Gilbert & George - 'The Singing Sculpture'

De term ‘living sculpture’ wordt vooral in verband gebracht met de Londense kunsternaars Gilbert & George. Poserend als sculpturen – alsof ze readymades waren – confronteerden deze twee gentlemen hun publiek niet met gruwelijkheden zoals de body artists, maar met beschaafde verveling. In 1969 presenteerde dit duo zich voor het eerst met The Singing Sculpture. Zeven dagen lang, zeven uur per dag playbackten ze – staand op een tafel die zowel sokkel als podium is – de music-hall song 'Underneath the arches'. Keurig in driedelig pak met wandelstok en handschoenen. Om de paar minuten stapten ze beurtelings van tafel om de tape terug te spoelen. Hun act was noch een herschepping van, noch een parodie op de music hall. De herhaling van steeds hetzelfde ritueel wordt wel vergeleken met het minimalisme, terwijl het menselijk lichaam het minst voor de hand liggende materiaal van de minimalisten was. Het duo hanteerde dan ook verschillende trucs om hun lichamelijkheid te ontkennen. Ze verfden hun gezichten rood of goud om anonimiteit te verwerven. Vaak namen ze stokstijve poses aan om het publiek te overtuigen dat ze geen mensen maar sculptuur waren. Door zichzelf steeds op deze manier tot kunstwerk te maken zijn ze bekende objecten geworden, terwijl de echte Gilbert & George verborgen blijven. Hun ’objecthood’ maakt de act van beide performers tot sculptuur. Actie en het eigen lichaam zijn de middelen waarmee beide performers werken.
Door actie en het eigen lichaam te presenteren als kunstwerk zijn performance kunstenaars erfgenamen van Duchamp, die een alledaags kant en klaar object presenteerde als kunst. Behalve die afstamming verklaart de manier waarop ze die middelen inzetten en in welke context, waarom niet alleen performance maar ook 'body art' als sculptuur geduid konden worden.