Robert Morris - 'Observatorium'

#
#

Crossovers tussen sculptuur en landschap noemen we landart. In Nederland konden we in 1971 kennismaken met de Amerikaanse landart op de tentonstelling ‘Sonsbeek buiten de perken’. De tentoonstelling bestond uit op locatie (door heel Nederland, vandaar 'buiten de perken') uitgevoerde, veelal tijdelijke kunstwerken. Toch leverde de tentoonstelling Nederland twee landart werken van Amerikaanse kunstenaars op: Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson en het Observatorium van Robert Morris. Het Observatorium is een voorbeeld van een 'site construction', een van de twee landart categoriën die kunsthistoricus Rosalind Krauss ontwikkelde in haar model van de 'expanded field'.

Robert Morris had het duinlandschap bij Santpoort gekozen om zijn gigantische en geheimzinnige Observatorium te bouwen (foto links). Hij duidde zijn constructie aan met de term ´para-architectural complex´. Het is beslist geen ´earth work´. ´Earth works´ komen tot stand door de sculpturale - tot op zekere hoogte ook grafische - additieve of subtractieve methode, door aan een bestaande plek iets toe te voegen of ervan weg te nemen. Maar ´The overall experience of my work derives more from Neolithic and Oriental architectural complexes. Enclosures, courts, ways, sightlines, varying grades, etc., assert that the work provides a physical experience for the mobile human body´, aldus Morris.

Nog in 1971 werd het Observatorium weer met de grond gelijk gemaakt. In 1977 werd het echter onder leiding van Morris zelf herbouwd in de Flevopolder bij Swifterbant (foto rechts). Morris vond de grote, open ruimtes en de onbelemmerde horizon van het nieuwe land een ideale omgeving voor zijn werk. De afmetingen zijn nu wat groter: de diameter is ruim 91 m. en de grootste hoogte van de dijken bedraagt 3,80 m.
Men betreedt het Observatorium via twee poorten: de eerste een driehoek, de tweede een vierkant. Via deze doorgangen wordt de bezoeker naar de centrale cirkelvormige ruimte geleid. Vanuit het door een steen gemarkeerde middelpunt van het hele complex, kan men door drie op het oosten gerichte 'vizieren' vier verschillende zonsopgangen peilen. Het middelste vizier is voor de twee momenten in het jaar dat dag en nacht even lang duren (21 maart en 21 september). Het linker vizier is voor de zonsopgang op het moment van de langste dag, de zomerzonnewende (21 juni), het rechter voor de korste dag of de winterzonnewende (21 december). De manier waarop men door de vizieren heen kijkt, wordt door stalen platen en stenen bepaald; deze laten een soort trechtervormige ramen naar de horizon vrij. Vanuit het diepste punt van deze trechters komt de zon op genoemde data op: visueel lijkt het dan of de zon opnieuw geboren wordt vanuit een ruimtelijk punt.

Cees de Boer wijst erop dat de monumentale bouwwerken die Morris inspireerden, een welomschreven functie hadden binnen een religieus systeem, bijvoorbeeld om vruchtbaarheid en continuïteit van het leven op magische wijze te garanderen en te controleren . Morris maakt daarentegen met zijn Observatiorium voor de moderne 20e eeuwse mens het observeren van een natuurverschijnsel tot een zelfstandige activiteit. 'Men kan dus zeggen dat de schommelbeweging van de zon door Morris als kunstwerk, als een kosmische sculptuur gepresenteerd wordt. Dit kunstwerk plaatst de bezoeker in een actieve, belevende rol', aldus Cees de Boer.

Noot: Robert Smithson's Broken Circle/Spiral Hill is een voorbeeld van wat Morris een earthwork noemt.


Bronnen:
Robert Morris - Observations on the Observatory (in catalogus Sonsbeek buiten de Perken)
Cees de Boer - Robert Morris, Observatorium (serie Landschapskunst)