Marcel Duchamp - Tu m'

Door Sya van 't Vlie


Interpretatie

In 1918 maakt Duchamp Tu m’, zijn allerlaatste, 3 m lange, schilderij. Kenners, of ze nu wel of niet bewonderaars zijn van Duchamp, zijn het erover eens dat Tu m’ getuigt van een verbijsterende verbeeldingskracht die zijn tijd ver vooruit is. Dawn Ades, Nigel Cox en David Hopkins zijn ervan overtuigd dat zich onder de kijkers ‘de schilder’ bevindt. Waarom? Dat heeft te maken met hun interpretatie.

Hoewel Katherine Dreier een van de tegenstemmers van Fountain was, heeft dat geen gevolgen gehad voor haar relatie met Duchamp, die ik kort door de bocht zou willen typeren als een moeder/mecenas - zoon/adviseur relatie.
Dreier gaf Duchamp in 1918 opdracht voor een schilderij voor boven een speciaal gemaakte boekenkast in haar appartement in New York. Duchamp had zes maanden nodig om het te voltooien: Tu m’. Calvin Tomkins spreekt van een ‘do-it-yourself title’ die de kijker naar eigen dunken kan voltooien, bijvoorbeeld ‘tu m’aimes’ (jij houdt van mij). Maar elk werkwoord beginnend met een klinker volstaat: ‘agacer, ennuyer, emmerder’ (irriteren, dwarszitten, stierlijk vervelen). Sommige auteurs zien in de echte recht naar voren stekende flessenwisser een fiere penis. Wat ‘tu m’exites’ (je windt me op) impliceert. Hoewel, de schaduw van de flessenwisser hangt als een slappe penis naar beneden, onder de lijst uit.
Jerrold Seigel is van mening dat het juist draait om het onvoltooid laten. Tu m’ laat de relatie tussen spreker en aangesprokene in het midden. Wie de zin van de titel afmaakt ‘misses the point’.

Duchamp zelf heeft Tu m’ een soort resumé genoemd. Drie readymades zijn als op het doek geprojecteerde schaduwen te zien: Bicycle Wheel (links) en Hat Rack (rechts), met in het midden een kurkentrekker, die nooit als een readymade heeft bestaan, maar die hij in La boîte verte, zijn notities voor The Large Glass, heeft gebruikt om het traject van het tot orgasme komende lichtgas te beschrijven. Links en rechts zijn de vormen van 3 Standard Stoppages te herkennen. Van links boven valt een serie ruitvormige elkaar overlappende kleurkaarten vanuit de illusionaire diepte naar voren, naar het midden. Ze vertegenwoordigen kleurtinten, terwijl de 3 stoppages links van donker naar licht variëren, en die rechts als grafische lijnen zijn weergegeven. De schaduwen worden van buitenaf, de plek van de kijkers, onder wie de schilder met zijn kwast, op het doek geworpen.

In het midden bevinden zich nog drie opvallende elementen. Ten eerste, de realistische hand met de naar rechts wijzende wijsvinger is ingeschilderd door een professionele schilder van aanwijsborden en gesigneerd A. Klang. Ten tweede, de geschilderde ‘trompe l’oeil’ van een scheur wordt bijeengehouden door echte veiligheidsspelden. Ten derde, de echte flessenwisser steekt recht naar voren de ruimte van de kijker én de schilder in, meer precies recht tegen de richting van de kwast van de schilder in. Volgens Ades, Cox en Hopkins is Tu m’ dan ook op te vatten als ‘Duchamp die zich afmeldt als schilder’

Bronnen:
Dawn Ades, Nigel Cox en David Hopkins - 'Marcel Duchamp', 1999
Calvin Tomkins - 'Duchamp, a biography', 2014
Jerrold Seigel - ‘The Private Worlds of Marcel Duchamp: Desire, Liberation and The Self in Modern Culture’, 1997