Amerikaanse land-art projecten op Nederlandse bodem

Door Sya van 't Vlie


Invulling van het 'expanded field' door Amerikaanse kunstenaars in Nederland

Deze tekst is het vervolg op 'Het 'expanded field' van Rosalind Krauss', en vooronderstelt bekendheid met de begrippen 'marked site', 'site constrution', en 'axiomatic structure'.

'Sonsbeek buiten de perken'

In Nederland konden we in 1971 al kennismaken met de pioniers van de Amerikaanse land art. Want na zijn spraakmakende expositie ‘Op losse schroeven’ van 1970 in het Stedelijk Museum, cureerde Wim Beeren een jaar later zijn nog spraakmakender ‘Sonsbeek buiten de perken’. Die toevoeging ‘buiten de perken’ geeft aan dat de expositie zich niet alleen beperkte tot het park Sonsbeek in Arnhem, maar dat de locaties met kunstwerken verspreid waren over heel Nederland. Verder begaven de tentoongestelde kunstwerken zich ook buiten de perken, namelijk buiten die van het domein sculptuur: op locatie uitgevoerde, veelal tijdelijke kunstwerken. Toch leverde de tentoonstelling Nederland twee land-art werken van Amerikaanse pioniers op: Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson en het Observatorium van Robert Morris. Tot stand gekomen door subtractieve en additieve ingrepen in een zandafgraving is Broken Circle/Spiral Hill een voorbeeld van een ‘marked site'. Het Observatorium dat werd gerealiseerd in de duinen bij Santpoort, is een 'site construction'. Nog in 1971 werd het met de grond gelijk gemaakt. Maar in 1977 werd het onder leiding van Morris zelf herbouwd bij Swifterband in de Flevopolder.
Ger van Elk presenteerde een klein conceptueel antwoord op deze grootse land-art werken, dat ik, omdat het op zee tot stand kwam, wel hier durf te noemen.

Robert Smithson – Broken Circle/Spiral Hill

Voor Smithson met zijn fascinatie voor delfplaatsen en verlaten industriegebieden was de zandafgraving van de firma De Boer bij Emmen een unieke plek, op het uiteinde van een morene, vol met door gletsjers meegebrachte brokken puin. Smithsons idee was om de gedifferentieerde conditie van de plek te benadrukken en versterken. Hoewel het de bedoeling was dat Broken Circle/Spiral Hill langzaam zou opgaan in zijn omgeving is op verzoek van Smithson in 1972 toch besloten tot behoud. In 2012, 40 jaar na realisatie, is Broken Circle/Spiral Hill grondig gerestaureerd.

Zoals de titel aangeeft, bestaat Broken Circle/Spiral Hill uit twee delen: de land/water combinatie Broken Circle en de heuvel Spiral Hill. Beide hebben een cirkelvormig grondplan.
Broken Circle bestaat uit een soort eiland en een halfronde dijk, waarvan de vorm zich landinwaarts herhaalt in een gebogen kanaal. Broken Circle is omgeven door water, want het ligt in een meer dat door zandafgraving is ontstaan. Broken Circle is plat, licht van kleur en heeft een centrifugale werking. Spiral Hill, de conische heuvel, werd op de nabije oever opgebouwd door een bestaande heuvel op te hogen met zand dat was vrijgekomen bij de aanleg van Broken Circle. De heuvel werd vervolgens bedekt met zwarte aarde, waarin een uit wit zand bestaand pad omhoog cirkelde. Spiral Hill wordt omgeven door land. Spiral Hill is driedimensionaal en donker, en draait centripetaal om zijn eigen as.
Nadat was besloten tot behoud van het kunstwerk werd in 1972 een houten beschoeiing aangebracht rondom Broken Circle om afkaveling door golfslag te voorkomen. Spiral Hill werd beplant met een bodembedekkende heester en aan weerszijden van het pad kwamen paaltjes. Deze eerste maatregelen tot behoud werden uitgevoerd in overleg met Smithson zelf.
Iets buiten het middelpunt van Broken Circle ligt een enorme zwerfkei van de soort waaruit hunebedden bestaan. Aanvankelijk wilde Smithson hem laten ingraven of verplaatsen. Want doordat de kei de aandacht op het centrum in plaats van op de buitenkant richtte, verstoorde hij de door Smithson beoogde dialectiek tussen eiland en heuvel. Maar de kei bleek te zwaar en er was geen geld om hem door het leger te laten verwijderen. Tegelijkertijd was Smithson ook gefascineerd door zwerfkeien en hunebedden, wat hem er min of meer mee verzoende om deze voldongen aanwezigheid maar te laten liggen ‘as a kind of glacial “heart of darkness” – a warning form the Ice Age’.

Robert Morris – Observatorium

In 1971 bouwde Robert Morris voor ‘Sonsbeek buiten de perken’ in het duinlandschap bij Santpoort het gigantische en geheimzinnige Observatorium, dat kunsthistoricus Rosalind Krauss noemt het als voorbeeld van een ´site construction´. Omdat Krauss dit werk nergens bespreekt in de door mij geraadpleegde teksten, gebruik ik Morris’ eigen tekst uit de catalogus van de tentoonstelling. Hij gebruikt de term ´para-architectural complex´ voor dit werk . Het is beslist geen ´earth work´. ´Earth works´ komen tot stand door de sculpturale - tot op zekere hoogte ook grafische - additieve of subtractieve methode, door aan een bestaande plek iets toe te voegen of ervan weg te nemen. ´The overall experience of my work derives more from Neolithic and Oriental architectural complexes. Enclosures, courts, ways, sightlines, varying grades, etc., assert that the work provides a physical experience for the mobile human body´ .
Nog in 1971 werd het Observatorium weer met de grond gelijk gemaakt. In 1977 werd het echter onder leiding van Morris zelf herbouwd in de Flevopolder bij Swifterbant. Morris vond de grote, open ruimtes en de onbelemmerde horizon van het nieuwe land een ideale omgeving voor zijn werk. De afmetingen zijn nu wat groter: de diameter is ruim 91 m. en de grootste hoogte van de dijken bedraagt 3,80 m.
Men betreedt het Observatorium via twee poorten: de eerste een driehoek, de tweede een vierkant. Via deze doorgangen wordt de bezoeker naar de centrale cirkelvormige ruimte geleid. Vanuit het door een steen gemarkeerde middelpunt van het hele complex, kan men door drie op het oosten gerichte 'vizieren' vier verschillende zonsopgangen peilen. Het middelste vizier is voor de twee momenten in het jaar dat dag en nacht even lang duren (21 maart en 21 september). Het linker vizier is voor de zonsopgang op het moment van de langste dag, de zomerzonnewende (21 juni), het rechter voor de korste dag of de winterzonnewende (21 december). De manier waarop men door de vizieren heen kijkt, wordt door stalen platen en stenen bepaald; deze laten een soort trechtervormige ramen naar de horizon vrij. Vanuit het diepste punt van deze trechters komt de zon op genoemde data op: visueel lijkt het dan of de zon opnieuw geboren wordt vanuit een ruimtelijk punt.
Cees de Boer wijst erop dat de monumentale bouwwerken die Morris inspireerden, een welomschreven functie hadden binnen een religieus systeem, bijvoorbeeld om vruchtbaarheid en continuïteit van het leven op magische wijze te garanderen en te controleren . Morris maakt daarentegen met zijn Observatiorium voor de moderne 20e eeuwse mens het observeren van een natuurverschijnsel tot een zelfstandige activiteit. 'Men kan dus zeggen dat de schommelbeweging van de zon door Morris als kunstwerk, als een kosmische sculptuur gepresenteerd wordt. Dit kunstwerk plaatst de bezoeker in een actieve, belevende rol', aldus Cees de Boer.

Ger van Elk - La Pièce

'Een van de kleinste klassiekers uit de Nederlandse kunstgeschiedenis' noemt Gerda Klopemhouwer Ger van Elks bijdrage aan 'Sonsbeek buiten de perken' in haar necrologie van de kunstenaar . Ze heeft het over een wit blokje hout van 7 x 9 x 1,5 cm, als een kostbaar kleinood gepresenteerd op een roodfluwelen kussen onder een glazen stolp. Beeldend kunstenaar Ger van Elk (1941-2014) lakte het in 1971 wit, midden op de Atlantische Oceaan, iets ten westen van IJsland, in de zuiverste lucht ter wereld. Hij noemde het La Pièce en beschouwde het als een Europees antwoord op de in zijn ogen megalomane kunst die Amerikaanse kunstenaars als Robert Smithson en Robert Morris op de tentoonstelling lieten zien. La Pièce werd ontvangen met smalende kritieken. Maar Van Elk liet zien dat hij een echte erfgenaam van Marcel Duchamp was. Zelfs een idee kan kunst zijn. In zijn geval het idee om op zoek te gaan naar de schoonste plek ter wereld om een blokje hout wit te verven.

Richard Serra - Spin out, for Robert Smithson

Nadat hij Shift van Richard Serra (1939, San Francisco) had gezien nodigde Rudi Oxenaar, van 1963 tot 1990 directeur van het Kröller-Müller Museum, de Amerikaan uit om in de beeldentuin van het museum een land-art project te realiseren. Spin out, for Robert Smithson (1972-73) maakte dus geen onderdeel uit van 'Sonsbeek buiten de perken', maar dateert van vlak daarna.

Serra zoekt in 1972 zelf een komvormige vallei uit voor zijn eerste land-art project in Europa. Aan de ene kant is de vallei hoog en tot bovenaan begroeid met bomen, aan de andere kant wat lager. Aan de voet van de lagere helling plaatst Serra drie enorme stalen platen. Zoals ze daar staan, voor de helft in de valleihelling en voor de helft vrij in de ruimte, zijn het meer schermen. Het midden van de vallei, precies daar waar de bezoeker optimaal met het werk wordt geconfronteerd, is leeg. De bezoeker ontdekt dat de platen net niet concentrisch ten opzichte van elkaar staan, waardoor ze samen geen middelpunt creëren. In plaats van het door hem verwachte, naar binnen gerichte, karakter van de valleikom wordt hij geconfronteerd met een denkbeeldige beweging die de aandacht naar buiten trekt. Vandaar de titel Spin out. Terwijl Serra in Otterloo aan het werk was, verongelukte zijn vriend Robert Smithson toen hij met zijn vliegtuigje de uitvoering van zijn land-art project Amarillo Ramp aan het verkennen was. Daarom droeg Serra Spin out op aan Smithson, wat de toevoeging 'for Robert Smithson' verklaart.

Drie latere land-art projecten van Amerikanen

Het voorbeeld van Robert Smithson, Robert Morris, en Richard Serra werd in de jaren '90 gevolgd door drie Amerikanen, onder wie ook Serra. Twee van hen, Daniel Libeskind en Serra realiseerden een land-art project in de Fevopolder, de derde, James Turrell koos voor de duinen van Kijkduin.

Daniel Libeskind – Polderland Garden of Love and Fire

In Almere Pampus liggen vijf elkaar kruisende lijnen als een vreemd schriftteken in het landschap. Drie smalle kanalen, een strook zwart grind met een sculptuur van aluminium wanden erop en een voetgangerspad vormen het land-art project Polderland Garden of Love and Fire (1992-97) van architect Daniel Libeskind (Lodz, Polen, 1946).
Libeskind maakte het ontwerp voor de meditatietuin waar gedachten vorm krijgen in het landschap voor de tentoonstelling ‘Fuente’ in de Nieuwe Kerk te Amsterdam (1991). De tentoonstelling was ter gelegenheid van de 400e sterfdag van Juan de la Cruz (1542-1591), een katholiek mysticus voor wie meditatie een stap is op weg naar vereniging met het hoogste. Zijn gedicht 'De levende vlam van de liefde' inspireerde Libeskind voor zijn land-art werk in Almere. Dit gedicht geeft uitdrukking aan de ziel die brandt voor de liefde voor God en verlangt naar vereniging met God.
Lijnen spelen een belangrijke rol in het werk van Libeskind. Ze fungeren niet alleen als geometrische vorm maar ook als verbinding of juist als grens. In Polderland Garden of Love and Fire verbinden de lijnen mensen in verschillende plaatsen en tijden met elkaar. De drie kanalen staan symbool voor de imaginaire verbinding van drie steden: Salamanca, de stad waar Juan de la Cruz studeerde, Berlijn, de stad waar Libeskind op dat moment woonde en werkte, en Almere, de plaats waar het kunstwerk ligt. De drie kanalen worden doorsneden door een betonnen strip waarop in het grind een labyritachtige aluminium sculptuur is geplaatst. De vijfde lijn is een wandelpad met bruggen over kanalen.
Het geometrische patroon van Polderland Garden of Love and Fire voegt zich naadloos in het Flevolandse cultuurlandschap waar natuur, kunst en techniek ook zijn samengevoegd.
Met zijn vormentaal wil Libeskind uitdrukking geven aan de loop van het leven en de geschiedenis, en aan de verhalen van een bepaalde plek. De labyrintsche aluminium scultpuur symboliseert het zoeken naar de zin van het menselijke bestaan, zeg maar onze ontdekkingstocht tijdens ons leven. Dwalen door dit abstracte en vereenvoudigde labyrint leidt tot een confrontatie met obstakels en momenten van benauwend onbehagen terwijl de volgende afslag weer open en vol mogelijkheden is. Dit gevoel van ontheemding speelt ook een rol in het persoonlijke leven van Libeskind. Geboren in Polen emigreerde hij naar de Verenigde Staten en later ook naar Israël en Berlijn. Cultuurgeschiedenis, zijn persoonlijke verleden maar ook de idee van de genius loci, zijn terugkerende thema's in zijn werk. Hij vraagt zich af wat de genius loci, de geest van een plek zoals die in het collectieve geheugen gegrift staat, van Almere is. Immers, op het moment van realisering had Almere zich nog geen veertig jaar eerder gehecht aan de bodem van de voormalige Zuiderzee. Libeskind geeft met de leegte in zijn werk de geschiedloosheid van Almere en de ontworteling van de bewoners van het polderland weer. Met Polderland Garden of Love and Fire creëert Libeskind ook een spirituele plek in de polder als symbool voor het nieuwe leven: een meditatietuin om te reflecteren op de wisselwerking tussen landschap en bebouwde omgeving, natuur en cultuur en verleden en toekomst.
Op het moment van realisering ligt Polderland Garden of Love and Fire nog midden in de velden van het niet bebouwde Almere Pampus. Wanneer in de toekomst ook dit zuidwestelijke gedeelte van Almere bebouwd wordt, krijgt het kunstwerk als ooggetuige van het verleden een andere betekenis in het stedelijke landschap.

Richard Serra – Sea Level

Serra's Sea Level is een waardige opvolger in Nederland van zijn Spin out, for Robert Smithson, zij het niet uitgevoerd in corten staal, maar in beton, zoals Shift in Canada. Als een waterpas ligt Sea Level midden in het glooiende landschapspark De Wetering in Zeewolde. De twee donkergrijs gepigmenteerde betonnen muren lopen dwars door het park dat landschapsarchitect Pieter van der Molen in 1986 ontwierp met kunstenaar Bas Maters. De muren, elk 200 m lang, staan diagonaal in elkaars verlengde aan weerszijden van een kanaal. De onderbreking door kanaal en brug is eveneens 200 m lang. Aan de uiteinden vloeien de muren nauwelijks merkbaar over in het landschap, terwijl ze in het midden, op het diepste punt van het park, enkele meters hoog zijn.
Serra ontwierp het kunstwekt in 1989, maar het kon pas gerealiseerd worden in 1996 door een schenking ter gelegenheid van het opgaan van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in de dienst Rijkswaterstaat.
Sea Level is met twee muren van tweehonderd meter met het gras en water dat daar tussen ligt het grootste werk van Serra in Europa. Bij zijn bezoek aan Zeewolde fascineerde het Serra dat het dorp lager ligt dan de omliggende randmeren Wolderwijd en Nuldernauw. De hoogte van de ene muur is gelijk aan het waterniveau in de randmeren, de hoogte van de andere dat op een hogere helling ligt is gelijk aan de dijkhoogte in de polder. Sea Level geeft fysieke betekenis aan het begrip zeeniveau: zonder de dijken stond het waterpeil tot aan de bovenste rand van het kunstwerk. Sea Level herinnert daarmee aan de creatie van Zeewolde op de bodem van de voormalige Zuiderzee. De muren liggen op hellingen van een landschapspark en langs de muur de helling op- en aflopend geeft de sensatie van boven water komen of onderwater gaan. Als Zeewolde onder water zou komen te staan, dan kunnen bewoners het kunstwerk opvluchten.
Afhankelijk van de weersomstandigheden ondergaan de massieve muren een gedaantewisseling. Op een zonnige dag weerspiegelt de blauwe wolkenlucht in de zilverglanzende muur, terwijl op donkere dagen de muur diepgrijs kleurt en er ondoordringbaar uitziet.

James Turrell – Hemels Gewelf

Licht en ruimte spelen een belangrijke rol in het werk van de Amerikaan James Turrell (1943). Het gaat hem niet om gevoelens, maar om het kijken naar het licht dat ruimte vult. 'Je zou kunnen zeggen dat zijn werk over de waarneming van de kijker gaat, de kijker tijdens de waarneming laten ervaren dat hij waarneemt', concludeert Gerrit Willems in de catalogus van Den Haag Sculptuur 08.
In 1992 presenteerde Turrell op een congres in Den Haag voor het eerst zijn voorstel voor een kunstmatige krater dat vier jaar later werd gerealiseerd op de top van een (puin)duin in Kijkduin. Hemels Gewelf bestaat uit een komvormige ruimte en twee banken, de ene in de kom, de andere op een hoger gelegen duin.
De kom heeft de vorm van een ellips en is 5 m diep, 30 m breed en 40 m lang. Een grote aarden wal omsluit de kom. Om de kom te betreden moet je eerst via houten treden het duin op en dan door een 6 m lange doorgang van beton. De glooiïngen van de kom zijn aan de binnenkant ingezaaid met gras. In het midden staat een monumentale bank van natuursteen, waarop twee personen achterover kunnen liggen. Even verder, op een iets hoger gelegen duintop staat eenzelfde bank. Vanaf dit punt kun je vrijelijk om je heen kijken. Er onvouwt zich een panorama van zee, strand en duinen en het vlakke land daarachter.
In de duinkom met je hoofd achterover liggend ervaar je de hemel als een gewelf dat van vorm verandert. Langs de zorgvuldig berekende helling wordt de blik omhoog getrokken en lijkt de hemel heel nabij. Je merkt hoe de hemel zich lijkt te krommen tot een koepel die rust op de randen van de kom. Turrell noemt dat 'celestial vaulting' Teruggelopen door de tunnel weer buiten de kom staand is de koepel verdwenen en heeft de hemel weer zijn vertrouwde vorm. Je beseft dat de ruimte niet oneindig is, maar een eindig gewelf. Op het hoger gelegen duin is de vorm van dat gewelf het best te zien. Over het panoramische uitzicht ligt dat gewelf, dat geleidelijk platter wordt in de richting van de horizon. Als je hier op de bank gaat liggen koepelt de hemel zich weer tot een halve bol.
De Nederlandse sterrenkundige Marcel Minnaert (1893-1970) heeft ontdekt dat die koepeling en schijnbare afplatting afhankelijk zijn van de positie van het hoofd. Een natuurkundige verklaring kon hij niet vinden, dus concludeerde hij dat het een psychologisch verschijnsel moest zijn: de vorm van de hemel is een gevolg van de eigen waarneming. Voor Turrell was Minnaert een inspiratiebron. Door de aarde de vorm van een ellips te geven, maakt hij het mogelijk de hemel als koepel te ervaren.
Op de expositie 'Van Bourgeois tot Rodin' vormde Turrells Hemels Gewelf het 'eindbeeld', van de expositie, weliswaar niet fysiek, maar alleen als foto en maquette aanwezig. Een van de rode draden van de expositie was 'de verovering van de ruimte'. Céline Vermeire stelt aan het eind van haar beschrijving de vraag: 'Als de hemel en het landschap onderdeel worden van het kunstwerk, heeft de beeldhouwkunst dan niet de ruimte veroverd?'

'Site constructions'?

Zijn de drie projecten aan te merken als 'site constructions'? Wat de Polderland Garden of Love and Fire en Sea Level betreft, kan ik die vraag bevestigend beantwoorden. Beide zijn duidelijk een sculpturale constructie in het landschap, waarvoor de natuur de voornaamste maar niet de enige bouwstenen levert. Van boven af gezien bezitten beide ook de grafische kwaliteit waarop Robert Morris wees. Als waardig opvolger van het Observatorium van Robert Morris is het Hemels Gewelf van Turrell op het eerste gezicht ook een ‘site construction’. Maar omdat de ‘gewone’ ervaring van de hemel plaatsmaakt voor de ervaring van de hemel als koepel, meen ik het Hemels Gewelf ook te kunnen aanmerken als ‘axiomatic structure’, waarvan de voornaamste eigenschap is het onderuithalen van de beleving van de ruimte. Te meer omdat bezoekers op de banken moeten gaan liggen om de hemel als koepel te kunnen waarnemen. Ze worden als het ware door de afwezige Turrell geregisseerd, die daarmee als regisseur op afstand toont een echte 'experience designer' te zijn.

Bronnen:
Rosalind Krauss - 'Passages in Modern Scupture'
Ingrid Commandeur en Trudy van Riemsdijk-Zandee (red) - 'Robert Smithson, Art in Continual Movement'
Robert Morris - 'Observations on the Observatory' (in catalogus Sonsbeek buiten de Perken)
Cees de Boer - 'Robert Morris, Observatorium' (serie Landschapskunst)
Gerda Klompenhouwer - 'Ger van Elk, Nederlands boegbeeld van conceptuele kunst overleden' (NRC 18/08/2014)
Website De Paviljoens (voormalig beheerder land-art projecten Flevopolder)
Gerrit Willems - 'Hemels Gewelf, Panorama in de duinen - James Turrell' (in de catalogus 'Freedom' van Den Haag Sculptuur 08)
Céline Vermeire - 'Landart: van de Verenigde Staten tot Nederland' (in catalogus 'Van Rodin tot Bourgeois' bij gelijknamige tentoonstelling in Haags Gemeentemuseum)