht bij éénogige mensen.

Hoewel geen surrealist staat hij hoog aangeschreven bij surrealisten. In 1936 neemt hij deel aan de 'International Surrealists Exhibition' in Londen en 'Fantastic Art, dada, Surrealism' in New York. In 1938 verzorgt hij de inrichting van de grote ‘Exposition Internationale du Surréalisme’ in Parijs.

In 1941 reist Duchamp heen en weer tussen het door de Duitsers bezette gebied en de ‘vrije zone’ in het Zuiden om zijn materiaal voor de Boîte-en-valise veilig te stellen.
In 1942 vertrekt hij vanuit Marseille naar Casablanca en vandaar definitief naar New York. Daar ontmoet hij onder andere Fernand Léger en Piet Mondriaan die net als hij Parijs zijn ontvlucht.
Hij is mede-organisator van de tentoonstelling ‘First Papers of Surrealism’.
Hij schakelt Joseph Cornel, bekend van zijn surrealistische objecten, in om hem te assisteren bij het samenstellen van de koffers van de Boîte-en-valise.
In 1946 begint Duchamp een affaire met beeldhouwer Maria Martins, de echtgenote van de ambassadeur van Brazilië in de VS. Zij speelt een hoofdrol in wat Tomkins Duchamps ‘reincarnation as an artist’ noemt. Ze staat model voor het liggende naakt van Étant donnés, het tableau vivant waaraan hij twintig jaar in het geheim werkt. Na de Tweede Wereldoorlog gaat hij in mei terug naar Frankrijk om zijn familie te zien, zijn visum in orde te maken en te proberen namens Johnson Sweeney werken van Picabia, Brancusi, Delaunay en anderen te verkrijgen voor het Museum of Modern Art. In januari 1947 kan hij met een nieuw visum naar New York afreizen.

Late jaren (terugblikken)

In 1950 brengt Arensberg meer dan veertig belangrijke werken van Duchamp onder bij het Philadelphia Museum, via de speciaal opgerichte Francis Bacon Foundation. Duchamp zelf is belast met de inrichting van de collectie.
In 1954 krijgt Duchamp gezondheidsproblemen. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis voor een blindedarmontsteking en tijdens zijn herstel krijgt hij een longontsteking. Een maand later wordt opnieuw opgenomen voor een prostaatoperatie. Na zijn herstel houdt hij zich bezig met de inrichting van de Arensberg collectie in Philadelphia Museum.
Op 16 januari 1954 trouwt Duchamp met Alexina Sattler, roepnaam Teeny. Zij was de ex-vrouw van Pierre Matisse, de zoon van Henri Matisse. Uit haar huwelijk met Pierre Matisse heeft ze drie kinderen: Paul, Jacqueline, en Peter. Hierna volgen vele openbare optredens (lezingen, interviews). Dankzij de inspanningen van Alfred Barr Jr., James Thrall Soby en Nelson A. Rockefeller wordt Duchamp op 30 december 1955 Amerikaans staatsburger.
In 1957 vindt de tentoonstelling 'Les Freres Duchamp' plaats in het Solomon R. Guggenheim Museum, New York om na afloop door te reizen naar het Houston Museum of Fine Arts. Om de tentoonstelling te promoten schrijft Duchamp een essay The Creative Act. In het 800 woorden tellende essay noemt Duchamp de twee polen van 'the creative act': de kunstenaar en de toeschouwers, zowel die van nu als toekomstige (posterity). Een kunstwerk is onvoltooid totdat het is gezien en erover is gedacht door de toeschouwers. Een onbekend meesterwerk bestaat niet. Verder stelt hij dat er een verschil bestaat tussen de bedoelingen van de kunstenaar en het uiteindelijke resultaat, tussen 'de unexpressed but intended and the unintentionally expressed'. Daarom noemt hij de kunstenaar een 'mediumistic being' die niet altijd precies weet wat hij doet of waarom hij dat doet. De rol van de toeschouwers is om daar middels hun interpretaties klaarheid in te brengen en zo invulling te geven aan het verschil tussen bedoelingen en resultaat. Vooral onder abstract expressionisten werd hem niet in dank afgenomen dat hij de kunstenaar reduceerde tot medium en de toeschouwer praktisch tot medemaker verhief. Dat ging in tegen hun notie van de kunstenaar als genie.
Vanaf 1958 brengt het echtpaar Duchamp jaarlijks de zomer door in Parijs en het Spaanse Cadaqués. Ze trekken op met Salvador en Gala Dalí, die in het nabijgelegen Port Lligat wonen.

In 1959 verschijnt Robert Lebel’s Sur Marcel Duchamp, de eerste monografie over Duchamp en zijn werk. Duchamp zelf is verantwoordelijk voor het ontwerp en de lay-out. Voor de luxe uitgave maakt hij twee werken: Marcel déchiravit een en-profil zelfportret, gemaakt door een vel gekleurd papier rond een metalen template te trekken. En de ‘imitated readymade’ EAU & GAS A TOUS LES ETAGES een bord dat in die tijd te zien was op de gevel van elk appartement huis. Het verwijst natuurlijk naar de waterval en het verlichtingsgas, die zo’n prominente rol spelen in The Large Glass, de Boîte verte, en het nog niet onthulde Étant donnés.
In 1962 ondergaat Duchamp een tweede prostaatoperatie.

Na de oorlog verklaarde Duchamp te zijn opgehouden met het creëren van kunst. Intussen sloeg zijn vroegere werk enorm aan bij een jongere generatie, vooral de readymades, die, met toestemming van Duchamp, begin jaren ‘60 opnieuw in omloop werden gebracht door de Italiaanse kunsthandelaar Arturo Schwartz. Op 8 oktober 1963 was de opening van de eerste grote retrospectief van Duchamps werken in het Pasadena Art Museum onder de naam ‘By or of Marcel Duchamp or Rrose Sélavy’. In de eerste zaal hing zijn vroege werk, in de tweede tekeningen en zaken die met het schaken te maken hadden, en in de derde zaal zijn kubistische werken. In de hoofdzaal een replica van The Large Glass, afkomstig van het Zweedse Moderna Museet, en de readymades. Dit was de eerste keer dat een link werd gelegd tussen The Large Glass en de readymades. In de twee laatste zalen waren de optische werken tentoongesteld alsmede de Boîte-en-valise, waarin Duchamp genoemde link zelf al nadrukkelijk gelegd door het naast elkaar plaatsen van de mini reproductie van The Large Glass naast de mini replica’s van de readymades. Zo bevestigt de Boîte als het ware de in hoofdzaal gelegde link.
In totaal waren 114 werken te zien. Curator was Walter Hopps. Julian Wasser legde op foto vast hoe Duchamp schaak speelde met de naakte Eve Babitz, de vriendin van Hopps. Duchamp wijst met twee vingers naar haar, maar zijn blik is gericht op het schaakbord. Als ze zijn verlangens al opwekt, dan negeert hij die; hij gaat volledig op in zijn separate universum. Seigel meent dat dit wordt onderstreept doordat ze hun partij spelen voor de replica van The Bride Stripped Bare by her Bachelors, Even (The Large Glass), ‘icon of the power of perpetuated but unfulfilled desire’.
Tomkins maakt melding van een boeiend voorval. Omdat Hopps het gevoel had dat Duchamp aan iets nieuws werkte vroeg hij hem in een opwelling: ‘If, in fact, there happened to be a secret project, would this exhibition be the right time and place to disclose it? Na een nogal lange pauze was het antwoord: ‘If that were the case, then no, this would not be the right time.’

In de zomer van 1966 werd in de Tate Gallery in Londen de expositie ‘The Almost Complete Works of Marcel Duchamp’ gehouden. Richard Hamilton bracht 184 werken te samen en maakte zelf aan de hand van de originele notities en tekeningen een replica van The Large Glass.
Duchamp maakt kennis met zijn dochter in Parijs, die als kunstenaar werkt onder de naam Yo Sermayer.
In 1967 publiceert Duchamp de La boîte blanche (De Witte Doos) met extra aantekeningen, foto's en schetsen voor zijn werk The Large Glass.
In 1968 Neemt Marcel Duchamp nog deel aan de tentoonstelling 'Dada, Surrealism and their Heritage' in het MoMA te New York.

In 1968 nodigt avant-garde componist John Cage Duchamp uit voor een schaakpartij. Reunion is een muzikale performance. Je zou Cage een erfgenaam van Duchamp kunnen noemen. Met zijn compositie 4’33’’ zit hij vier minuten en 33 seconden lang achter de piano zonder een toets aan te raken. Totale stilte als pianostuk; slechts het toevallig aanwezige, niet geënsceneerde omgevingsgeluid zoals gekuch van het publiek, is hoorbaar. In Reunion schaken ze samen, waarbij hun zetten, muziek en beelden op televisie schermen voortbrengen. Lowell Cross tekent voor het bijzondere schaakbord.
Een maand later wonen de Duchamps de eerste voorstelling bij van Walkaround Time, het nieuwe ballet van Merce Cunningham. Het décor van Jasper Johns was gebaseerd op The Large Glass, en bestond uit opblaasbare vormen van transparant plastic waarop onderdelen van The Large Glass waren geschilderd, zoals de Glider, Malic Moulds, pendue femelle, en andere. Op het eind van de dans werden deze, op verzoek van Duchamp, op ‘hun’ plek neergezet. Cunningham riep Duchamp op het podium om samen het applaus in ontvangst te nemen.

Maar niet alle kunstenaars zijn lovend over Duchamp. De Abstract Expressionisten en hun pleitbezorgers moeten niets van hem hebben. En in 1965 tonen drie jonge in Parijs wonende kunstenaars, Gilles Aillaud, Eduardo Arroyo, en Antonio Recalcati, een achtluik Galerie Creuze in Parijs. Vivre et laisser mourir, ou la fin tragique de Marcel Duchamp verhaalt van het verhoor, de marteling en moord van Duchamp: zijn naakte, vermagerde lichaam wordt de trap afgegooid. Het laatste luik stelt zijn begrafenis voor. Zijn kist bedekt met de Amerikaanse vlag, wordt ten grave gedragen door Amerikaanse pop-kunstenaars Robert Rauschenberg, Claes Oldenburg en Andy Warhol en Franse nouveau realistes Martial Raysse,Pierre Restany en Yves Arman. Het luik is gebaseerd op de nieuwsfoto van de begrafenis van president Kennedy in 1963. Hoewel Duchamp het onderwerp wel vermakelijk vond, vond hij het achtluik ‘horribly painted’. Vijftig van zijn vrienden ondertekenden een verklaring waarin ze de serie veroordeelden als een walgelijke/verachtelijke misdaad vermomd als een rituele moord. Duchamp zelf weigerde de petitie te ondertekenen omdat die het drietal maar publiciteit zou geven. Het achtluik is niet alleen een aanklacht tegen Duchamp als vader van de conceptuele kunst en zijn weigering zich engageren, maar ook tegen de avant-garde praktijk van zijn ‘pop-erfgenamen’

In oktober 1968 overlijdt Duchamp onverwacht aan een hartaanval te Neuilly-sur-Seine, na een etentje thuis met zijn vrouw en hun vrienden Robert en Nina Lebel, Man en Juliette Ray. Zijn as is bijgezet in het familiegraf op de Cimetière Monumental te Rouen. Op zijn gedenksteen staat: D'ailleurs, c'est toujours les autres qui meurent (Trouwens, het zijn altijd anderen die sterven).

Na zijn dood opent het Philadelphia Museum of Art in juni 1969 een nieuwe ruimte: Duchamps laatste werk Étant donnés: 1° la chute d'eau, 2° le gaz d'éclairage (Gegeven: 1. De Waterval, 2. Het verlichtingsgas). Terwijl iedereen dacht dat hij was opgehouden met het maken van kunst, en zich alleen nog maar wijdde aan schaken, had hij sinds 1946 in het geheim aan Étant donnés gewerkt: de vertaling naar drie dimensies van het tweedimensionale The Large Glass.

In 1964 uitte Joseph Beuys in een live op televisie uitgezonden ‘Aktion’ zijn ongenoegen over het zwijgen van Marcel Duchamp. In zijn bekende kunstenaarsuniform – spijkerbroek, vissersjas en vilten hoed – verfde hij met grote letters op een plakkaat: ‘Das Schweigen von Marcel Duchamp wird überwertet’ (‘Het zwijgen van Marcel Duchamp wordt overgewaardeerd’). In zijn ogen liet Duchamp na om de politieke en sociale consequenties van zijn werk, vooral de readymades, te aanvaarden, door zich uit de kunstwereld terug te trekken en zich toe te leggen op schaken. Ades, Cox en Hopkins concluderen dat Beuys met zijn ‘statement’ zijn doel voorbijschoot omdat Duchamps zwijgen er alleen maar luider door klonk. ‘Duchamp was largely content to sit back and let others realize the consequences of his output’.

Bronnen:
Dawn Ades, Nigel Cox en David Hopkins - ‘Marcel Duchamp’, 1999
Calvin Tomkins – Duchamp, a biography, 2014
Rosalind E. Krauss – Notes on the Index, Part I, in: The originality of the avant-garde and other modernist myths, 1986
Frank Reijnders – ‘Meesterwerken Meesterzetten’, 2013
Thierry de Duve - 'Pikturaler Nominalismus', p.m.
Marcel Duchamp – ‘De bruid gestript door haar vrijgezellen, zelfs (De groene doos) & In de onbepaalde wijs (De witte doos)’, vertaling Minne Buwalda, 1998
Michael R. Taylor - 'Marcel Duchamp, Étant donnés, The Genesis, Construction, Installation, and Legacy of a Secret Masterwork, 2009
Jerrold Seigel - 'The Private Worlds of Marcel Duchamp: Desire, Liberation, and the Self in Modern Culture', 1977
James W. McManus - 'Mirrors, TRANSformation and Slippage in the Five-Way-Portrait (Engelse vertaling van Franse tekst), 2005
Michael Bétancour - 'Precision Optics / Optical Illusions'